Over Juf Anke

Leuk dat je mijn site bezoekt! Ik ben Anke van Boxmeer, leerkracht van een kleutergroep in Sint-Michielsgestel. Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op jufanke.nl. Ik wil hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast ben ik werkzaam als educatief auteur voor Kleuteruniversiteit, Praxisbulletin en Lemniscaat. Dit doe ik samen met Els. In 2017 verscheen ons eerste eigen boek: Spelen met prentenboeken!

  • Inspiratieblog
  • Zingen
  • Luisteren
  • Bewegen
  • Lezen en noteren
  • Muziek maken


Inspiratieblog muziek

Op deze pagina wil ik je inspiratie geven voor mooie muziekmomenten in je groep. Onder de tabbladen hierboven vind je ideeën bij de verschillende muziekdomeinen: zingen, luisteren, bewegen, lezen en noteren en muziek maken. Vaak zullen de activiteiten meerdere domeinen omvatten, dus kijk gerust op alle pagina's rond.

Muziek kun je verdelen in drie gebieden:

  1. Klank: hier gaat het vooral over wat je hoort in de muziek. Klinkt de muziek hoog of laag? Is het hard of zacht? Snel of langzaam? Hoe is de klankkleur?
  2. Vorm: hier gaat het over hoe een lied of muziekstuk is opgebouwd. Hoor je herhaling of juist veel verschil? Waar zitten de coupletten en refreinen? Kun je het lied als een canon zingen? De vorm gaat over de bouwstenen, de legostenen van de muziek.
  3. Betekenis: bij betekenis gaat het over wat jij erbij denkt, voelt en wat de sfeer is. Emoties horen bij betekenis en ook de functie van de muziek.

Deze gebieden vind je in het KVB-model (Klank, Vorm en Betekenis), waarin je ook de muziekdomeinen ziet staan. Een gevarieerde muziekles bevat meerdere domeinen. Als je zelf aan de slag gaat met het bedenken van een leuke, gevarieerde muziekles, kun je dit model gebruiken.

KVB-model muziek
KVB-model voor muziekmomenten

Aan de slag! - Hoe bereid je een muziekles voor?

Als ik een muziekles voorbereid, pak ik een groot vel papier. Hierop schijf ik de muziekdomeinen: zingen, luisteren, bewegen, muziek maken, lezen en noteren en de gebieden waarin muziek onder te verdelen valt: klank, vorm en betekenis. Ik bedenk bij welk thema de les moet passen en maak een woordweb of mindmap rondom dit thema. Ik schijf alles op wat in me opkomt. Vervolgens schrijf ik allerlei materialen op die in de les van pas kunnen komen. Dit kan echt alles zijn, muziekinstrumenten, prentenboeken, spullen, foto's ... Als het blad volgeschreven is, begint het combineren. Ik kijk wat met elkaar verbonden kan worden en bedenk er muzikale ideeën bij.
Bij de zomer past water, water golft, op een xylofoon kun je het geluid van golven spelen. Je kunt golven op het bord tekenen, hoge en lage. De kinderen laten deze golven klinken, luide muziek, zachte muziek (muziek maken, muziek noteren en klank). Misschien zijn er ook wel hoekige golven? Vierkante golven? Hoe klinken deze? Zo ontstaat een aanzet voor een les over water en de zee. Hierna fantaseer ik verder en beginnen de ideeën te stromen. Met dank aan mijn muziekcoach, die me deze handreiking gaf.

Activiteiten bij het thema muziek

Ben je op zoek naar activiteiten bij het thema muziek, zoals ideeën voor de hoeken, taal- en rekenactiviteiten en knutsels? Ga dan naar mijn themapagina 'muziek'.

--> naar het thema muziek

muziek kleuters, juf Anke

Boek bekeken
De beste maatjes - Muziekdidactiek voor de kleuterklas

Op zoek naar achtergrondinformatie over muziek op de basisschool en inspiratie voor muzikale activiteiten kwam ik bij het boek De beste maatjes van An Bekaert, uitgegeven bij Die Keure (België).

De beste maatjes, muziek, kleuters

De beste maatjes is geschreven voor kleuterleid(st)ers en studenten en dus helemaal gericht op het kleuteronderwijs. De inhoud van het boek is vooral gericht op de muzikale omgangsvormen die in een kleutergroep aan bod komen: zingen, muziek maken, luisteren naar muziek, lezen en noteren en bewegen. Dat zijn precies de domeinen waar ik hier op de site een indeling voor gemaakt heb (zie de tabbladen bovenaan de pagina). Per domein vind je op de site ideetjes en ook in het boek worden de ideeën gekoppeld aan een domein, een muzikale omgangsvorm. Handig!

Het boek start met wat theoretische informatie over kleuters en muziek. Je leest dat kleuters in een fantasiewereld leven, niet stil kunnen zitten en soms nog egocentrisch zijn. Je leest hoe je dit mee kunt nemen in je muzikale momenten. Daarna wordt er beschreven hoe je in de klas met muziek bezig kunt zijn en op welke momenten je dit al (onbewust) doet. Je leest over muzikale inhouden (melodie, ritme, timbre of klankkleur, dynamiek of klanksterkte, harmonie en vorm) en muzikale tegenstellingen. Ook hiermee kun je aan de slag in een muziekles. In het eerste hoofdstuk wordt uitleg gegeven, verderop in het boek komen deze inhouden en tegenstellingen terug in praktische voorbeelden.

Het theoretische gedeelte geeft ook antwoord op vragen die ik altijd al had, zoals 'Aan welke doelen werk je tijdens muzikale momenten met kleuters?', 'Wat zijn de kenmerken van een goed kleuterlied?', 'Kun je commerciële liedjes (K3 bijvoorbeeld) aanleren?', 'Wat doe je met liedjes uit de oude doos?', 'Hoe zing je de juiste toonhoogte?' en 'Wat doe je met kleuters aan stemtechniek?'

Ik vind dit eerste gedeelte van het boek echt heel interessant! Ik merk dat ik met muziek altijd maar wat doe. Ik zing liedjes met de kinderen, we dansen, we spelen op instrumenten, maar ik mis de onderbouwing, de doelen. Waarom doe ik dit? Wat ik bij reken- en taalactiviteiten zo goed weet en de basis van waaruit ik vertrek om zinvolle activiteiten te bedenken mis ik zo bij muziek. Ik heb geen achtergrondinformatie. Wat is de theorie? Na het lezen van dit boek heb ik die wel en kan ik onderbouwd aan de slag gaan! Bovendien krijg je er zoveel meer ideeën van dan alleen zingen, dansen en spelen!

Het tweede gedeelte van dit boek geeft je die ideeën. Bij elke muzikale omgangsvorm vind je inspirerende activiteiten, zowel kort (10 minuten) als wat langer (20 minuten). De activiteiten zijn duidelijk beschreven en er staat bij welke muzikale inhouden en tegenstellingen aan bod komen. Je krijgt meer ideeën dan alleen maar liedjes zingen (die op een cd bij het boek staan). Super leuke ideeën voor vernieuwende muzieklessen!

Voor mij is De beste maatjes een hartstikke fijn handboek en ideeënboek voor mijn muzieklessen. Zeker als je, zoals ik, wat meer achtergrondinformatie en nieuwe ideeën wilt, moet je dit boek gewoon lezen :).

--> Bekijk het boek op de site van Die Keure

De beer en de piano - muziekproject

Voor Kleuteruniversiteit schreven Els en ik een muzikaal project bij het prachtige prentenboek De beer en de piano. We bedachten activiteiten met geluiden, luisteren, emoties, zingen, dansen en muziek!

Op een dag vindt een beer een piano in het woud. Na een tijdje speelt hij de mooiste muziek. De beer gaat naar de stad en wordt wereldberoemd. Ga jij met hem mee?

In het project vind je vierentwintig reken- en taalactiviteiten, een les Engels, een creatieve activiteit en suggesties voor muziek, dans en beweging bij het boek De beer en de piano van David Litchfield. Dit lespakket bevat ook twee originele liedjes van Jeroen Schipper in MP3 formaat.

--> Bekijk 'De beer en de piano'

project muziek, kleuters, Kleuteruniversiteit

Boekentip! De beer, de piano, de hond en de viool

Bij het prentenboek De beer en de piano (zie boven) schreven Els en ik een project voor Kleuteruniversiteit. Nu is er een prachtig vervolg op dit prentenboek verschenen: De beer, de piano, de hond en de viool.

De beer en de piaono de hond en de viool, muziek, kleuters

Elke dag speelt Hector op zijn viool in de stad. Zijn hond Bruno is een van zijn grootste fans. Maar dan wordt de beer met zijn piano beroemd en de mensen hebben minder oog voor Hector. Hector besluit te stoppen met spelen en trekt zich, samen met Bruno, terug in zijn huis. Terwijl Hector slaapt, tv kijkt en muziek luistert, pakt Bruno de viool. Hij oefent op het platte dak. Dag in, dag uit. Een heel jaar lang. Bruno leert prachtig viool spelen en iedereen in de buurt luistert en geniet.
De beer ontdekt Bruno en nodigt hem uit in zijn big band. Bruno is dolgelukkig en gaat mee op toernee. Hector vindt dat maar niets en hun afscheid is niet prettig. Hector heeft spijt mist zijn vriend enorm. Tot hij ziet dat de big band naar het concertgebouw in de stad komt. Hector koopt meteen een kaartje. Maar zou Bruno hem nog wel willen zien?

Wat een mooi verhaal over vriendschap en muziek is De beer, de piano, de hond en de viool. Het verhaal, geschreven door David Litchfield, ontroert en verwarmt je hart. De illustraties zijn erg mooi! Ze zijn zo sfeervol, er is zoveel op te zien en ze geven het boek een heel warme uitstraling waardoor je van alle personages en de muziek gaat houden. Dit prentenboek is evenals De beer en de piano een topper als je met het thema muziek aan de slag gaat.

Inspiratieblog muziek - méér dan liedjes zingen

In het schooljaar 2018/2019 hadden wij op school begeleiding van een muziekcoach. Ze ondersteunde ons bij het voorbereiden en/of geven van onze muzieklessen en we konden onze (leer)vragen bij haar neerleggen. Dit was heel fijn en ik heb er ontzettend veel van geleerd! Ik wilde graag meer doen met muziek dan alleen liedjes zingen en het leek me zo handig om ideetjes uit m'n mouw te kunnen schudden, zoals ik dat bij taal- en rekenactiviteiten kan. Al snel kwamen we erachter dat ik de doelen van taal en rekenen heel goed weet. Ik kan ze zo opnoemen en er activiteiten bij bedenken. Maar de doelen van muziek? Geen idee. De coach gaf me theoretische achtergrondinformatie en daarmee kon ik verder. Ik hield een blog bij van een aantal muzieklessen die ik dat jaar gaf. Je leest het hier.

Vormen en geluiden

Les 1 - vormen en geluiden

Ons thema is nu kleur en vorm. Dan denk je natuurlijk meteen aan muziek ;). Uhh, nee, ik niet, maar toen ik eenmaal in de muziekmodus zat, kwamen de ideeën los. Vormen, kleuren, geluiden, emoties, muzieknotatie ... mogelijkheden genoeg. Daar ging ik: les 1, geluiden in het lokaal.

vormenwinkeltje, vormen, kleuters, muziek

We zaten in de kring. Ik gaf de kleuters de opdracht door het lokaal te lopen en te ontdekken wat geluid maakt. Zelf ging ik ook op ontdekkingstocht. We sloegen blokken tegen elkaar, graaiden in de bak met lego, deden de deur open en dicht, schudden met een potje met hazelnoten, drukten op de winkelbel in de winkelhoek, slepen een potlood aan, zetten een stoel hard neer, klopten tegen het raam, deden de kastdeuren open en dicht en nog veel meer. Het was een lekker kabaal, een fijn kabaal vanuit betrokkenheid. Op mijn teken kwamen alle kleuters terug naar de kring. Ik vroeg verschillende kinderen wat ze ontdekt hadden en ze mochten dit geluid laten horen. Wanneer ze materiaal gebruikten dat makkelijk mee te nemen was, mochten ze dit in de kring zetten. Zo verzamelden we allerlei materiaal met verschillende geluiden. Sommige geluiden werden met elkaar vergeleken en een kleuter gooide de termen 'hoog' en 'laag' erin.

