lesidee kleuters juf Anke


Over Juf Anke

Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op mijn site jufanke.nl. Ik wil anderen hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast schrijf ik, samen met Els, voor Kleuteruniversiteit, Praxisbulletin, De Vier Windstreken en Lemniscaat. In 2017 is ons eerste eigen boek verschenen: Spelen met prentenboeken!


  • Muzieklessen
  • Bewegen op muziek
  • Boeken / CD's

 

Lesideeën voor muziek met kleuters

Ben je op zoek naar ideeën bij het thema muziek? Kijk dan op de themapagina 'muziek'.

Inspiratieblog muziek - méér dan liedjes zingen

Dit schooljaar krijgen wij op school begeleiding van een muziekcoach. Ze ondersteunt ons bij het voorbereiden en/of geven van muzieklessen en je kunt je (leer)vragen bij haar neerleggen. Ik zou graag meer met muziek willen doen dan alleen liedjes zingen (met af en toe een instrument erbij) en met deze vraag gingen we aan de slag.

Les 1 - vormen en geluiden

Ons thema is nu kleur en vorm. Dan denk je natuurlijk meteen aan muziek ;). Uhh, nee, ik niet, maar toen ik eenmaal in de muziekmodus zat, kwamen de ideeën los. Vormen, kleuren, geluiden, emoties, muzieknotatie ... mogelijkheden genoeg. Daar ging ik: les 1, geluiden in het lokaal.

vormenwinkeltje

We zaten in de kring. Ik gaf de kleuters de opdracht door het lokaal te lopen en te ontdekken wat geluid maakt. Zelf ging ik ook op ontdekkingstocht. We sloegen blokken tegen elkaar, graaiden in de bak met lego, deden de deur open en dicht, schudden met een potje met hazelnoten, drukten op de winkelbel in de winkelhoek, slepen een potlood aan, zetten een stoel hard neer, klopten tegen het raam, deden de kastdeuren open en dicht en nog veel meer. Het was een lekker kabaal, een fijn kabaal vanuit betrokkenheid. Op mijn teken kwamen alle kleuters terug naar de kring. Ik vroeg verschillende kinderen wat ze ontdekt hadden en ze mochten dit geluid laten horen. Wanneer ze materiaal gebruikten dat makkelijk mee te nemen was, mochten ze dit in de kring zetten. Zo verzamelden we allerlei materiaal met verschillende geluiden. Sommige geluiden werden met elkaar vergeleken en een kleuter gooide de termen 'hoog' en 'laag' erin.

Hierna introduceerde ik de vormen. Ik liet ze één voor één zien. Wisten de kleuters nog hoe ze heten? Ik vroeg ze bij elke vorm een passend geluid te kiezen. Een geluid dat één van de voorwerpen in de kring kon maken. Voor de cirkel kozen ze de receptiebel (pinggg), voor de rechthoek twee grote, rechthoekige blokken (BAM), voor het vierkant twee kleine blokken (tik) en voor de driehoek weer andere blokken (tik, tik, tik). Ze konden precies vertellen waarom ze dit geluid zo vonden passen. Ik vroeg of de blokken bij de cirkel konden, maar nee, dat kon niet. Dat klonk niet 'rond'. Ik merkte op dat de kinderen veel voorwerpen gekozen hadden waarmee de klas vol staat. Handig! Ik gaf één kleuter de receptiebel (hij was de cirkel), een groep elk twee grote blokken (de rechthoek), een groep elk twee kleine blokken (het vierkant) enzovoorts. Alle kinderen hadden nu iets in hun hand. De bijbehorende vormen legde ik voor de groepen, zodat de kinderen altijd konden zien welke vorm ze 'waren'.

muziek kleuters

Met de logiblokken legde ik een partituur (cirkel, vierkant, rechthoek, cirkel, driehoek, vierkant, driehoek, cirkel, cirkel). Ik vertelde de groep dat ik de dirigent was en pakte mijn dirigeerstok (een liniaal). Ik wees de vormen één voor één, rustig, aan. De kinderen speelden. Het orkest moest natuurlijk even oefenen. Sommige leden waren niet helemaal wakker, terwijl anderen verdronken in de muziek en maar door bleven spelen. Maar, na enkele keren oefenen ging het fantastisch! Pingg, tik, bam, pinggg, tik, tik, tik ... Wat een concentratie. We merkten op dat het handig is om je voorwerp gereed te houden, zodat je meteen kunt reageren als de dirigent jouw vorm aanwijst. Na even spelen, wilden de kleuters er graag een lied bij zingen. Welk lied? Een meisje zei: 'Iemand belt aan en dan klopt hij op het raam en de deur!' Ja, inderdaad, dat was wat we hoorden, pinggg, tik, tik ... Wat een goed idee. We bedachten samen een verhaal. Iemand belt aan (cirkel), maar er doet niemand open. Dan tikt hij tegen het raam (vierkant) en klopt aan de deur (rechthoek). Geen reactie. De hond wordt ongeduldig en krabbelt aan de deur (driehoek). Er wordt nog eens aangebeld ... Uiteindelijk, aan het eind van het verhaal gaat de deur open. Wie doet dat? 'Jij juf!' Dus speelden we ons hele verhaal en vloog ik na de laatste aanwijzing gegeven te hebben naar de deur: 'Kom binnen!'

muziek

Het was een gezellige les. De volgende keer gaan we hierop door. We kunnen er muziekinstrumenten bij pakken, variëren in tempo en volume (grote en kleine vormen) én de kleuters maken hun eigen partituur.