Hierna introduceerde ik de vormen. Ik liet ze één voor één zien. Wisten de kleuters nog hoe ze heten? Ik vroeg ze bij elke vorm een passend geluid te kiezen. Een geluid dat één van de voorwerpen in de kring kon maken. Voor de cirkel kozen ze de receptiebel (pinggg), voor de rechthoek twee grote, rechthoekige blokken (BAM), voor het vierkant twee kleine blokken (tik) en voor de driehoek weer andere blokken (tik, tik, tik). Ze konden precies vertellen waarom ze dit geluid zo vonden passen. Ik vroeg of de blokken bij de cirkel konden, maar nee, dat kon niet. Dat klonk niet 'rond'. Ik merkte op dat de kinderen veel voorwerpen gekozen hadden waarmee de klas vol staat. Handig! Ik gaf één kleuter de receptiebel (hij was de cirkel), een groep elk twee grote blokken (de rechthoek), een groep elk twee kleine blokken (het vierkant) enzovoorts. Alle kinderen hadden nu iets in hun hand. De bijbehorende vormen legde ik voor de groepen, zodat de kinderen altijd konden zien welke vorm ze 'waren'.

muziek kleuters

Met de logiblokken legde ik een partituur (cirkel, vierkant, rechthoek, cirkel, driehoek, vierkant, driehoek, cirkel, cirkel). Ik vertelde de groep dat ik de dirigent was en pakte mijn dirigeerstok (een liniaal). Ik wees de vormen één voor één, rustig, aan. De kinderen speelden. Het orkest moest natuurlijk even oefenen. Sommige leden waren niet helemaal wakker, terwijl anderen verdronken in de muziek en maar door bleven spelen. Maar, na enkele keren oefenen ging het fantastisch! Pingg, tik, bam, pinggg, tik, tik, tik ... Wat een concentratie. We merkten op dat het handig is om je voorwerp gereed te houden, zodat je meteen kunt reageren als de dirigent jouw vorm aanwijst. Na even spelen, wilden de kleuters er graag een lied bij zingen. Welk lied? Een meisje zei: 'Iemand belt aan en dan klopt hij op het raam en de deur!' Ja, inderdaad, dat was wat we hoorden, pinggg, tik, tik ... Wat een goed idee. We bedachten samen een verhaal. Iemand belt aan (cirkel), maar er doet niemand open. Dan tikt hij tegen het raam (vierkant) en klopt aan de deur (rechthoek). Geen reactie. De hond wordt ongeduldig en krabbelt aan de deur (driehoek). Er wordt nog eens aangebeld ... Uiteindelijk, aan het eind van het verhaal gaat de deur open. Wie doet dat? 'Jij juf!' Dus speelden we ons hele verhaal en vloog ik na de laatste aanwijzing gegeven te hebben naar de deur: 'Kom binnen!'

muziek

Het was een gezellige les. De volgende keer gaan we hierop door. We kunnen er muziekinstrumenten bij pakken, variëren in tempo en volume (grote en kleine vormen) én de kleuters maken hun eigen partituur.

Misschien inspireert dit jou ook voor je muziekles. Bij het thema kleur en vorm of als idee voor een ander thema. Je kunt er zelfs twee lessen van maken. Eén over geluiden in het lokaal en met een vorm in de hand op zoek gaan naar bijpassende geluiden en één over het spelen van een muziekstuk met vormen.

Wij maken nog wel even muziek!

Les 2 - Instrumenten verkennen

Na het koppelen van een vorm aan een geluid, wilde ik hierop verder borduren met muzieksintrumenten. Ook instrumenten kun je aan de verschillende vormen koppelen. Daarvoor moeten de kinderen de instrumenten wel kennen: hoe klinken ze? En ook niet onbelangrijk: hoe heten ze? Tijdens een eerdere activiteit, die een beetje mislukte, merkte ik dat de kinderen dit niet wisten. Ze hebben zo weinig met muziekinstrumenten gedaan dat ze geen idee hebben hoe ze klinken. Dus ... een stapje terug. Een lesje 'instrumenten verkennen'.

Eén voor één kwamen de instrumenten uit mijn muziekdoos. Ik liet ze horen en vertelde hoe elk instrument heet. De instrumenten werden verzameld in de kring. Hierna noemde ik een naam van een instrument en een kind mocht het pakken. Toen alle kinderen een instrument hadden, pakte ik mijn 'dirigeerstok'. Tijd om te spelen! De kinderen mochten eerst vrij spelen, waarna we enkele oefeningen deden:
* Instrumenten die hetzelfde zijn spelen tegelijk
* Het eerste kind start met spelen, daarna valt het tweede kind in en zo verder tot iedereen speelt. Daarna haken de kinderen één voor één af tot het weer stil is.
* Hard spelen en zacht spelen
* Een groep instrumenten die hetzelfde klinkt, speelt tegelijk

Ik benoemde de namen van de instrumenten en de kinderen letten goed op wanneer ze mochten spelen. Het orkest deed het geweldig. Hierna wees ik een willekeurig kind aan. Dat kind bespeelde zijn instrument. Alle kinderen met hetzelfde instrument vielen in. Als ik verder liep, stopten ze met spelen. Ik wees een ander kind aan. Hij speelde en iedereen met hetzelfde instrument speelde mee en zo verder. Toen dit goed ging, mochten alle kinderen de stoel omdraaien. Nu zaten ze met de ruggen naar elkaar in de kring. Ik tikte een kind aan, hij begon te spelen. Alle andere kinderen luisterden heel goed. Ze konden elkaar immers niet zien. De kinderen met hetzelfde instrument speelden mee. Dit was een leuke luisteroefening en nu de kinderen de instrumenten kenden, ging dat goed. Een mooie afsluiting van de dag.

De volgende keer kunnen we een stapje verder gaan. We koppelen de muziekinstrumenten aan vormen.

Les 3 - Instrumenten en geluiden

Zoveel ideeën in m'n hoofd, nog zoveel willen doen ... maar wat voor vandaag de uitdaging was: houd het rustig, focus op één doel. Ik keek terug op de vorige les: instrumenten verkennen en dacht vooruit. Wat wil ik nog? De kinderen een eigen partituur laten maken. Welke stap moet ik dan nog nemen? De kinderen kennis laten maken met het spelen van een partituur met behulp van instrumenten. In een eerdere les deden we dit al met geluiden uit het lokaal. Nu wilde ik de koppeling naar de instrumenten maken. Eerst samen, later alleen ...

Ik verzamelde de kinderen na het buitenspelen in de rij. Vol trots lieten ze me hun broodtrommels vol geraapte beukennootjes zien. 'Hé, juf, dit maakt geluid!' en uit een andere hoek: 'Yes, we gaan muziek doen'. Wacht, dacht ik. Geluid? Muziek? Dat is de allerbeste combi. Enthousiast riep ik: 'Neem de trommels met beukennootjes maar mee naar de klas. We gaan muziek maken!' Oke, even een aanpassing van het oorspronkelijke idee, maar ook hiermee kan ik mijn doel bereiken. De 'beukennootjes-kinderen' mochten hun geluid laten horen. Ze schudden erop los. Daarna gingen we samen op onderzoek uit. Wat maakt nog meer een schudgeluid? Welke instrumenten zijn schudinstrumenten? Ik opende de doos met muziekinstrumenten en haalde ze één voor één tevoorschijn. Hoe heet het ook alweer? Kan het schudden? We maakten een 'ja' en een 'nee' groep. Alle instrumenten uit de 'ja-groep' konden schudden. Dit waren schudeieren, sambaballen, schudkokers en ook allerlei belletjes. Ik deelde ze aan de kinderen zonder 'beukennootjes-instrument' uit. Nu had iedereen iets. Weer mochten alle kinderen schudden. Ik merkte op dat het ontzettend mooi tegelijk ging en leuk klonk, maar toch was er iets anders. 'Ja, juf, de belletjes klinken anders dan de schudinstrumenten!' De twee groepen speelden even apart en we luisterden goed. Ja, we hoorden allemaal een verschil. Tijd om er vormen aan te koppelen. Voor de schudinstrumenten en dus ook de beukennootjes-instrumenten kozen de kinderen een rechthoek en voor de belletjes een cirkel. (De belletjes zijn namelijk rond, net als een cirkel. Ik vroeg de kinderen ook eens met ogen dicht te luisteren. Hoe klinkt het geluid? Welke vorm past er dan bij?).

muziek kleuters
Kan het schudden of niet? De 'ja' en de 'nee' groep.

Met cirkels verschillend in grootte (de logiblokken en cirkels geknipt uit papier) legde ik een partituur. Ik vroeg de kinderen wat het verschil in grootte zou kunnen betekenden. Links van mij fluisterde een kleuter 'de kleintjes zijn zacht'. Wat goed! Ik vroeg hem het nog eens te herhalen voor de groep en uit te leggen waarom hij dat dacht. Dat kon hij. Een kleine vorm betekent zacht spelen en een grote betekent hard. 'Wow!' zei een jongen tegen zijn vriendje naast hem. 'Kijk dan, daar! We mogen HARD!' Ik vroeg nog eens welke instrumenten bij de cirkels hoorden (de belletjes) en keek de kinderen met belletjes aan. 'Zijn jullie er klaar voor?!' Daar gingen we! Ik was de dirigent en wees de eerste, kleine cirkel aan. De kinderen speelden zacht. Daarna wees ik de volgende, iets grotere cirkel aan. De kinderen speelden harder. Daarna mochten ze nóg harder, toen weer zacht enzovoorts. Het ging meteen fantastisch. De kinderen waren zo gefocust en deden zo hun best! Hierna deed ik hetzelfde met rechthoeken en de schudinstrumenten groep. Ook dit ging zo goed. Ik was verbaasd!


Een partituur spelen. Eerst de cirkels. Later de rechthoeken.

Tenslotte legde ik een partituur van cirkels en rechthoeken in allerlei groottes door elkaar. 'Orkest, kunnen jullie dit spelen? Zijn jullie er klaar voor? Wie spelen de cirkels? Wie zijn de rechthoeken?' De kinderen wisten het precies. Zelfs de vierjarigen die net begonnen zijn snapten het helemaal. We konden beginnen! De dirigent (ik) wees aan en de groep speelde. Het ging meteen hartstikke goed. We deden het nog een keer en ik nam het muziekstuk op. We luisterde het terug en speelden opnieuw. We hadden plezier! Eén kleuter vond dat het ook wel moest lukken zonder de dirigent, maar dat leverde toch wat onzekere blikken en kleine conflicten tussen de orkestleden op, maar ... deze kleuter mocht het wel even zelf proberen, met twee instrumenten in de hand. Dat kon hij heel goed. Ik was trots! Applaus voor deze solist en een applaus voor de hele groep! Veel te snel was het al tijd om naar huis te gaan.

Les 4 - Een eigen partituur, het eindproduct

Vandaag was het zover, de kinderen mochten hun eigen partituur maken en spelen. Toen de muziekles begon en ik vroeg wat we gingen doen, wist één kleuter het meteen: zelf muziek maken! Ik vroeg of de kinderen nog wisten wat de bedoeling was en refereerde aan de les van vorige week. 'Jaaaa!' riepen alle kleuters meteen. Oke, aan de slag! Ik verdeelde de kinderen in groepjes van vier, legde alle muziekinstrumenten op tafel en vier sets logiblokken op de grond en daar gingen ze.

De kinderen kozen een muziekinstrument, bespraken in hun groepje welke vormen hierbij passen, pakten deze vormen, groot en klein, en legden een partituur van logiblokken. Er werd druk gepraat, er was rumoer, er was af en toe wat herrie van al die muzikanten die tegelijk speelden en overal lagen logiblokken. Zou dit goed komen? Hebben de kinderen het wel begrepen? Weet iedereen wat hij moet doen?

muziek kleuters, juf Anke

Na een kwartier vroeg ik de groepjes of ze klaar waren om op te treden. Dat waren ze. Iedereen kwam in de kring. De instrumenten en logiblokken bleven liggen. Om de beurt mocht een groepje zijn muziekstuk laten horen. Wat was dat leuk! Heel geconcentreerd werd er gespeeld, gekeken, geluisterd. Oudste kleuters namen uit zichzelf de leiding als dirigent en trokken de jongsten mee in het muziekstuk. Er bleek heel goed geoefend en overlegd te zijn! Alle kleuters deden mee en alle groepen speelden hun stuk in één keer goed. Er waren zelfs leuke verrassingen, zoals een groepje dat een vorm bedacht die 'samen spelen' betekende. Hier klonken alle instrumenten tegelijk. Een jongen die niet zoveel van zichzelf laat zien tijdens reken- en taalactiviteiten, maar nu de leiding nam en keurig aangaf welke vorm zijn groep moest spelen. En van alle instrumenten werd de naam genoemd. De kinderen hebben ze onthouden. Wat mooi!

muziek kleuters, lezen en noteren

Muziek en emoties - thema 'vriendschap'

Les 1 - Luisteren naar muziek

Het is oktober. De Kinderboekenweek met als thema 'vriendschap' is gestart. Ik dacht na over mijn muzieklessen. Wat wil ik deze periode gaan doen? Tijdens het vorige thema hebben we activiteiten gedaan binnen de muziekdomeinen lezen en noteren en muziek maken. Nu wil ik iets bedenken dat binnen een ander domein valt, luisteren bijvoorbeeld.

Als ik aan vriendschap denk, denk ik aan een fijn gevoel, blij zijn. Maar ook aan ruzie maken, aan boos of verdrietig zijn. De emoties! Daar kan ik wel wat mee in een muziekles. Als ik de emoties koppel aan het muziekdomein luisteren, denk ik meteen aan het beluisteren van muziekstukken. Welk gevoel geven ze je? Word je er blij van? Verdrietig of boos? Bang? Hier ga ik mee aan de slag!

Thuis verzamelde ik verschillende klassieke muziekstukken en filmmuziek waarin een duidelijke emotie te herkennen is. Ik zette ze in een afspeellijst op Spotify. Deze lijst vind je hierboven onder het tabblad 'luisteren' en is vrij te gebruiken.

De kinderen hadden buiten gespeeld. Ik vroeg ze in de kring te komen zitten. Eén kleuter kwam in tranen binnen. Ze had ruzie met haar vriendin. De tranen maakten indruk op de groep en lief vroegen ze wat er aan de hand was. We praatten samen over ruzie en over het gevoel dat dat je geeft. Een aanknopingspunt voor de muziekles!

Ik vertelde de kinderen dat ik ze muziekstukken ging laten horen. Ze mochten ernaar luisteren en bedenken wat voor gevoel het ze gaf. Ik startte het eerste stuk, een heel vrolijk stuk. De kinderen konden niet stil blijven zitten! Ze zwaaiden met hun armen en de blijdschap straalde er meteen vanaf. Ik vroeg ze deze emotie op hun gezicht te laten zien. Big smile! Het volgende stuk was zo vrolijk niet meer. Donkere tonen klonken. De kinderen keken kwaad en stampten op de grond. Af en toe attendeerde ik de groep op een kind dat een hele mooie gezichtsuitdrukking had. 'Kijk, hoe kun je zien hoe hij zich voelt?' Bij het derde stuk barstten de kinderen spontaan in snikken uit. Gelukkig was dit niet echt. Een hele groep huilende kleuters! Tenslotte klonken er enge geluiden en zat iedereen onder zijn stoel. Brrrr.
Ik liet de stukken nog eens horen en vroeg de kinderen goed te letten op hun gezichtsuitdrukking. Hoe kun je met je gezicht laten zien hoe je je voelt en hoe zie je dat bij een ander?

De tijd vloog voorbij en de muziekles zat erop. De volgende keer gaan we verder en bewegen we met ons hele lichaam. Hup, de speelzaal in!

Les 2 - Bewegen op muziek

Nadat we goed naar de muziek geluisterd hadden, moest er natuurlijk bewogen worden. Kleuters kunnen niet zonder beweging! Het muziekdomein bewegen kwam nu aan bod. We gingen naar de speelzaal. Ik liet afbeeldingen zien van kinderen die blij, boos, verdrietig en bang keken. Je vindt ze onder het tabblad 'luisteren'. De kinderen wisten de emoties meteen te benoemen. We keken even terug op de vorige les en daarna was het tijd om te bewegen. Ik startte de muziek en de kleuters huppelden en sprongen door de speelzaal. Ik denk dat dit de blije muziek was ;). Daarna werd er gestampt, zakten de schouders naar beneden en doken de kleuters weg in een hoekje. Boos, verdrietig en bang kwamen ook voorbij. Bij sommige stukken voelde de ene kleuter zich boos en de andere was bang. Dat mag. Muziek en emoties worden door iedereen anders ervaren. Toen alle kinderen weer helemaal 'in de emoties' zaten, was het tijd voor een variatie. De kinderen kregen een handicap. Ze moesten de emotie uitbeelden, maar mochten hun armen niet gebruiken! De armen bonden we zogenaamd vast op onze rug en daar gingen we weer. Nu moest de rest van het lichaam extra zijn best doen om de emotie te laten zien! Ook de benen en het hoofd kregen een handicap. Dat was lastig. Hoe verstop je je hoofd?

We eindigden met een spel. Alle kleuters bewogen op de muziek en lieten de emotie zien, maar één kleuter mocht het helemaal verpesten. Hij mocht boos dansen op vrolijke muziek en huilen bij blije muziek. Aan de groep de taak om te ontdekken wie deze stoorzender was. De kinderen vonden het harstikke leuk en voor de stoorzender was het een hele klus om zijn lach in te houden als hij boos speelde op vrolijke muziek! Ook de juf vond dat wel een beetje lastig! Iedereen wilde wel stoorzender zijn, maar helaas, het was tijd om naar huis te gaan. De volgende keer mag er verder gestoord worden!

Tip! Voor deze lessen gebruikte ik mijn tablet (een smartphone kan ook) met Spotify. Deze koppelde ik via bluetooth aan een goed geluidsboxje. Handig om snel mee naar de speelzaal te nemen.

Les 3 - Spelen, bewegen en observeren

Een week later zaten we weer in de kring. 'Jaaaa,' riepen de kleuters, 'muziek!' Ik legde de instrumenten neer en de kinderen benoemden ze. Daarna mocht elk kind een instrument kiezen. Ik liet de afbeeldingen van gezichten met een emotie nog eens zien. De kinderen benoemden de emoties. Daarna mochten ze deze laten horen met hun instrument. Ik liet de afbeelding van het blije gezicht zien en de kinderen speelden vrolijke muziek. Enkele kinderen mochten vertellen hoe ze vrolijke muziek vinden klinken en dit even met hun instrument laten horen. Daarna gingen we verder met het volgende gezicht: een boos gezicht. De kinderen lieten met de instrumenten horen hoe 'boos zijn' klinkt. Dat klonk echt wel anders dan blij! Hoorden de kinderen het verschil ook? Hierna speelden we verdrietig en bang. Toen we dit verkend hadden en enkele keren gewisseld hadden van instrument, verdeelde ik de groep in drie kleinere groepen. Eén groep kreeg instrumenten, één groep werd aangewezen als 'dansers' en de derde groep was de observerende groep. Ik liet de groep met instrumenten een afbeelding van een gezicht met emotie zien. De andere groepen zagen deze afbeelding niet. De groep begon te spelen. De dansers luisterden en dansten vervolgens op de muziek. De observanten keken en luisterden. Na enige tijd vroeg ik de spelers te stoppen en ik vroeg de observanten welke emotie ze ontdekt hadden. Allemaal mochten ze vertellen wat ze gehoord hadden. Soms vroeg ik de spelers nog eens te spelen en stelden de observanten hun mening bij en soms was het gewoon overduidelijk. De observanten vonden het super leuk en de spelers spannend: gaan ze raden welke emotie wij spelen? We deden dit een heleboel keer en de groepjes werden gewisseld. Wie wil er graag dansen? Wie wil een keer spelen en wie wil raden? De kinderen waren heel enthousiast en tegen 14.00u stonden enkele nieuwsgierige ouders door het raam te kijken. O jee, het was alweer tijd. Wat gaat dat snel als je plezier hebt.

De kinderen hebben de emoties de afgelopen weken op speelse wijze ontdekt en met heel hun lichaam kunnen ervaren. Wat we deden is echt blijven hangen. In korte tijd hebben de kinderen hartstikke veel geleerd. Leuk!

--> De gezichten met emotie die ik voor deze activiteit gebruikt heb, vind je onder het tabblad 'luisteren'.

Bewegen op muziek - Kerst

Les 1 - Kerst

We springen weer even verder in de tijd. Het is december en Kerstmis staat voor de deur. Samen met de muziekcoach bedacht ik een dansles voor Kerst, omdat ik heel graag met dans aan de slag wil en dit erg leuk vind, maar ook omdat dit niet mijn sterkste kant is. De coach kwam meteen met een super goede tip: het muziekstuk Pizzicato van Leo Delibes.

 

Beluister het stuk maar eens. Je hoort telkens na een snel stukje muziek 'plonk, plonk'. Daar gingen we mee aan de slag. Die 'plonk, plonk' is natuurlijk erg geschikt voor het versieren van de kerstboom, het lopen naar de stal, het dans op de ijsbaan enzovoorts.

Ik liet de kleuters het muziekstuk horen en ze hadden er meteen allerlei ideeën bij, van ijsberen tot schaatsers en mensen die vielen. We bedachten dat we het schaatsen uit gingen beelden en dat deden we. Na het lied één keer 'geschaatst' te hebben, vertelde ik dat er midden op de ijsbaan een héél grote kerstboom stond. Een lege, kale, saaie kerstboom. De kinderen mochten verder schaatsen en bij elke 'plonk' een versiering in de boom hangen. Dat deden ze! Na dit een paar keer gedaan te hebben, wilden de kinderen zelf kerstboom zijn. Ik wees de helft van de groep aan als boom. Zij stonden stil en maakten takken met hun armen. De andere helft danste om de bomen en hing een versiering in een boom bij elke 'plonk'. Toen dit goed lukte, wisselden de kinderen tijdens het muziekstuk van rol. Als een boom een versiering kreeg, werd hij levend en ging een andere boom versieren. Het kind dat de versiering gaf, werd boom. Zo wisselden de kinderen elkaars rollen af, wat zorgde voor veel actie tijdens het dansen.

In de klas gingen we deze week nog even verder met Pizzicato. De kinderen mochten in de kring komen zitten, maar mochten alleen bij een 'plonk' een stap zetten. Uitdaging! En we ruimden op door bij elke 'plonk' iets vast te pakken en op te bergen. Zo genoten we nog lang van dit leuke muziekstuk.