Misschien inspireert dit jou ook voor je muziekles. Bij het thema kleur en vorm of als idee voor een ander thema. Je kunt er zelfs twee lessen van maken. Eén over geluiden in het lokaal en met een vorm in de hand op zoek gaan naar bijpassende geluiden en één over het spelen van een muziekstuk met vormen.

Wij maken nog wel even muziek!

Les 2 - Instrumenten verkennen

Na het koppelen van een vorm aan een geluid, wilde ik hierop verder borduren met muzieksintrumenten. Ook instrumenten kun je aan de verschillende vormen koppelen. Daarvoor moeten de kinderen de instrumenten wel kennen: hoe klinken ze? En ook niet onbelangrijk: hoe heten ze? Tijdens een eerdere activiteit, die een beetje mislukte, merkte ik dat de kinderen dit niet wisten. Ze hebben zo weinig met muziekinstrumenten gedaan dat ze geen idee hebben hoe ze klinken. Dus ... een stapje terug. Een lesje 'instrumenten verkennen'.

Eén voor één kwamen de instrumenten uit mijn muziekdoos. Ik liet ze horen en vertelde hoe elk instrument heet. De instrumenten werden verzameld in de kring. Hierna noemde ik een naam van een instrument en een kind mocht het pakken. Toen alle kinderen een instrument hadden, pakte ik mijn 'dirigeerstok'. Tijd om te spelen! De kinderen mochten eerst vrij spelen, waarna we enkele oefeningen deden:
* Instrumenten die hetzelfde zijn spelen tegelijk
* Het eerste kind start met spelen, daarna valt het tweede kind in en zo verder tot iedereen speelt. Daarna haken de kinderen één voor één af tot het weer stil is.
* Hard spelen en zacht spelen
* Een groep instrumenten die hetzelfde klinkt, speelt tegelijk

Ik benoemde de namen van de instrumenten en de kinderen letten goed op wanneer ze mochten spelen. Het orkest deed het geweldig. Hierna wees ik een willekeurig kind aan. Dat kind bespeelde zijn instrument. Alle kinderen met hetzelfde instrument vielen in. Als ik verder liep, stopten ze met spelen. Ik wees een ander kind aan. Hij speelde en iedereen met hetzelfde instrument speelde mee en zo verder. Toen dit goed ging, mochten alle kinderen de stoel omdraaien. Nu zaten ze met de ruggen naar elkaar in de kring. Ik tikte een kind aan, hij begon te spelen. Alle andere kinderen luisterden heel goed. Ze konden elkaar immers niet zien. De kinderen met hetzelfde instrument speelden mee. Dit was een leuke luisteroefening en nu de kinderen de instrumenten kenden, ging dat goed. Een mooie afsluiting van de dag.

De volgende keer kunnen we een stapje verder gaan. We koppelen de muziekinstrumenten aan vormen.

Les 3 - Instrumenten en geluiden

Zoveel ideeën in m'n hoofd, nog zoveel willen doen ... maar wat voor vandaag de uitdaging was: houd het rustig, focus op één doel. Ik keek terug op de vorige les: instrumenten verkennen en dacht vooruit. Wat wil ik nog? De kinderen een eigen partituur laten maken. Welke stap moet ik dan nog nemen? De kinderen kennis laten maken met het spelen van een partituur met behulp van instrumenten. In een eerdere les deden we dit al met geluiden uit het lokaal. Nu wilde ik de koppeling naar de instrumenten maken. Eerst samen, later alleen ...

Ik verzamelde de kinderen na het buitenspelen in de rij. Vol trots lieten ze me hun broodtrommels vol geraapte beukennootjes zien. 'Hé, juf, dit maakt geluid!' en uit een andere hoek: 'Yes, we gaan muziek doen'. Wacht, dacht ik. Geluid? Muziek? Dat is de allerbeste combi. Enthousiast riep ik: 'Neem de trommels met beukennootjes maar mee naar de klas. We gaan muziek maken!' Oke, even een aanpassing van het oorspronkelijke idee, maar ook hiermee kan ik mijn doel bereiken. De 'beukennootjes-kinderen' mochten hun geluid laten horen. Ze schudden erop los. Daarna gingen we samen op onderzoek uit. Wat maakt nog meer een schudgeluid? Welke instrumenten zijn schudinstrumenten? Ik opende de doos met muziekinstrumenten en haalde ze één voor één tevoorschijn. Hoe heet het ook alweer? Kan het schudden? We maakten een 'ja' en een 'nee' groep. Alle instrumenten uit de 'ja-groep' konden schudden. Dit waren schudeieren, sambaballen, schudkokers en ook allerlei belletjes. Ik deelde ze aan de kinderen zonder 'beukennootjes-instrument' uit. Nu had iedereen iets. Weer mochten alle kinderen schudden. Ik merkte op dat het ontzettend mooi tegelijk ging en leuk klonk, maar toch was er iets anders. 'Ja, juf, de belletjes klinken anders dan de schudinstrumenten!' De twee groepen speelden even apart en we luisterden goed. Ja, we hoorden allemaal een verschil. Tijd om er vormen aan te koppelen. Voor de schudinstrumenten en dus ook de beukennootjes-instrumenten kozen de kinderen een rechthoek en voor de belletjes een cirkel. (De belletjes zijn namelijk rond, net als een cirkel. Ik vroeg de kinderen ook eens met ogen dicht te luisteren. Hoe klinkt het geluid? Welke vorm past er dan bij?).

muziek kleuters
Kan het schudden of niet? De 'ja' en de 'nee' groep.