Schudden met pillenpotjes - thema 'ziek zijn'

Les 1 - Daar zit muziek in!

Na de kerstvakantie zijn we gestart met het thema 'ziek zijn'. In het lokaal is een hoek ingericht als apotheek. De kinderen kunnen hier potjes en doosjes met pillen vullen en aan de patiënten meegeven. Tijdens het spelen wordt er volop met de potjes geschud, soms komt er heel wat geluid uit de hoek. Tja, kleuters houden van experimenteren, geluid maken en bewegen. En zo ontstond bij mij het idee om daar wat mee te gaan doen. Een muziekles 'schudden met pillenpotjes'. Elk kind kreeg een potje gevuld met enkele teldopjes. We schudden er even mee. Daarna bedachten we drie woorden die bij het thema ziek zijn passen. Eén woord dat uit één klankgroep bestaat, een woord dat uit twee klankgroepen bestaat en een woord van drie klankgroepen. Ik tekende de woorden op een vel papier en maakte er evenveel stippen als aantal klankgroepen bij. Ik legde de woorden op een rij en daarna gingen we dit spelen. We speelden: drank, dok-ter, zie-ken-huis. De kinderen vonden het hartstikke leuk. We varieerden in luid en zacht, snel en langzaam en ik tekende de woorden nog een paar keer, zodat we konden herhalen. Ik draaide een vel papier om. Dit woord speelden we in ons hoofd en ik verdeelde de woorden onder de kinderen. Elk kind speelde zijn eigen woord. Zo zijn we bijna een uur bezig geweest. Het verveelde geen moment.

muziek kleuters, thema ziekenhuis

Les 2 - Zelf aan de slag

De kinderen stonden in de rij na het buiten spelen en begonnen al te zingen: drank, dok-ter, zie-ken-huis! De muziekles van vorige week was blijven hangen. In de kring kreeg iedereen een potje met pillen (teldopjes) en schudden we er weer op los. We herhaalden kort wat we vorige week gedaan hadden.

muziek noteren, kleuters, thema ziekenhuis

Daarna maakte ik zes groepjes en gingen de kinderen zelf aan de slag. Elk groepje kreeg tekenmateriaal en papier. Hierop tekenden ze stippen: één, twee of drie. Sommige groepjes bedachten woorden bij de stippen en tekenden deze. De kinderen kregen een flink aantal blaadjes, zodat ze ook konden herhalen. Dat deden ze. Ook werd afgesproken sommige woorden luid en andere woorden zacht te spelen. Na zo'n twintig minuten overleggen en oefenen mocht elk groepje zijn stuk laten horen. Dat was leuk om te zien! De kinderen waren zo enthousiast en betrokken! Het ging nog niet overal perfect, maar dat hoefde ook helemaal niet. De kinderen hadden plezier!

muziek kleuters, thema ziekenhuis, muziek noteren

muziek kleuters, noteren

Dansen als een hommel - thema 'insecten'

Les 1 - Zoemende hommels

Wat een leuk thema is het thema kriebelbeestjes! De kleuters zijn dolenthousiast.
Tijdens deze eerste muziekles gingen we aan de slag met de muziekdomeinen 'luisteren', 'bewegen' en 'lezen en noteren'.
Er klonk een zoemend geluid in de kring. Wat was dat nou? Het was een hommel! De kleuters werden uitgenodigd mee te zoemen. Daarna vroeg ik ze of ze meer insecten konden noemen die een geluid maken. Wat waren er ineens veel insecten in het lokaal! Sprinkhanen, krekels, vliegen, muggen, bijen ...

Hierna lied ik het lied 'Flight of the bumblebee' horen. Ik vertelde de kinderen dat er een hommel door het lokaal vloog. Zagen ze hem ook? Met onze vinger wezen we hem na, op het rimte van de muziek. Toen het lied afgelopen was, mochten de kinderen aan tafel gaan zitten. Ze kregen een groot vel papier en krijt. Ik vertelde ze dat de hommel nu op hun papier rondvloog. Het krijtje was de hommel. Als ze de muziek zouden horen, ging de hommel vliegen. De muziek startte en de hommels vlogen over het papier. Er werden krullen, lussen en golvende lijnen gemaakt. De hommel duikelde door de lucht. De kinderen lieten het krijt niet los van het papier en de hommel vloog door tot de muziek stopte. Het werd één groot kraswerkje en de kinderen vonden het ontzettend leuk! De hommels mochten nog eens vliegen, met nu de afspraak dat de kinderen, wanneer de muziek stopte, het krijt los moesten laten van het papier. Zo oefenden we de start-/ stopvaardigheid. Dit deden we heel vaak!
Toen de papieren echt heel vol waren en er geen hommel meer over kon vliegen, stopte deze activiteit. De kinderen mochten tot slot zelf als een hommel door het lokaal dansen, opnieuw op 'Flight of the bumblebee'. Als de muziek stopte, stonden de hommels stil. Wat hadden ze een plezier! Als snel waren er drie kwartier voorbij en vlogen de hommels naar buiten, naar huis.

muziek, thema insecten

Watermuziek - 'thema zomer'

Les 1 - luisteren en spelen

Het is zomer en wat is het heet! Buiten is het 36 graden en in het lokaal niet veel koeler. We kunnen wel een duik in het water gebruiken! Ik lees het prentenboek De krokodil die niet van water hield voor. De kleuters zijn dolenthousiast. Wat een leuk verhaal! Dit boek kan gebruikt worden voor de muziekles!

De les startte met een luisteractiviteit waarbij de kinderen hun fantasie mochten gebruiken. Ik maakte een geluid (ik liet iets in een emmer water vallen) en de kinderen luisterden, met de ogen dicht. Het was heerlijk stil in de klas. Wanneer ik ze vroeg de ogen te openen, mochten ze vertellen wat ze gehoord hadden. Niet wat ze écht gehoord hadden, maar een fantasievol verhaal bij dit geluid. Al snel waren er monsters en spoken in het lokaal en werd er op de deur gebonsd. Ahhh! Dat was wel heel eng! Hierna mochten de kinderen om de beurt iets in het water laten vallen. Onder één voorwaarde, het moest wel tegen water kunnen. Stel je voor dat m'n mooie prentenboek zwemles krijgt! We fantaseerden verder en er ontstond een nieuwe activiteit: hoe klinkt dit geluid? Hoor je verschil met de vorige geluiden? Welk geluid vind je prettiger?

Na dit intro kregen de kinderen per twee- of drietal een xylofoon. Ik nam het boek over de krokodil erbij en liet de eerste bladzijde zien. Het regent. Hoe klinkt regen? De kinderen spelen dit op de xylofoon. Ik luisterde en liet hierna enkele kinderen alleen spelen. De anderen deden dit na. Wat klonk dat mooi? De kleuters deden ontzettend hun best om het geluid hetzelfde te laten klinken!

muziek kleuters, muziek maken

De kinderen wisselden, degenen die nog niet gespeeld hadden, mochten nu en speelden de regen. Daarna speelden we een regenbui met de hele groep. De bui startte rustig, één kind speelde. Ik wees het volgende kind aan, hij viel in. Zo gingen we verder tot iedereen speelde. Wat regende het hard! De directeur kwam zelfs kijken! Hierna werd de bui langzaam minder en stopten de kinderen één voor één met spelen tot het stil was. Het was weer droog!

Ik bladerde verder in het boek en liet de krokodil die van de duikplank springt zien. PLONS! Hoe klinkt dit? We speelden er weer op los. Zo vermaakten we ons een flinke tijd en de kinderen hadden zo'n plezier!

Als afsluiting zongen we een spannend liedje over een krokodil, dat de rest van de week nog regelmatig te horen was.

Les 2 - lezen en noteren

De kinderen vonden de watermuziekles van vorige week zo leuk, dat ik hier deze week op door besloot te gaan.  
Ik tekende golven. Hoge golven, lage golven, lange golven, korte golven en vroeg de kinderen hoe deze golven zouden klinken. Ik legde stroken met verschillende golven in de kring en speelde deze op een xylofoon. De kinderen mochten raden welke 'strook' ik speelde. Dat vonden ze nog best lastig. Goed luisteren en onthouden waren belangrijk!

muziek kleuters, water, golven, lezen en noteren

Daarna gingen de kinderen zelf aan de slag. In tweetallen kregen ze een xylofoon, papier en een stift. Ze tekenden hun eigen 'watermuziek' en speelden dit. De kinderen gingen enthousiast aan het werk! Het was leuk om te zien wat er gebeurde. Het ene tweetal werkte super goed samen en het andere tweetal gingen individueel verder. Er ontstonden rustige golven, hoge golven, storm op zee en zelfs een orkaan!

muziek kleuters

muziek kleuters, juf Anke

Na een tijd noteren en oefenen mochten alle kleuters hun stuk aan de groep laten horen. Wat was het mooi om te zien hoe serieus ze dit deden! De muzieknotatie werd goed gevolgd en er werden mooie stukken gespeeld. Eén kind had zelfs een compleet nieuwe golf bedacht, één die aangaf dat ze met de stok over alle toetsen van de xylofoon mocht strijken.

muziek kleuters

muziek kleuters, juf Anke

Op het verkeerscircuit - thema vervoer

Les 1 - zingen en luisteren

Liedjes zingen we elke dag, maar zing je een liedje ook wel eens op een andere manier? Hoog, laag, hard, zacht, snel of langzaam? Stop je middenin een lied en zingen de kinderen in het hoofd verder? Begin je een lied wel eens langzaam en gaat het steeds sneller?

Voor deze activiteit koos ik het lied Papagaai ging fietsen van Jeroen Schipper, omdat bij ons de fiets centraal staat tijdens het thema vervoer. We zijn gestart met het zingen van het lied. We zongen het enkele keren, zodat de kinderen het een beetje kenden. Daarna vroeg ik wat er onderweg kan gebeuren als je aan het fietsen bent. De kinderen noemden van alles en bij elke gebeurtenis bedachten we samen een bijpassende actie:

* Er ligt een steen op de weg.
Het lied Papagaai ging fietsen werd gezongen en een kind liet tijdens het lied een steen in de kring vallen. Er werd meteen gestopt met zingen.
* Papa Gaai rijdt door rood. O, oh! Nu komt de politie, wegwezen!
Een kind stak tijdens het zingen ineens een rood vouwblaadje omhoog en vanaf dat moment zongen we héél snel verder.
* Lekke band!
Het lied liep leeg, we zongen steeds zachter tot het lied afgelopen was en het helemaal stil was.
* Trapper eraf!
Een kind liet tijdens het lied een trapper (uit de fietsenwinkel in het lokaal) in de kring vallen. Op dat moment stopte het lied. De trapper werd opgeraapt en we zongen verder. Dit gebeurde meerdere keren terwijl we het lied zongen.
* Papa Gaai fietst door een donkere tunnel, hij is bang.
We zongen het lied met een 'bange' en zachte toon.
* Mama Gaai vindt dat papa zich niet zo aan moet stellen. Papa Gaai wordt boos.
We zongen het lied boos en dat klonk heel luid!
* Gelukkig kwam het allemaal weer goed en konden we het lied de laatste keer heel blij zingen!

Les 2 - zingen en lezen en noteren

De gebeurtenissen uit bovenstaande activiteit kun je visueel maken op een verkeerscircuit. Daarmee gingen we tijdens de tweede activiteit aan de slag. We legden wegdelen in de kring en hierop en naast werd van alles geplaatst zoals een een punaise, een kangoeroe, een verkeerslicht, een brug, een slagboom voor de spoorwegovergang enzovoorts. Ik sprak met de kinderen af wat er bij elke 'hindernis' gebeurt. Klinkt het lied dan hoog of laag? Gaat het snel of langzaam? Klinkt het even niet? enzovoorts.

Ik liet een fiets over het circuit rijden en er werd gestart met zingen. Onderweg gebeurde er van alles:
* Bij de punaise liep de band van de fiets leeg en zongen de kinderen steeds zachter.
* Bij het verkeerslicht stopten ze met zingen tot de fiets verder reed.
* De kangoeroe stak onverwacht de weg over. Het lied bleef hangen. De kinderen hielden één klank aan.
* Op de brug klonk het lied heel hoog.
* Bij de slagboom werd ook een klank aangehouden.

De kinderen hadden veel plezier tijdens het zingen en op deze manier konden we het lied wel twintig keer zingen, zonder dat het saai werd.

Tip! Maak een levend verkeerscircuit, waar de kinderen zelf door 'fietsen'. Zet een parcour uit met een verkeerslicht of stopbord, een tunnel (kinderen die elkaars hand vasthouden kunnen als tunnel dienen), een steen op de weg, een lekke band en een bank die dient als brug. Laat een kind door het circuit lopen en zing het lied. Bij elke 'hindernis' gebeurt er iets. Het lied stopt, er wordt hoger gezongen, er wordt even niet gezongen of een klank wordt lang aangehouden. Misschien lukt het ook om alle kinderen tegelijk door het circuit te laten 'fietsen'? Ze zingen nu zelf en voeren de afgesproken acties uit.

De kinderen vinden dit erg leuk om te doen, maar ook héél moeilijk. En bewegen én zingen, dat lukt veel kleuters nog niet. Toch genoten ze ook van deze activiteit.

Natuurlijk kan de fiets door elk ander vervoermiddelen vervangen worden. Kies een lied dat bij het vervoermiddel past.


Zingen

Liedbundels

Ben je op zoek naar liedbundels en cd's met gezellige, eigentijdse liedjes? Kijk dan eens naar de liedbundels van Jeroen Schipper. Ik ontdekte zijn muziek tijdens de inspiratiedagen van Kleuteruniversiteit. De kleuters vinden de liedjes geweldig! En wat leuk is, Jeroen zingt ook in het Engels!

Review - Swingen als een kangoeroe

Swingen als een kangoeroe is de nieuwste liedbundel van Jeroen Schipper. Deze bundel staat vol met vrolijke liedjes én suggesties hierbij voor op school en thuis.

In Swingen als een kangoeroe vind je zesentwintig liedjes, waaronder twee liedjes in de Engelstalige versie, voor de onderbouw. De tekst van de liedjes staat beschreven met daarnaast de muzieknotatie en het boek bevat een cd met ingezongen liedjes. Na elk liedje vind je suggesties voor dans, beweging, spel, ondersteuning met muziekinstrumenten of een digibordles. Sommige extra's zijn op de website die bij dit boek hoort te vinden.
Dit zijn precies de extra's waar ik naar op zoek ben. Ik geef graag muzieklessen, maar de inspiratie ontbreekt me om verder te gaan dan alleen het aanleren van een liedje. Met deze suggesties kan ik weer een hele tijd vooruit! De liedjes van Jeroen zijn lekker vrolijk en zitten vol humor, zoals we van hem gewend zijn. De kinderen zingen 'Papa Gaai ging fietsen' de hele dag en de ouders komen 's morgens op school met de vraag waar die geweldige liedjes (die maar niet uit hun hoofd willen verdwijnen) vandaan komen! De liedjes kun je koppelen aan thema's die in de onderbouw aan bod komen. Zo vind je in deze bundel een lied over de Jan de brandweerman, over Koningsdag, over een kip die een cowboy is, over bouwen en woeste rovers. Een heel leuke, handige bundel vol liedjes waarop de kinderen mee zullen swingen (als een kangoeroe).

Tip! Bekijk ook de bundels Zinglish, Rood, rood mannetje en Daar komt de boegieman van Jeroen Schipper eens.

 

Digitale muzieklessen

Op de website van Joanna Brouwers, Toontje Hoger, vind je muzieklessen die je kunt downloaden. Toontje Hoger wil het de leerkracht van kleuters zo makkelijk mogelijk maken. Regelmatig publiceren zij themagerichte digitale muzieklessen, digitale prentenboeken en kinderliedjes. Toegankelijk, betaalbaar, laagdrempelig, behapbaar voor jonge kinderen en vooral ontzettend leuk!

Elke muziekles behandelt één muziekthema Klank, Vorm of Betekenis) en twee á drie domeinen (Zingen, Luisteren, Maken, Bewegen of Vastleggen). Wat een muziekles van Toontje Hoger uniek maakt is de video en de muziek van de kinderliedjes. De kleurrijke illustraties, animaties en een vrolijk eenvoudig lied zullen voor verwondering en enthousiasme zorgen.

--> Bekijk de website met muzieklessen

Het aanleren van een lied

Inleiding
Wanneer je de klas een lied aan wilt leren, kun je dit in 3 fasen doen. De eerste fase is de inleiding. Je bereidt de kleuters voor op de inhoud of betekenis van het lied. Dit kun je doen door er een verhaal over te vertellen of door een gesprek met de kinderen te voeren. Hierin kun je ook de moeilijke woorden uit het lied aan bod laten komen.

Aanleren van het lied
Na de inleiding volgt de aanleerfase. Het lied wordt aan de kinderen geleerd. Doe je dit door voor- en nazingen? Nee! Het kan veel leuker!
Zing het liedje eerst een keer, zodat de kinderen horen waar het lied over gaat en de melodie leren kennen. Zeg de tekst van het lied eventueel een keer op, zodat de kinderen de inhoud goed kunnen horen. 
Vervolgens zing je het lied heel vaak opnieuw. Iedere keer geef je de klas hierbij een opdracht. Je kunt beginnen met: 'beeld het lied uit'. De kinderen luisteren goed naar het lied en bedenken bij bepaalde woorden een beweging. Elk kind doet dit op zijn eigen manier. Jij kijkt tijdens het zingen goed naar wat er bedacht wordt. Na het lied kies je een aantal bewegingen die je gezien hebt en toepasselijk vonden. Dit worden de gezamenlijke bewegingen die heel de groep gaat maken. Oefen dit een keer en zing het lied opnieuw. De kinderen beelden de tekst uit.

Een andere manier is de kinderen één woord, dat niet moeilijk is, mee te laten zingen of hier een beweging of geluid bij te laten maken. Zing het lied meerdere keren en laat de kinderen de opdracht uitvoeren. Het lied slijpt ondertussen vanzelf in.

Andere ideeën:
- bepaalde herhalingen in het lied niet hardop zingen, maar playbacken. De rest van het lied wordt hardop gezongen.
- klappen, stampen, gaan staan etc. bij een bepaald woord
- een bepaald woord vervangen door een klank, zoals lala, mmmm, pfff pfff
- om de beurt een regel zingen. De leerkracht en de kinderen of de jongens en de meisjes
- de jongens en meisjes om de beurt het hele lied laten zingen
- woorden uitbeelden
- het lied heel zacht zingen en heel hard zingen. Zinnen afwisselend hard en zacht zingen.
- het hele lied neuriën
Het is geen probleem om het lied in deze fase heel vaak te zingen. Kleuters houden van herhaling en met bovenstaande variaties kun je gerust 10 keer hetzelfde zingen!

Uitbreiding
In deze fase kun je het lied uit gaan breiden met een dansje, een spel dat bij het lied past, bewegingsactiviteiten of begeleiding met muziekinstrumenten. 

Inzingen

Misschien vind je het leuk om voordat je gaat zingen met de groep in te zingen. Dit is sowieso goed om altijd te doen en voor kleuters ook nog eens goed voor de (mond)motoriek.
Ga bij het inzingen staan. Verzin een verhaal om de inzingoefeningen heen, het liefst een verhaal dat hij de muziekactiviteit die je gaat doen past. De volgende inzingoefeningen kun je in je verhaal gebruiken:
- jezelf losschudden, eerst je voeten draaien en schudden, je benen, je armen, handen, vingers, hoofd, schouders etc. (Deze oefening is leuk om te doen op het liedje 'Douchedruppel' op de cd 'Dansspetters'.
- rekken: op je tenen gaan staan, je armen omhoog reiken, jezelf lang maken en bukken.
- stemloze geluiden maken: ffffff, ffffff (wind), ssss, ssss (een ballon die leeg loopt. Maak een hele lange sssssss en houd je handen hierbij op je buik).
- stemhebbende geluiden: vvvvvvvvvv, vvvvvvvv, zzzzzz, zzzzzz, brrrr, brrrrr
- mimiek: een boos gezicht maken, een schrikgezicht, een lachend gezicht.
- articulatie: ptkptkptkptk, iejaiejaieja, lililili
- verschillende toonhoogtes: lalalalala op verschillende hoogtes zingen

De liedjeskoffer

Van een vriendin kreeg ik voor mijn verjaardag een heel origineel cadeau: een liedjeskoffer! Deze mooie koffer zit vol stoffen zakjes en een notitieboekje. Na het aanleren van een lied, vul ik één van de zakjes met een voorwerp dat bij het lied past. Zo wordt de koffer gevuld. Als we aan het eind van een dag wat tijd over hebben, mag één van de kinderen een zakje uit de koffer pakken. We kijken wat erin zit en zingen het bijbehorende lied. In het notitieboekje schrijf ik de liedjes op, zodat ik ze zelf niet vergeet ;).

muziek, kleuters

muziek, kleuters, liedjes zingen

Zingend over het verkeerscircuit
Liedjes zingen we elke dag, maar zing je een liedje ook wel eens op een andere manier? Hoog, laag, hard, zacht, snel of langzaam? Stop je middenin een lied en zingen de kinderen in het hoofd verder? Begin je een lied wel eens langzaam en gaat het steeds sneller?

Zing het lied Papagaai ging fietsen van Jeroen Schipper enkele keren, zodat de kinderen het een beetje kennen. Vraag vervolgens wat er onderweg op de fiets kan gebeuren. Wat kom je tegen? Wat kan er mis gaan? Laat de kinderen van alles noemen. Kies enkele dingen uit en bedenk hier samen met de kinderen een bijpassende actie voor die tijdens het lied wordt uitgevoerd. Hoe klinkt het lied als er ineens een steen op de weg ligt? Hoe klinkt het lied als je over een hoge brug fietst? Hoe klinkt het lied als de politie achter je aan zit?

De volgende situaties werden door mijn kleuters bedacht:

* Er ligt een steen op de weg.
Het lied Papagaai ging fietsen werd gezongen en een kind liet tijdens het lied een steen in de kring vallen. Er werd meteen gestopt met zingen.
* Papa Gaai rijdt door rood. O, oh! Nu komt de politie, wegwezen!
Een kind stak tijdens het zingen ineens een rood vouwblaadje omhoog en vanaf dat moment zongen we héél snel verder.
* Lekke band!
Het lied liep leeg, we zongen steeds zachter tot het lied afgelopen was en het helemaal stil was.
* Trapper eraf!
Een kind liet tijdens het lied een trapper (uit de fietsenwinkel in het lokaal) in de kring vallen. Op dat moment stopte het lied. De trapper werd opgeraapt en we zongen verder. Dit gebeurde meerdere keren terwijl we het lied zongen.
* Papa Gaai fietst door een donkere tunnel, hij is bang.
We zongen het lied met een 'bange' en zachte toon.
* Mama Gaai vindt dat papa zich niet zo aan moet stellen. Papa Gaai wordt boos.
We zongen het lied boos en dat klonk heel luid!
* Gelukkig kwam het allemaal weer goed en konden we het lied de laatste keer heel blij zingen!