Met cirkels verschillend in grootte (de logiblokken en cirkels geknipt uit papier) legde ik een partituur. Ik vroeg de kinderen wat het verschil in grootte zou kunnen betekenden. Links van mij fluisterde een kleuter 'de kleintjes zijn zacht'. Wat goed! Ik vroeg hem het nog eens te herhalen voor de groep en uit te leggen waarom hij dat dacht. Dat kon hij. Een kleine vorm betekent zacht spelen en een grote betekent hard. 'Wow!' zei een jongen tegen zijn vriendje naast hem. 'Kijk dan, daar! We mogen HARD!' Ik vroeg nog eens welke instrumenten bij de cirkels hoorden (de belletjes) en keek de kinderen met belletjes aan. 'Zijn jullie er klaar voor?!' Daar gingen we! Ik was de dirigent en wees de eerste, kleine cirkel aan. De kinderen speelden zacht. Daarna wees ik de volgende, iets grotere cirkel aan. De kinderen speelden harder. Daarna mochten ze nóg harder, toen weer zacht enzovoorts. Het ging meteen fantastisch. De kinderen waren zo gefocust en deden zo hun best! Hierna deed ik hetzelfde met rechthoeken en de schudinstrumenten groep. Ook dit ging zo goed. Ik was verbaasd!


Een partituur spelen. Eerst de cirkels. Later de rechthoeken.

Tenslotte legde ik een partituur van cirkels en rechthoeken in allerlei groottes door elkaar. 'Orkest, kunnen jullie dit spelen? Zijn jullie er klaar voor? Wie spelen de cirkels? Wie zijn de rechthoeken?' De kinderen wisten het precies. Zelfs de vierjarigen die net begonnen zijn snapten het helemaal. We konden beginnen! De dirigent (ik) wees aan en de groep speelde. Het ging meteen hartstikke goed. We deden het nog een keer en ik nam het muziekstuk op. We luisterde het terug en speelden opnieuw. We hadden plezier! Eén kleuter vond dat het ook wel moest lukken zonder de dirigent, maar dat leverde toch wat onzekere blikken en kleine conflicten tussen de orkestleden op, maar ... deze kleuter mocht het wel even zelf proberen, met twee instrumenten in de hand. Dat kon hij heel goed. Ik was trots! Applaus voor deze solist en een applaus voor de hele groep! Veel te snel was het al tijd om naar huis te gaan.

Wordt vervolgd ...

De beer en de piano - muziekproject

Voor Kleuteruniversiteit schreven Els en ik een muzikaal project bij het prachtige prentenboek De beer en de piano. We bedachten activiteiten met geluiden, luisteren, emoties, zingen, dansen en muziek!

Op een dag vindt een beer een piano in het woud. Na een tijdje speelt hij de mooiste muziek. De beer gaat naar de stad en wordt wereldberoemd. Ga jij met hem mee?

In het project vind je vierentwintig reken- en taalactiviteiten, een les Engels, een creatieve activiteit en suggesties voor muziek, dans en beweging bij het boek De beer en de piano van David Litchfield. Dit lespakket bevat ook twee originele liedjes van Jeroen Schipper in MP3 formaat.

--> Bekijk 'De beer en de piano'

project muziek kleuters

Leuke liedbundels

Swingen als een kangoeroe is de nieuwste liedbundel van Jeroen Schipper. Deze bundel staat vol met vrolijke liedjes én suggesties hierbij voor op school en thuis.

In Swingen als een kangoeroe vind je zesentwintig liedjes, waaronder twee liedjes in de Engelstalige versie, voor de onderbouw. De tekst van de liedjes staat beschreven met daarnaast de muzieknotatie en het boek bevat een cd met ingezongen liedjes. Na elk liedje vind je suggesties voor dans, beweging, spel, ondersteuning met muziekinstrumenten of een digibordles. Sommige extra's zijn op de website die bij dit boek hoort te vinden.
Dit zijn precies de extra's waar ik naar op zoek ben. Ik geef graag muzieklessen, maar de inspiratie ontbreekt me om verder te gaan dan alleen het aanleren van een liedje. Met deze suggesties kan ik weer een hele tijd vooruit! De liedjes van Jeroen zijn lekker vrolijk en zitten vol humor, zoals we van hem gewend zijn. De kinderen zingen 'Papa Gaai ging fietsen' de hele dag en de ouders komen 's morgens op school met de vraag waar die geweldige liedjes (die maar niet uit hun hoofd willen verdwijnen) vandaan komen! De liedjes kun je koppelen aan thema's die in de onderbouw aan bod komen. Zo vind je in deze bundel een lied over de Jan de brandweerman, over Koningsdag, over een kip die een cowboy is, over bouwen en woeste rovers. Een heel leuke, handige bundel vol liedjes waarop de kinderen mee zullen swingen (als een kangoeroe).

Tip! Bekijk ook de bundels Rood, rood mannetje en Daar komt de boegieman van Jeroen Schipper eens.