Deze activiteit past bij het thema verkeer / vervoer, maar kan ook aangepast worden naar een ander thema:
Sinterklaas: laat de stoomboot varen, zing een Sinterklaasliedje zoals Zie ginds komt de stoomboot en laat onderweg van alles gebeuren zoals een hoge golf (zing hoog), het anker gaat de grond in (het lied stopt), onder een brug door (de kinderen zingen in hun hoofd verder), storm op zee (het lied klinkt snel) enzovoorts.
Kerst: zing een kerstlied en versier een denkbeeldige boom. Hang versiering hoog in de boom en zing hoog, hang versiering laag in de boom en zing laag. Laat een bal kapot vallen, het lied stopt of gaat schokkend verder (scherven).
Pasen: laat de paashaas over de weg hippen. Hij springt over een brug, zing hoog, hij komt bij een verkeerslicht, het lied stopt enzvoorts.
Zomer: laat een boot over het water varen zoals bij Sinterklaas omschreven.


Luisteren

Emoties in muziek

Muziek is emotie. Laat de kinderen naar muziekstukken luisteren en de emotie ervaren. Vraag ze te vertellen welke emotie ze bij het stuk vinden passen of laat ze de emotie uitbeelden (groot, met het hele lichaam of klein, met mimiek). Zo kunnen kinderen die de emoties nog niet kunnen benoemen met lichaamstaal laten zien wat ze voelen. Worden ze blij van de muziek of bang? Verdrietig of boos? Vraag ze waarom ze deze emotie bij het muziekstuk vinden passen. Wat horen ze in de muziek? Waar denken ze aan bij dit muziekstuk? Welk verhaal zou erachter zitten?
Bedenk dat het ervaren van een emotie persoonlijk is. Wat de kinderen voelen is altijd goed en het kan best zijn dat een stuk door de kinderen en ook door jou anders ervaren wordt.

Op Spotify maakte ik een afspeellijst bij de emoties blij, boos, verdrietig en bang. Deze lijst kun je openen en gebruiken tijdens een activiteit over emoties. Als je geen Spotify hebt, kun je een gratis account aanmaken. Let op! De muziekstukken zijn dan te beluisteren via een laptop of tablet. Op de smartphone kun je bij een gratis account alleen luisteren in de shuffle modus. Dat is niet handig. Je kunt er ook voor kiezen de nummers op bijvoorbeeld YouTube op te zoeken.
Tip! Koppel een (draagbare) geluidsbox aan je smartphone, tablet of laptop voor extra volume.

--> naar de afspeellijst 'Muziekstukken emoties (onderwijs)'

muziekstukken kleuters

In de afspeellijst vind je de volgende nummers:

Blij
1. Toreador's song, Carmen - Bizet
2. Spring, Four Seasons - Vivaldi
3. Eine kleine nachtmusik - Mozart
4. Russian Dance, The Nutcracker - Tsjajkovski
5. Water music suite - Händel
6. The marriage of Figaro - Mozart

Boos (kan ook ervaren worden als bang)
1. Dance of the knights, Romeo and Juliet - Prokofiev
2. Allegro - Shostakovich
3. In the hall of the mountain king, Peer Gynt - Grieg
4. Incident at isla Nublar, Jurassic Park - John Williams
5. Marche au supplice, Symphonie fantastique - Berlioz

Verdrietig
1. Symphony no. 5 - Mahler
2. Prelude in E minor - Chopin
3. Fairytale - Ludovico Einaudi
4. Adagio for strings - Barber
5. Ständchen, Schwanengesang - Schubert
6. Main Theme Schindler's List - John Williams

Bang (kan ook ervaren worden als boos)
1. Paris, Texas - Ry Cooder
2. Prologue, Harry Potter - John Williams
3. Dance of the suger plum fairy, The Nutcracker - Tsjajkovski
4. The gnome, Pictures at an exibition - Moessorgski (best eng)
5. Psycho suite - Bernstein (best eng)
6. Symphony no. 4 Vaughan Williams (best eng)

Ik ontdekte ook enkele muziekstukken waarin meer emoties duidelijk te ervaren zijn. Je hoort duidelijk een vrolijke of hoge toon en een donkere of lage toon. Twee groepen kinderen kunnen hier tegelijkertijd een emotie uitbeelden. Ze dansen bijvoorbeeld tegelijk boos en blij door de speelzaal of de helft van de groep beweegt boos en stampend en de andere helft beweegt licht en blij. Je vindt deze nummers ook in de afspeellijst, onderaan.

* Can Can - Offenbach: blij en boos
* Sabre Dance - Khachaturian: blij en boos
* Canon in D major - Pachelbel: blij en boos
* Passacaglia on the death of Falstaff - Walton: boos/bang en verdrietig
* I'm Forrest, Forrest Gump - Silvestri - blij en verdrietig

Een muzikaal verhaal - tekenopdracht
Laat de kinderen naar een muziekstuk, waarin een duidelijke emotie en een opbouw hoorbaar zijn, luisteren. Vraag ze wat ze bij dit muziekstuk voelen. Waar zou dit muziekstuk over gaan? Kunnen de kinderen hier een verhaal bij bedenken? Luister naar de opbouw in de muziek. Wat zou er eerst gebeuren en wat daarna? Laat het muziekstuk enkele keren horen en geef luisteropdrachen. Geef de kinderen hierna een vel papier en tekenmateriaal. Ze gaan aan tafel zitten en tekenen het verhaal bij het muziekstuk. Terwijl de kinderen tekenen, laat je de muziek nog eens horen.

Emoties uitbeelden
Laat de kinderen naar vier muziekstukken luisteren waarin de basisemoties duidelijk naar voren komen. Start de muziek nog eens en vraag de kinderen met hun mimiek te laten zien wat ze bij het stuk voelen. Hierna mogen de kinderen bewegingen maken bij de muziek. Ze laten de emotie nu met hun hele lichaam zien.

Een emotie spelen
Kies één van de basisemoties. Leg muziekinstrumenten in de kring. Vraag de kinderen instrumenten te kiezen die bij deze emotie passen. Laat ze de emotie spelen.
Tip! Laat de helft van de kinderen spelen. De andere helft beweegt op de muziek en beeldt de emotie uit.

Smile!
Print smileys of afbeeldingen van gezichten die de basisemoties bang, blij, verdrietig en boos laten zien. Geef de kinderen instrumenten. Laat een smiley zien. De kinderen proberen deze emotie in de muziek te leggen terwijl ze spelen. Verander van smiley. Verandert de muziek?
Variaties:
- geef de helft van de kinderen een instrument. Zij spelen de emotie die jij laat zien. De andere helft beeldt deze emotie uit.
- de helft van de kinderen speelt de emotie die jij laat zien. De ander helft raadt welke emotie het is (zorg ervoor dat zij de smiley niet zien).

--> Print een set met smileys en gezichten

emoties, kaarten, kleuters emoties, smileys, kleuters

Pizzicato - Luisteren en bewegen
Het stuk Pizzicato van Leo Delibes is zeer geschikt om op te bewegen. De kleuters moeten goed luisteren, omdat de muziek af en toe verandert. Ze horen heel duidelijk wat wanneer gebeurt.
Ideeën: versier de kerstboom tijdens dit stuk. Op elke 'plonk' hangen de kinderen iets in de boom. Of huppel als paashaas rond en raap een ei op elke 'plonk'. Ga hierna verder en doe een likje verf op een ei bij elke 'plonk'.
Verspreid herfstvruchten door het lokaal of de speelzaal. Op elke 'plonk' mogen de kinderen een herfstvrucht raden.
Denk na over je eigen thema en bedenk wat de kinderen op dit muziekstuk kunnen doen. Je krijgt vast wel een idee!
Wat ook leuk is, laat de kinderen na de werkles opruimen op de muziek van Leo Delibes of vraag ze in de kring te komen en alleen op een 'plonk' mogen ze een stap zetten.

Meer activiteiten waarbij luisteren centraal staat

Zoemende hommels - luisteren & noteren
Vertel dat er een hommel door het lokaal vliegt. Laat een muziekstuk, bijvoorbeeld 'Flight of the bumblebee' horen. Vraag de kinderen naar de denkbeeldige hommel te wijzen terwijl het muziekstuk klinkt. De kinderen bewegen met hun vinger mee op de maat van de muziek. Hierna nemen ze aan tafel plaats of zoeken een plek op de grond. Geef elk kind een groot vel (verf)papier en wasco. Start het muziekstuk opnieuw. De kinderen laten de hommel over hun papier vliegen. Hij beweegt op het rimte van de muziek. De hommel duikelt door de lucht en vliegt van de ene naar de andere kant. Het krijt komt niet los van het papier. Als het muziekstuk afgelopen is, zoekt de hommel een plekje om even uit te rusten.
Laat het muziekstuk nu nog eens horen en stop het regelmatig. Wanneer de muziek niet klinkt, stoppen de kinderen met tekenen. Ze reageren zo snel mogelijk en oefenen hiermee de start-/stopvaardigheid.

Geschikte muziekstukken voor deze activiteit zijn (YouTube):
- Flight of the bumblebee - Rimsky-Korsakov
- Pitbull ft. John Ryan - Fireball (Instrumentaal)
- Efelingmuziek - Pardoes Promenade (oud)

Instrumenten memo-spel
Vraag alle kinderen de stoel om te draaien, zodat ze met de ruggen naar elkaar in de kring zitten. Geef elk kind een instrument. De kinderen leggen het instrument voor zich neer. Zorg ervoor dat er van elk instrument meerdere in de kring aanwezig zijn. Tik een kind aan. Hij pakt zijn instrument en maakt muziek. De andere kinderen luisteren goed. Als ze denken dat ze hetzelfde instrument hebben, pakken ze dit en spelen mee. Geef een teken zodat de kinderen weten dat ze mogen stoppen. Tik een volgend kind aan. Ga zo verder.

Naspelen
Eén kind speelt een stukje op een instrument. De andere kinderen luisteren goed en spelen dit hierna precies na. Varieer vervolgens door te vragen het nét anders na te spelen, het luid na te spelen of juist zacht, het langzaam na te spelen of juist snel.

Levend geluiden memo-spel
Vraag twee kinderen de groep te verlaten. De andere kinderen vormen tweetallen (geef ze de tip niet naar hun beste vriend te gaan). De twee kinderen spreken een geluid af, bijvoorbeeld klappen, klakken met de tong, stampen, kloppen, geluid maken met de lippen, een klank zeggen, sissen. Als ze een geluid afgesproken hebben, gaan ze op hun plek in de kring zitten. De twee kinderen komen binnen. Om de beurt mogen ze twee namen noemen. Deze kinderen laten hun geluid horen. Zijn deze geluiden hetzelfde? Zo ja, dan mag het kind nog een keer raden, zo niet, dan is het andere kind aan de beurt. Wie vindt de meeste paren?

Wat hoor ik daar?
Laat een geluid horen terwijl de kinderen de ogen gesloten hebben. Dit kan van alles zijn: tikken op een tafel, de deur dichtslaan, op een instrument spelen, met een pennenbak schudden. De kinderen openen de ogen. Ze raden niet wat jij deed, maar bedenken een verhaal bij dit geluid, bijvoorbeeld: ik hoorde een olifant door de jungle lopen, er klopte een man op de deur, er sprongen knikkers in een doos op en neer. Maak samen een spannend, vrolijk of gezellig verhaal rondom het geluid of meerdere geluiden.

Gehoorkokers of -eieren
Bekend, maar altijd leuk. Vul potjes (met deksel) of kunststof eieren met verschillende voorwerpen. Harde voorwerpen, zachte voorwerpen, kleine en grote voorwerpen, vast en vloeibaar. De kinderen schudden met de pot of het ei en luisteren naar het geluid. Vul telkens twee potjes of eieren met hetzelfde om er een memo-spel van te maken.

Zoek wie zingt
Zing of neurie met de groep een lied. Blinddoek één van de kinderen en leid hem achter de groep langs. Hij stopt bij een kind. Tik dit kind aan. De groep stopt met zingen en dit kind zingt of neuriet alleen verder. Het geblinddoekte kind raadt wie het is.

Waf, waf
In de kring zit een waakhond. Achter hem ligt een sleutelbos. De waakhond doet erg zijn best om goed op te letten, maar dan valt hij toch in slaap. Het kind dat de hond is, sluit de ogen. Wijs een ander kind aan dat de boef is en naar de sleutelbos sluipt. Als de hond hem hoort, roept hij 'waf, waf!' en wijst in de richting van het geluid. Lukt het de boef om de sleutels te pakken?

Variatie: in de kring zit een waakhond. Hij bewaakt het instrument van zijn baas. Leg een instrument dat geluid maakt als je het oppakt, zoals belletjes, achter de waakhond in de kring.

Waar komt het geluid vandaan?
Eén kind verstopt zich in de klas terwijl de andere kinderen de ogen sluiten. Als het kind verstopt is, vraag je de groep de ogen weer te openen. Het kind dat zich verstopt heeft, maakt een geluid, bijvoorbeeld klappen, zingen, stampen, kloppen. De groep raadt waar het geluid vandaan komt. Zit het kind hier?

Bewegingen en geluiden nadoen
Eén kind maakt een geluid en een ander kind mag dit nadoen. Als dit goed gaat mag dit kind nu een geluid laten horen. De kinderen die niet aan de beurt zijn wachten rustig.

Dirigentje
Vraag één kind de ogen te sluiten. Wijs naar een ander kind dat de dirigent van de groep is. Het kind opent de ogen en loopt tussen de kinderen door. De dirigent maakt een geluid. De groep doet hem na. Na een tijdje probeert hij van geluid te veranderen. Lukt dit, zonder dat het kind hem ontdekt?

Lopen op de maat
De kleuters bij mij in de klas vinden het erg leuk om op de maat van de muziek te lopen. Zet een liedje aan, zing of sla op een trom. De kinderen lopen kris kras door de klas, op de maat (het tempo) van de muziek. Als de muziek stopt, bevriezen de kinderen. Ze staan dan als een standbeeld stil. Als de muziek weer klinkt, lopen de kinderen verder.

Stopdans
Wat ook populair is: de stopdans. Zet muziek op. De kinderen dansen door het lokaal, maar ... ondertussen moeten ze goed luisteren. Wanneer de muziek stopt, staan ze stil!

Tekenen
Zet een muziekstuk op en laat de kinderen het eerst een keer beluisteren. Laat het nog eens horen. De kinderen maken er een tekening bij.

Hoge tonen, lage tonen
Nodig: xylofoon, keyboard of online piano
Laat de xylofoon (of piano) horen en laat een aantal kinderen er eens op slaan.
Sla nu van links naar rechts of andersom, zodat de kinderen een toonladder horen. Wat horen ze? Kan een kind uitbeelden wat hij hoort?
Vertel de kinderen dat de tonen van laag naar hoog (of andersom) gaan. Dat kun je horen. Als het hoog klinkt (voordoen), mogen de kinderen op de stoel gaan staan. Als het laag klinkt (voordoen), gaan de kinderen op de hurken zitten.
Sla een toonladder van laag naar hoog. De kinderen beginnen op de hurken en eindigen op de stoel. De kinderen "groeien" als het ware tijdens de toonladder. Doe dit een aantal keer. Op een gegeven moment kun je variëren in het tempo. Snel of juist langzaam. Ook kun je een keer van hoog naar laag gaan, zodat de kinderen "groeien" en weer kleiner worden.
Het is ook leuk om een keer de hoogste toon aan te slaan en meteen daarna de laagste. De kinderen moeten nu meteen op de hurken gaan zitten. Een aantal kinderen zullen dit in de gaten hebben.

Speel ter afsluiting het volgende spel: Eén kind gaat naar de gang. Twee kinderen verstoppen zich in de klas. Eén kind met een hoge klankstaaf en één kind met een lage klankstaaf. Het kind komt weer terug in de klas. De verstopte kinderen slaan om de beurt op de klankstaaf. Waar zit hoog verstopt en waar zit laag?

De echoput - ritme
Zet een mooie doos in de kring. Vertel dat je deze doos in de tuin vond en dat het een hele bijzondere doos is, let maar eens op ...
Roep "Haaaalo" in de put en luister dan aandachtig of je iets hoort. Hé, wat vreemd, je hoort niks, het blijft stil. Roep nog eens "haaaaalo!" Hoor je nu iets? Luister weer aandachtig. Ga zo even door. Op een gegeven moment zullen er kinderen zijn die "hallo" terugroepen. Hé, hoor ik dat goed? Een echo! Yes, mijn echoput doet het weer! Eens even kijken wat hij nog meer kan... Je roept van alles in de put wat de kinderen nadoen. Roep heel hard en fluister een keer.
Laat vervolgens enkele kinderen in de echoput (doos) roepen. Doet de put het nu ook?
Daarna klap jij in de put. Je klapt 1x, 2x, 5x... De kinderen doen dit na. Dan klap je een aantal keer snel en de kinderen doen het na. Dan een aantal keer heel langzaam enz. Zo ga je langzaam naar het klappen van een ritme.
Als dat lukt mogen de kinderen weer in de put klappen en klapt de klas het ritme na. Een leuke, spannende ritmeoefening!

Jeroen Schipper schreef een leuk lied over de echoput. Je vindt het op zijn cd Rood, rood mannetje.

De slak en de haas - tempo
Vertel een verhaal over een slak en een haas die een wedstrijd hielden. De haas was ontzettend snel, maar de slak ging zoooo langzaam. De slak kroop en kroop en toen werd het donker... De slak kroop verder en pas toen het weer licht was kwam hij bij de eindstreep. Waar was haas? Haas was allang thuis, hij lag lekker in zijn bed.
Kennen de kinderen meer dieren die heel snel zijn? Hoe gaat dat als je snel bent? Kan een kind uit de klas heel snel rennen? Kunnen de kinderen ook heel snel klappen? Stampen, het hoofd aantikken, rennen op de plaats, schudden met de handen, het hoofd knikken etc.?
Welk dier is langzaam? Kunnen de kinderen heel langzaam gaan zitten? Heel langzaam klappen? Heel langzaam stampen, een stukje lopen etc.?
Vervolgens spreek jij met de kinderen een beweging af, bijv. klappen. Dan noem je een dier. Is dit een snel dier, dan klappen de kinderen heel snel. Is dit een langzaam dier? Dan klappen de kinderen langzaam.


Bewegen op muziek

Pizzicato - Luisteren en bewegen
Het stuk Pizzicato van Leo Delibes is zeer geschikt om op te bewegen. De kleuters moeten goed luisteren, omdat de muziek af en toe verandert. Ze horen heel duidelijk wat wanneer gebeurt.
Ideeën: versier de kerstboom tijdens dit stuk. Op elke 'plonk' hangen de kinderen iets in de boom. Of huppel als paashaas rond en raap een ei op elke 'plonk'. Ga hierna verder en doe een likje verf op een ei bij elke 'plonk'.
Verspreid herfstvruchten door het lokaal of de speelzaal. Op elke 'plonk' mogen de kinderen een herfstvrucht raden.
Denk na over je eigen thema en bedenk wat de kinderen op dit muziekstuk kunnen doen. Je krijgt vast wel een idee!
Wat ook leuk is, laat de kinderen na de werkles opruimen op de muziek van Leo Delibes of vraag ze in de kring te komen en alleen op een 'plonk' mogen ze een stap zetten.

Dansen en muziek maken
Laat de helft van de groep op een instrument spelen en de andere helft hierbij dansen. Speel bijvoorbeeld dat het regent. De kinderen met een instrument, laten de regenbui horen. De kinderen zonder instrument, dansen in de regen. Of er ligt een krokodil in de rivier. De kinderen met instrument maken een geluid dat hierbij past en de kinderen zonder instrument beelden de krokodil uit. Of de kinderen met instrument laten 'blije' muziek horen en de kinderen zonder instrument dansen blij.
Deze werkvorm kun je bij alle thema's toepassen en het is handig wanneer je niet voor iedereen een instrument hebt. Zo hebben toch alle kinderen iets te doen.

Een liedje uitbeelden
Laat een liedje of muziekstuk horen en vraag de kinderen dit uit te beelden. Wanneer je wilt dat het rustig blijft in de groep, beelden de kinderen zittend op hun stoel uit. Ze laten het liedje zien door hun handen en mimiek te gebruiken.

Een bewegingsverhaal uitspelen
Speel een verhaal uit door er muziek bij te maken en te bewegen. Dit kan prima bij een prentenboek. Lees het verhaal voor en laat de kinderen het uitbeelden en er geluiden bij bedenken. Het boek Wij gaan op berenjacht is hier bijvoorbeeld heel geschikt voor.

Dansen met een handicap
Laat de kinderen dansen op een muziekstuk waarop ze al eens gedanst hebben. Geef ze nu een handicap: één hand mag niet meedoen, één been mag niet meedoen, alleen je hoofd doet mee, alleen je voeten mogen dansen ...

De volgende activiteiten zijn zeer geschikt om tijdens een spelles te doen en daarom ook te vinden onder bij het menu-item 'Gym, spelles en buitenspel'.

Bewegingsideeën:
* Een verhaal uitbeelden op instrumentale (klassieke) muziek. Beluister een muziekstuk en verzin hier zelf een verhaal bij dat past bij het thema waar je mee werkt. Laat het muziekstuk aan de kinderen horen en beeld het verhaal samen uit. Laat het muziekstuk nog eens horen en laat de kinderen het verhaal alleen uitbeelden. Denk aan: lopen door het bos, het waait, je ziet een eekhoorn springen. Schaatsen op het ijs, je valt in een wak, je zwemt onder water. Op de fiets naar het strand, liggen op het zand en zwemmen in de zee.
* Bewegen op het ritme van de trom. De leerkracht slaat hard, zacht en snel, langzaam op de trom. De kinderen lopen, rennen, huppelen, springen op het ritme van de trom.
* Kleuters vinden het leuk om dieren na te doen. Laat één kind een dier bedenken. Alle kinderen doen dat dier na. Als jij fluit, klapt, op de trom slaat, bevriezen de dieren en mag een ander kind een dier bedenken.
* Dansen en bewegen met linten. Geef elk kind één of twee linten van crêpepapier. Dans hiermee rond in de speelzaal. Geef de kinderen opdrachten en doe voor wat ze kunnen doen. (Met de armen zwaaien, ronddraaien als een molen, grote cirkels maken, kleine cirkels, naar voor en achter zwaaien, cirkels maken boven je hoofd, rennen en springen met de linten, bewegen op muziek etc.)
* Dansen. Zoek leuke dansliedjes en dans hier met de kinderen op. De Animatie Compagnie heeft leuke liedjes waarbij gezongen wordt wat de kinderen moeten doen, zoals Tjoe Tjoe Wa, Ochtendgymnastiek, Superman, Cowboy Joe, Hockey Cockey, Doe maar lekker mee etc.
Misschien heeft een kind in de klas zo'n cd. Deze liedjes worden in de zomer op campings gedraaid bij het animatieprogramma.
Je kunt de cd hier bestellen of downloaden.
* Bewegingsonderwijs in het speellokaal. Bij deze map met gymlessen voor kleuters zit een cd met liedjes om op te bewegen. Bijv. circuspaarden of de trein.
In deze map staan ook allerlei activiteiten die met bewegen op muziek te maken hebben, zoals op tijd stilstaan, verschillende routes stappen, in de maat, met z'n tweeën.