 

Het aanleren van een lied

Inleiding
Wanneer je de klas een lied aan wilt leren, kun je dit in 3 fasen doen. De eerste fase is de inleiding. Je bereidt de kleuters voor op de inhoud of betekenis van het lied. Dit kun je doen door er een verhaal over te vertellen of door een gesprek met de kinderen te voeren. Hierin kun je ook de moeilijke woorden uit het lied aan bod laten komen.

Aanleren van het lied
Na de inleiding volgt de aanleerfase. Het lied wordt aan de kinderen geleerd. Doe je dit door voor- en nazingen? Nee! Het kan veel leuker!
Zing het liedje eerst een keer, zodat de kinderen horen waar het lied over gaat en de melodie leren kennen. Zeg de tekst van het lied eventueel een keer op, zodat de kinderen de inhoud goed kunnen horen. 
Vervolgens zing je het lied heel vaak opnieuw. Iedere keer geef je de klas hierbij een opdracht. Je kunt beginnen met: 'wat vinden jullie makkelijk in het lied?' Dit kan bijvoorbeeld een woord zijn dat telkens terugkeert. De kinderen mogen dit woord dan meezingen.
Dit kun je uitbreiden door de kinderen de 2de keer 2 woorden of zinnen mee te laten zingen.
Ook kun je ervoor zorgen dat de kinderen actief naar het lied luisteren. Dit kun je doen door gerichte opdrachten te geven. Iedere keer als je ..... hoort, mag je......

Andere opdrachten:
- bepaalde herhalingen in het lied niet hardop zingen, maar playbacken. De rest van het lied wordt hardop gezongen.
- klappen, stampen, gaan staan etc. bij een bepaald woord
- een bepaald woord vervangen door een klank, zoals lala, mmmm, pfff pfff
- om de beurt een regel zingen. De leerkracht en de kinderen of de jongens en de meisjes
- de jongens en meisjes om de beurt het hele lied laten zingen
- woorden uitbeelden
- het lied heel zacht zingen en heel hard zingen. Zinnen afwisselend hard en zacht zingen.
- het hele lied neuriën
Het is geen probleem om het lied in deze fase heel vaak te zingen. Kleuters houden van herhaling en met bovenstaande variaties kun je gerust 10 keer hetzelfde zingen!

Uitbreiding
In deze fase kun je het lied uit gaan breiden met een dansje, een spel dat bij het lied past, bewegingsactiviteiten of begeleiding met muziekinstrumenten. 

Inzingen

Misschien vind je het leuk om voordat je gaat zingen met de groep in te zingen. Dit is sowieso goed om altijd te doen en voor kleuters ook nog eens goed voor de (mond)motoriek.
Ga bij het inzingen staan. Verzin een verhaal om de inzingoefeningen heen, het liefst een verhaal dat hij de muziekactiviteit die je gaat doen past. De volgende inzingoefeningen kun je in je verhaal gebruiken:
- jezelf losschudden, eerst je voeten draaien en schudden, je benen, je armen, handen, vingers, hoofd, schouders etc. (Deze oefening is leuk om te doen op het liedje 'Douchedruppel' op de cd 'Dansspetters'.
- rekken: op je tenen gaan staan, je armen omhoog reiken, jezelf lang maken en bukken.
- stemloze geluiden maken: ffffff, ffffff (wind), ssss, ssss (een ballon die leeg loopt. Maak een hele lange sssssss en houd je handen hierbij op je buik).
- stemhebbende geluiden: vvvvvvvvvv, vvvvvvvv, zzzzzz, zzzzzz, brrrr, brrrrr
- mimiek: een boos gezicht maken, een schrikgezicht, een lachend gezicht.
- articulatie: ptkptkptkptk, iejaiejaieja, lililili
- verschillende toonhoogtes: lalalalala op verschillende hoogtes zingen

Muziekles in de kring

Je kunt met de kinderen gezellig liedjes zingen in de kring, maar er is veel meer mogelijk. Hier vind je een aantal ideeën voor een muziekles met peuters en kleuters.        

De liedjeskoffer
Een prachtige koffer vol liedjes! Leuk voor een muziekles, voor de herhaling van al aangeleerde liedjes, voor het zingen van liedjes die bij een thema passen of om wat minuutjes op te vullen aan het eind van een dagdeel.
Deze liedjeskoffer is gemaakt door juf Sharona, naar een idee van Marianne Busser en Ron Schröder. Wil je ook een liedjeskoffer maken, kijk dan op de site van juf Sharona voor liedjes, de uitleg en nog meer foto's.

Lekker Zingen Producties
Op de site lekkerzingenproducties.nl vind je een heleboel leuke muzieklessen bij prentenboeken. De muzieklessen bestaan niet alleen uit liedjes die bij het prentenboek passen, maar ook allerlei leuke opdrachten rondom ritme, volume, muziekinstrumenten, emoties etc. Erg leerzaam, afwisselend en heel leuk! Een tip om hier eens een lesje te kopen.

Jeroen Schipper
Ook Jeroen Schipper schrijft leuke liedjes en geeft muzieklessen waar je enthousiast van wordt! Bezoek eens een workshop van hem op een Kleuteruniversiteit inspiratiedag of koop één van zijn cd's.

Kennismaken met muziekinstrumenten
Verzamel een aantal muziekinstrumentjes die op school aanwezig zijn. Stop ze in een bak of leg ze onder een doek.
De kinderen zitten in de kring. Om de beurt mag een kind een instrument onder het doek vandaan halen. Laat het geluid dat het instrument maakt horen en vertel de kinderen hoe het instrument heet. Leg het instrument vervolgens in de kring. Het volgende instrument wordt tevoorschijn gehaald en benoemd etc.
Als alle instrumenten in de kring liggen noem jij een instrument en laat je een kind het instrument aanwijzen of er even muziek mee maken (passieve woordenschat). De andere kinderen kunnen eventueel op de maat mee klappen of stampen.
Daarna doen de kinderen de ogen dicht. Jij maakt muziek met een instrument. Welk instrument was het? De kinderen hoeven de naam nog niet te kennen, ze mogen het instrument ook aanwijzen in de kring of pakken en het geluid nog eens laten horen.

Op de maat lopen - Lopen, lopen en... bevries!
De kleuters bij mij in de klas vinden het erg leuk om op de maat van de muziek te lopen, vooral als de muziek af en toe stopt.
Ik zet een liedje aan of sla op een trom. De kinderen lopen kris kras door de klas, op de maat (het tempo) van de muziek. Als de muziek stopt, bevriezen de kinderen. Ze staan dan als een standbeeld stil. Als de muziek weer klinkt, lopen de kinderen verder.

Hoge tonen, lage tonen
Nodig: xylofoon of online piano op kindersongs.nl
Laat de xylofoon (of piano) horen en laat een aantal kinderen er eens op slaan.
Sla nu van links naar rechts of andersom, zodat de kinderen een toonladder horen. Wat horen ze? Kan een kind uitbeelden wat hij hoort?
Vertel de kinderen dat de tonen van laag naar hoog (of andersom) gaan. Dat kun je horen. Als het hoog klinkt (voordoen), mogen de kinderen op de stoel gaan staan. Als het laag klinkt (voordoen), gaan de kinderen op de hurken zitten.
Sla een toonladder van laag naar hoog. De kinderen beginnen op de hurken en eindigen op de stoel. De kinderen "groeien" als het ware tijdens de toonladder. Doe dit een aantal keer. Op een gegeven moment kun je variëren in het tempo. Snel of juist langzaam. Ook kun je een keer van hoog naar laag gaan, zodat de kinderen "groeien" en weer kleiner worden.
Het is ook leuk om een keer de hoogste toon aan te slaan en meteen daarna de laagste. De kinderen moeten nu meteen op de hurken gaan zitten. Een aantal kinderen zullen dit in de gaten hebben.
Afsluiting: Eén kind gaat naar de gang. Twee kinderen verstoppen zich in de klas. Eén kind met een hoge klankstaaf en één kind met een lage klankstaaf. Het kind komt weer terug in de klas. De verstopte kinderen slaan om de beurt op de klankstaaf. Waar zit hoog verstopt en waar zit laag?

Ritme
Doe een ritme voor (klappen, stampen, met een instrument) en laat de kinderen dit nadoen. Varieer in hard, zacht, snel en langzaam. Wil één van de kinderen ook een ritme voordoen? Wij doen het na.
Als je een djembee hebt, al is het maar een kleintje, is het leuk om deze mee te nemen. Slaan op een trommel kan natuurlijk ook.
Het is ook leuk om een zin bij het ritme te zeggen, zoals "ik ben (naam) en wie ben jij?" Het volgende kind antwoordt met "ik ben (naam) en wie ben jij?" zo ga je de kring rond. Of: "Het is fijn, het is fijn, om hier in de klas te zijn". Zo kun je zelf een leuke rijmzin bedenken.
Een leuke ritmeoefening is ook: jij begint met een eenvoudig ritme, het volgende kind gaat meedoen, dan het derde kind, dan het vierde etc. (wijs de kinderen die mee moeten doen aan). Uiteindelijk doet heel de kring mee. Vervolgens wijs jij een kind aan dat mag stoppen en zo klappen/stampen/slaan steeds minder kinderen het ritme. Uiteindelijk is het weer stil in de klas.  

De echoput - ritme
Zet een mooie doos in de kring. Vertel dat je deze doos in de tuin vond en dat het een hele bijzondere doos is, let maar eens op...
Roep "Haaaalo" in de put en luister dan aandachtig of je iets hoort. Hé, wat vreemd, je hoort niks, het blijft stil. Roep nog eens "haaaaalo!" Hoor je nu iets? Luister weer aandachtig. Ga zo even door. Op een gegeven moment zullen er kinderen zijn die "hallo" terugroepen. Hé, hoor ik dat goed? Een echo! Yes, mijn echoput doet het weer! Eens even kijken wat hij nog meer kan... Je roept vanalles in de put wat de kinderen nadoen. Roep heel hard en fluister een keer.
Laat vervolgens enkele kinderen in de echoput (doos) roepen. Doet de put het nu ook?
Daarna ga jij in de put klappen. Je klapt 1x, 2x, 5x... De kinderen doen dit na. Dan klap je een aantal keer snel en de kinderen doen het na. Dan een aantal keer heel langzaam enz. Zo ga je langzaam naar het klappen van een ritme.
Als dat lukt mogen de kinderen weer in de put klappen en klapt de klas het ritme na. Een leuke, spannende ritmeoefening!

De slak en de haas - tempo
Vertel een verhaal over een slak en een haas die een wedstrijd hielden. De haas was ontzettend snel, maar de slak ging zoooo langzaam. De slak kroop en kroop en toen werd het donker... De slak kroop verder en pas toen het weer licht was kwam hij bij de eindstreep. Waar was haas? Haas was allang thuis, hij lag lekker in zijn bed.
Kennen de kinderen meer dieren die heel snel zijn? Hoe gaat dat als je snel bent? Kan een kind uit de klas heel snel rennen? Kunnen de kinderen ook heel snel klappen? Stampen, het hoofd aantikken, rennen op de plaats, schudden met de handen, het hoofd knikken etc.?
Welk dier is langzaam? Kunnen de kinderen heel langzaam gaan zitten? Heel langzaam klappen? Heel langzaam stampen, een stukje lopen etc.?
Vervolgens spreek jij met de kinderen een beweging af, bijv. klappen. Dan noem je een dier. Is dit een snel dier, dan klappen de kinderen heel snel. Is dit een langzaam dier? Dan klappen de kinderen langzaam.

Muziek en emoties
Zoek enkele muziekfragmenten waarin duidelijk een emotie te horen is, zoals een fragment met zware, harde tonen (boos), een fragment met hoge, korte noten (vrolijk), een verdrietig fragment en een bang/angstig fragment. Denk aan klassieke muziek en andere instrumentale muziek (filmmuziek, panfluitmuziek) of liedjes van de Efteling.
Laat de kinderen een fragment horen en houd er vervolgens een kringgesprek over. Wat hoorden de kinderen? Hoe vonden zij dit klinken? Waar denken ze aan? Hoe kun je dit uitbeelden (blij rondspringen, boos kijken).
Voorwaarde voor deze activiteit is wel dat deze basisgevoelens eerder behandeld zijn, zodat de kinderen ze kunnen herkennen.
Ook is er bij emoties niks fout. Als een kind een bang fragment ziet als boos, is dat goed. Alles kan en is zoals jij het voelt.

De poppenmaker - klankduur
Nodig: een pop en een instrument waarvan de klank lang te horen kan zijn, zoals de xylofoon, de triangel of een blokfluit.
Vertel een verhaal over de poppenmaker. In een dorp hier ver vandaan woont een poppenmaker. Hij heeft heel veel poppen. Houten poppen, plastic poppen, knuffelpoppen. Op een dag wilde de poppenmaker een pop maken die kan bewegen. Hij probeerde en probeerde, maar het lukte hem niet. Maar toen, op een dag kwam er een jongetje uit het dorp langs. Hij had voor zijn vader een mooi muziekinstrument gekocht (laat het instrument horen) en nu wilde hij voor zijn zusje een pop uitzoeken. De poppenmaker zag het instrument en vroeg de jongen wat dat was. De jongen bespeelde het instrument en plots begon er een pop zijn hoofd te bewegen. (Bespeel het instrument en laat de pop bewegen). Toen het geluid weg was, stond de pop weer stokstijf stil. Hé, zei de poppenmaker. Doe dat nog eens! De jongen sloeg een andere toon aan en ja hoor, de pop bewoog weer. Deze keer met zijn armen.
Nu zijn wij in de klas de poppen van de poppenmaker. De poppenmaker wilde weten of de benen van de pop ook kunnen bewegen. Hij slaat een andere toon aan en.... de kinderen bewegen de benen. Sla de toon de ene keer lang aan en de andere keer kort. De kinderen mogen bewegen zolang ze de toon horen. Laat zo de ene arm bewegen en de andere arm, ene been, andere been, romp, hoofd, voeten, hele lijf etc.

Keteltje dik van buik
Nodig: een fluitketel (of plaatje daarvan) of theepot, kopjes, een suikerpotje, lepeltjes
Inleiding: in de kring staat een tafeltje of ligt een picknickkleed met daarop een fluitketel of theepot, theekopjes etc.
Vraag de kinderen wat ze zien. Benoem wat er allemaal staat. Wat kun je hiermee doen? Hoe moet je thee maken? Wat heb je dan nodig?
Wie heeft er thuis een fluitketel (als je geen fluitketel meegebracht hebt, laat dan een plaatje zien)? Welk geluid maakt de fluitketel als het water kookt? Wie heeft een waterkoker? Wat gebeurt er als het water kookt? Wat doe je daarna als je thee wilt drinken? etc. Je kunt eventueel demonstreren hoe de waterkoker of fluitketel werkt en hoe je thee zet.
Kern: Leer de kinderen het liedje "Keteltje" aan. Doe dit op de manier zoals je gewend bent.
Vervolgens komen er gebaren bij het liedje. Zie hieronder.

Keteltje dik van buik
Met je handen een dikke buik maken
dit is mijn oor
rechterhand in de zij zetten
en dit is mijn tuit
linkerarm opheffen en buigen in de vorm van een tuit
als het water kookt dan roep ik luid:
Til me op en schenk me uit!
op je tenen gaan staan en naar links buigend (met je tuit) een schenkbeweging maken.

Nu zijn we allemaal een fluitketel en we zingen het liedje.
Afsluiting: samen thee drinken of het liedje een laatste keer zingen, eventueel enkele kinderen alleen of in kleine groepjes.

Luisterspelletje
Vertel een verhaaltje over de boskaboutertjes.
Het is herfst. Een hele drukke tijd voor de boskabouters. Ze moeten blaadjes verven, eikels, kastanjes en beukennootjes verzamelen, de paddenstoelen verzorgen... Wie weet wat de boskaboutertjes nog meer doen?
Wij gaan wat dingen zoeken in het bos. Heel stil, want alle mensen slapen. Zoek maar wat en doe het in je emmertje. De kinderen lopen met een emmertje door de klas en mogen er 1 ding indoen. Kom maar weer terug kabouters, in de kring. Wat hebben jullie gevonden? We kunnen het niet zien, want het is zo donker in het bos. Maar, we kunnen het wel... horen!
Nu zijn wij de kabouters van de boskabouterschool. We willen met onze oren leren kijken. We gaan steeds twee dezelfde kokers bij elkaar zoeken. Luister goed.
Zoek telkens twee dezelfde gehoorkokers van Montessori bij elkaar.

Gehoorkokermemory
Voorbereiding: neem een aantal wc rolletjes. Stop er iets in en plak ze dicht. Zorg ervoor dat er telkens 2 rolletjes zijn met hetzelfde erin. Denk aan knikkers, paperclips, wattenstaafje, rijst, suiker.
Zet de kokers in de kring en laat ze allemaal een keer horen. Vervolgens mag een kind een koker aanwijzen en er een andere koker bijkiezen. Zo speel je met de hele groep memory.


Bewegen op muziek

Deze activiteiten zijn zeer geschikt om tijdens een spelles te doen en daarom ook te onder bij het menu-item 'Gym, spelles en buitenspel'.

Leuk om te doen:
* Een verhaal uitbeelden op instrumentale (klassieke) muziek. Beluister een muziekstuk en verzin hier zelf een verhaal bij dat past bij het thema waar je mee werkt. Laat het muziekstuk aan de kinderen horen en beeld het verhaal samen uit. Laat het muziekstuk nog eens horen en laat de kinderen het verhaal alleen uitbeelden. Denk aan: lopen door het bos, het waait, je ziet een eekhoorn springen. Schaatsen op het ijs, je valt in een wak, je zwemt onder water. Op de fiets naar het strand, liggen op het zand en zwemmen in de zee.
* Bewegen op het ritme van de trom. De leerkracht slaat hard, zacht en snel, langzaam op de trom. De kinderen lopen, rennen, huppelen, springen op het ritme van de trom.
* Kleuters vinden het leuk om dieren na te doen. Laat één kind een dier bedenken. Alle kinderen doen dat dier na. Als jij fluit, klapt, op de trom slaat, bevriezen de dieren en mag een ander kind een dier bedenken.
* Dansen en bewegen met linten. Geef elk kind één of twee linten van crêpepapier. Dans hiermee rond in de speelzaal. Geef de kinderen opdrachten en doe voor wat ze kunnen doen. (Met de armen zwaaien, ronddraaien als een molen, grote cirkels maken, kleine cirkels, naar voor en achter zwaaien, cirkels maken boven je hoofd, rennen en springen met de linten, bewegen op muziek etc.)
* Dansen. Zoek leuke dansliedjes en dans hier met de kinderen op. De Animatie Compagnie heeft leuke liedjes waarbij gezongen wordt wat de kinderen moeten doen, zoals Tjoe Tjoe Wa, Ochtendgymnastiek, Superman, Cowboy Joe, Hockey Cockey, Doe maar lekker mee etc.
Misschien heeft een kind in de klas zo'n cd. Deze liedjes worden in de zomer op campings gedraaid bij het animatieprogramma.
Je kunt de cd hier bestellen of downloaden.
* Bewegingsonderwijs in het speellokaal. Bij deze map met gymlessen voor kleuters zit een cd met liedjes om op te bewegen. Bijv. circuspaarden of de trein.
In deze map staan ook allerlei activiteiten die met bewegen op muziek te maken hebben, zoals op tijd stilstaan, verschillende routes stappen, in de maat, met z'n tweeën.

Liedjes
Lopen lopen allemaal,
lopen lopen, ga maar lopen.
Lopen lopen allemaal,
sta nu even stil.
Springen, springen allemaal,
springen springen enz.
Hinkelen, kruipen, rollen enz.

De leerkracht zingt dit lied terwijl de kinderen uitvoeren wat er gezongen wordt. Als de kinderen stil moeten staan, worden ze een standbeeld.

Alle kinderen gaan nu zwemmen,
zwem, zwem, zwem, zwem, zwem.
Alle kinderen zijn nu kikkers
kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak.
Alle kinderen gaan marcheren,
mars, mars, mars, mars, mars.
Alle kinderen gaan nu springen,
spring, spring, spring, spring, spring.
Alle kinderen... etc

De leerkracht verzint iedere keer iets wat de kinderen moeten doen. De kinderen lopen in een lange rij achter elkaar. De leerkracht zegt dit of maakt er en simpel liedje van.

Liedjes in de kring
Enkele leuke liedjes van vroeger.

Daar zat een klein zigeunermeisje
huilend op een steen.
Huilend, huilend, helemaal alleen.
Sta op, meisje lief, en droog je traantjes af
en kies een kindje uit de kring
want anders ben je af.
Tralalalala, tralalalalala etc.

Een grote kring maken. Alle kinderen wijzen naar het kind dat in de kring zit te huilen. Bij de vierde regel staat het kind op en kiest iemand uit om een dansje mee te maken.

Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan
ik kan dansen als een edelman.
Dat is één, dat is twee, dat is drie, dat is vier,
dat is vijf, dat is zes en dat is zeven!

De kinderen hebben de handen vast en lopen rond in een kring.
Bij één: los laten en rechtervoet in de kring zetten.
Het lied wordt vervolgens opnieuw gezongen.
Het lied wordt zeven keer gezongen en bij elke herhaling komt er iets bij.
Twee: linkervoet vooruit in de kring.
Drie: knielen op rechterbeen, vier: knielen op linkerbeen
vijf: rechterelleboog op de grond, zes: linkerelleboog op de grond
zeven: met het voorhoofd de grond aanraken.

Jan Huigen in de ton
met een hoepeltje erom
Jan Huigen, Jan Huigen,
en de ton die begon te buigen, te buigen
en die ton die viel... kapot!

De kinderen lopen rond in een kring. Bij buigen, buigen ze voorover en bij kapot vallen de kinderen achterover op de grond.

Joepie, Joepie is gekomen
heeft mijn meisje weggehaald
maar ik zal er neit om treuren
gauw een ander weer gehaald.
Tralalalalala etc.

De meisjes staan in de kring. Achter elk meisje staat een jongen. Eén jongen loopt rond en kiest een meisje met wie hij de kring ronddanst. Als het lied voor de tweede keer gezongen wordt, mag de overgebleven jongen een meisje uitzoeken en gaan de twee dansers op de opengevallen plaats staan. Als alle meisjes een keer gekozen zijn, is het spel uit.

Zakdoekje leggen, niemand zeggen
'k Heb de hele nacht gewaakt,
twee paar schoenen heb ik afgemaakt
één van stof en één van leer
hier leg ik mijn zakdoek neer.
Ik weet het al, ik weet het al,
waar ik mijn zakdoek leggen zal.
En van je 1, 2, 3!

Het kind wat de zakdoek nu achter zich ziet liggen, staat op en probeert het kind dat de zakdoek gelegd heeft te tikken. Dat kind probeert op de lege plek in de kring te gaan zitten, voordat hij getikt wordt.

Zeg, ken jij de mosselman
de mosselman, de mosselman
zeg, ken jij de mosselman
die woont in Scheveningen.

Ja, ik ken de mosselman,
de mosselman, de mosselman
Ja, ik ken de mosselman
die woont in Scheveningen.

Samen kennen wij de mosselman
de mosselman, de mosselman
samen kennen wij de mosselman
die woont in Scheveningen.

De kinderen staan in de kring. Twee kinderen staan in de kring tegenover elkaar. Het ene kind begint terwijl hij op de muziek zijn benen beurtelings opgooit en de handen klappend langs elkaar slaat. Bij het 2de couplet is de ander aan de beurt en hij antwoordt met dezelfde gebaren. Bij "samen" kruisen de twee de armen en dansen ze heen en weer door de kring. Nu kiezen beide kinderen een partner en begint het lied opnieuw. Het gaat door totdat iedereen in de kring een partner heeft.

't Regent op de brug
en ik word niet nat
ik ben nog iets vergeten
maar ik weet niet wat
Kom, mijn zusje dans met mij
beide handjes in de zij
heen en weer, op en neer
drie maal in de rondte
en ik dans niet meer.

De kinderen staan in een rij. Eén kind staat ervoor. Dat kind kiest een "zusje" uit. Beiden dansen dan met de handen in de zij heen en weer. Bij "drie maal in de rondte", haken ze de armen in elkaar en dansen in het rond.

Witte zwanen, zwarte zwanen
wie gaat er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten
de sleutel is gebroken
is er dan geen smid in 't land
die de sleutel maken kan?
Laat doorgaan, laat doorgaan
wie achter is moet voor gaan.

Schipper mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan nog geld betalen, ja of nee?

'k Heb een brilletje al voor mijn ogen
om te zien wie er dansen mogen.
'k Heb een brilletje al voor mijn ogen
'k zie het al, ik dans met jou.

Wie gaat er mee, wie gaat er mee
naar de berg van Sint André?
En daar wonen zoveel kindertjes
en die leven daar in gloria, victoria!

Wie gaat er mee, wie gaat er mee
naar de berg van Sint André?
En daar wonen zoveel hondjes
en die leven daar in gloria, victoria!

De kinderen staan in een kring. Om de beurt mogen ze zeggen wie er op de berg wonen. Aan het eind van het couplet maken ze het geluid van dat dier.

Twee emmertjes water halen
twee emmertjes pompen
meisjes op de klompen
jongens op een houten been,
rij maar door mijn straatje heen
en van je ras ras ras
rijdt de koning door de plas
en van je voort voort voort
rijdt de koning door de poort
en van je erre, erre, erre
rijdt de koning door de kerk
van je één, twee, drie!

De kinderen staan in twee rijen tegenover elkaar, en houden elkaars handen kruislings vast en bewegen hun armen heen en weer. Bij "van je ras ras ras" laten ze elkaar los en doen een stapje naar achter, zodat de achterste twee rijen door naar de andere kant kunnen dansen.


Boeken en cd's | muziek voor kleuters

 

 







facebook juf Anke