Liedjes
Lopen lopen allemaal,
lopen lopen, ga maar lopen.
Lopen lopen allemaal,
sta nu even stil.
Springen, springen allemaal,
springen springen enz.
Hinkelen, kruipen, rollen enz.

De leerkracht zingt dit lied terwijl de kinderen uitvoeren wat er gezongen wordt. Als de kinderen stil moeten staan, worden ze een standbeeld.

Alle kinderen gaan nu zwemmen,
zwem, zwem, zwem, zwem, zwem.
Alle kinderen zijn nu kikkers
kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak.
Alle kinderen gaan marcheren,
mars, mars, mars, mars, mars.
Alle kinderen gaan nu springen,
spring, spring, spring, spring, spring.
Alle kinderen... etc

De leerkracht verzint iedere keer iets wat de kinderen moeten doen. De kinderen lopen in een lange rij achter elkaar. De leerkracht zegt dit of maakt er en simpel liedje van.

Liedjes in de kring
Enkele leuke liedjes van vroeger.

Daar zat een klein zigeunermeisje
huilend op een steen.
Huilend, huilend, helemaal alleen.
Sta op, meisje lief, en droog je traantjes af
en kies een kindje uit de kring
want anders ben je af.
Tralalalala, tralalalalala etc.

Een grote kring maken. Alle kinderen wijzen naar het kind dat in de kring zit te huilen. Bij de vierde regel staat het kind op en kiest iemand uit om een dansje mee te maken.

Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
heb je wel gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen dat ik niet dansen kan
ik kan dansen als een edelman.
Dat is één, dat is twee, dat is drie, dat is vier,
dat is vijf, dat is zes en dat is zeven!

De kinderen hebben de handen vast en lopen rond in een kring.
Bij één: los laten en rechtervoet in de kring zetten.
Het lied wordt vervolgens opnieuw gezongen.
Het lied wordt zeven keer gezongen en bij elke herhaling komt er iets bij.
Twee: linkervoet vooruit in de kring.
Drie: knielen op rechterbeen, vier: knielen op linkerbeen
vijf: rechterelleboog op de grond, zes: linkerelleboog op de grond
zeven: met het voorhoofd de grond aanraken.

Jan Huigen in de ton
met een hoepeltje erom
Jan Huigen, Jan Huigen,
en de ton die begon te buigen, te buigen
en die ton die viel... kapot!

De kinderen lopen rond in een kring. Bij buigen, buigen ze voorover en bij kapot vallen de kinderen achterover op de grond.

Joepie, Joepie is gekomen
heeft mijn meisje weggehaald
maar ik zal er neit om treuren
gauw een ander weer gehaald.
Tralalalalala etc.

De meisjes staan in de kring. Achter elk meisje staat een jongen. Eén jongen loopt rond en kiest een meisje met wie hij de kring ronddanst. Als het lied voor de tweede keer gezongen wordt, mag de overgebleven jongen een meisje uitzoeken en gaan de twee dansers op de opengevallen plaats staan. Als alle meisjes een keer gekozen zijn, is het spel uit.

Zakdoekje leggen, niemand zeggen
'k Heb de hele nacht gewaakt,
twee paar schoenen heb ik afgemaakt
één van stof en één van leer
hier leg ik mijn zakdoek neer.
Ik weet het al, ik weet het al,
waar ik mijn zakdoek leggen zal.
En van je 1, 2, 3!

Het kind wat de zakdoek nu achter zich ziet liggen, staat op en probeert het kind dat de zakdoek gelegd heeft te tikken. Dat kind probeert op de lege plek in de kring te gaan zitten, voordat hij getikt wordt.

Zeg, ken jij de mosselman
de mosselman, de mosselman
zeg, ken jij de mosselman
die woont in Scheveningen.

Ja, ik ken de mosselman,
de mosselman, de mosselman
Ja, ik ken de mosselman
die woont in Scheveningen.

Samen kennen wij de mosselman
de mosselman, de mosselman
samen kennen wij de mosselman
die woont in Scheveningen.

De kinderen staan in de kring. Twee kinderen staan in de kring tegenover elkaar. Het ene kind begint terwijl hij op de muziek zijn benen beurtelings opgooit en de handen klappend langs elkaar slaat. Bij het 2de couplet is de ander aan de beurt en hij antwoordt met dezelfde gebaren. Bij "samen" kruisen de twee de armen en dansen ze heen en weer door de kring. Nu kiezen beide kinderen een partner en begint het lied opnieuw. Het gaat door totdat iedereen in de kring een partner heeft.

't Regent op de brug
en ik word niet nat
ik ben nog iets vergeten
maar ik weet niet wat
Kom, mijn zusje dans met mij
beide handjes in de zij
heen en weer, op en neer
drie maal in de rondte
en ik dans niet meer.

De kinderen staan in een rij. Eén kind staat ervoor. Dat kind kiest een "zusje" uit. Beiden dansen dan met de handen in de zij heen en weer. Bij "drie maal in de rondte", haken ze de armen in elkaar en dansen in het rond.

Witte zwanen, zwarte zwanen
wie gaat er mee naar Engeland varen?
Engeland is gesloten
de sleutel is gebroken
is er dan geen smid in 't land
die de sleutel maken kan?
Laat doorgaan, laat doorgaan
wie achter is moet voor gaan.

Schipper mag ik overvaren, ja of nee?
Moet ik dan nog geld betalen, ja of nee?

'k Heb een brilletje al voor mijn ogen
om te zien wie er dansen mogen.
'k Heb een brilletje al voor mijn ogen
'k zie het al, ik dans met jou.

Wie gaat er mee, wie gaat er mee
naar de berg van Sint André?
En daar wonen zoveel kindertjes
en die leven daar in gloria, victoria!

Wie gaat er mee, wie gaat er mee
naar de berg van Sint André?
En daar wonen zoveel hondjes
en die leven daar in gloria, victoria!

De kinderen staan in een kring. Om de beurt mogen ze zeggen wie er op de berg wonen. Aan het eind van het couplet maken ze het geluid van dat dier.

Twee emmertjes water halen
twee emmertjes pompen
meisjes op de klompen
jongens op een houten been,
rij maar door mijn straatje heen
en van je ras ras ras
rijdt de koning door de plas
en van je voort voort voort
rijdt de koning door de poort
en van je erre, erre, erre
rijdt de koning door de kerk
van je één, twee, drie!

De kinderen staan in twee rijen tegenover elkaar, en houden elkaars handen kruislings vast en bewegen hun armen heen en weer. Bij "van je ras ras ras" laten ze elkaar los en doen een stapje naar achter, zodat de achterste twee rijen door naar de andere kant kunnen dansen.

De poppenmaker - klankduur
Nodig: een pop en een instrument waarvan de klank lang te horen kan zijn, zoals de xylofoon, de triangel of een blokfluit.
Vertel een verhaal over de poppenmaker. In een dorp hier ver vandaan woont een poppenmaker. Hij heeft heel veel poppen. Houten poppen, plastic poppen, knuffelpoppen. Op een dag wilde de poppenmaker een pop maken die kan bewegen. Hij probeerde en probeerde, maar het lukte hem niet. Maar toen, op een dag kwam er een jongetje uit het dorp langs. Hij had voor zijn vader een mooi muziekinstrument gekocht (laat het instrument horen) en nu wilde hij voor zijn zusje een pop uitzoeken. De poppenmaker zag het instrument en vroeg de jongen wat dat was. De jongen bespeelde het instrument en plots begon er een pop zijn hoofd te bewegen. (Bespeel het instrument en laat de pop bewegen). Toen het geluid weg was, stond de pop weer stokstijf stil. Hé, zei de poppenmaker. Doe dat nog eens! De jongen sloeg een andere toon aan en ja hoor, de pop bewoog weer. Deze keer met zijn armen.
Nu zijn wij in de klas de poppen van de poppenmaker. De poppenmaker wilde weten of de benen van de pop ook kunnen bewegen. Hij slaat een andere toon aan en.... de kinderen bewegen de benen. Sla de toon de ene keer lang aan en de andere keer kort. De kinderen mogen bewegen zolang ze de toon horen. Laat zo de ene arm bewegen en de andere arm, ene been, andere been, romp, hoofd, voeten, hele lijf etc.


Lezen en noteren

Een partituur maken met vormen
Tijdens het thema 'kleur en vorm' zijn wij aan de slag gegaan met het maken van een eigen partituur. De kleuters waren heel enthousiast!
Leg de logiblokken (of zelf geknipte vormen) in de kring. Laat de kinderen bij elke vorm een passend instrument kiezen. Stel om te beginnen twee vormen centraal, bijvoorbeeld de cirkel en het vierkant. Geef de kinderen de instrumenten die ze gekozen hebben. Bijvoorbeeld belletjes voor de cirkel en slaginstrumenten voor het vierkant. Het is leuk als elk kind een instrument heeft. Leg een partituur van cirkels en vierkanten in de kring. Wijs de eerste vorm aan. De kinderen met het instrument dat bij deze vorm past, spelen. Wijs hierna de tweede vorm aan. De kinderen met het instrument bij deze vorm spelen. Ga zo verder tot de hele partituur gespeeld is.
Varieer door grote en kleine cirkels en vierkant neer te leggen. Groot betekent hard spelen en klein is zacht spelen.

Wanneer de kinderen dit begrijpen, kunnen ze zelf aan de slag. Verdeel ze in groepjes, geef ze instrumenten en logiblokken en muziek maken maar. Over deze les en de voorbereiding die hieraan vooraf ging schreef ik een inspiratieblog. Kijk hiervoor bij het tabblad 'inspiratieblog'.

Ritmes aflezen en klappen
Voor verschillende thema's maakte ik ritmekaarten. Met deze kaarten leren de kinderen het aflezen van muziek, het klappen of spelen van een ritme en het luisteren naar elkaar. Maak een keuze uit de thema's en print de kaarten van je keuze meerdere keren.

Start door van elke kaart één exemplaar in de kring te leggen (één stip, twee stippen, drie stippen). Geef de kinderen een instrument of laat ze klappen. Klap het eerste woord, dat uit één klankgroep bestaat, en zeg het woord hardop (de kinderen klappen één keer). Klap daarna het tweede woord, dat het twee klankgroepen bestaat (de kinderen klappen twee keer) en dan het derde (de kinderen klappen drie keer). Leg de drie kaarten naast elkaar. Vraag de kinderen de drie woorden na elkaar te klappen (klap, klap - klap, klap - klap - klap). Herhaal dit een aantal keer. Wisselen twee woorden daarna van plek en laat de kinderen het nieuwe ritme klappen.
Breid dit uit door de kaarten meerdere keren neer te leggen. Het ritme wordt langer. Lukt het de kinderen nog om het te klappen?

Tip! Geef de kinderen een instrument waarmee ze het ritme spelen.

Variaties:
- Klap het stuk, maar zeg de woorden niet meer hardop. Deze zeg je in je hoofd.
- Draai van één woord alle kaarten om. Wanneer de kinderen bij dit woord komen, klappen ze het in gedachte. Het is even stil. Daarna gaan ze verder met het klappen van het ritme. Lukt het de groep om tegelijk weer verder te gaan?
- Draai van twee woorden alle kaarten om en doe bovenstaande activiteit.
- Leg bij één van de woorden een voorwerp dat aangeeft dat de kinderen dit woord heel hard mogen klappen. Doe hetzelfde met 'zacht'.
- Verdeel de klas in groepjes. Een deel van de kinderen klapt het woord met één woordstukje, een deel klapt het woord dat uit twee woordstukjes bestaat en een deel neemt het woord met drie woordstukjes voor zijn rekening.
- Klap het stuk zelf. De kinderen luisteren. Klap één keer een woord verkeerd. Weten de kinderen waar het mis ging?

--> Download de ritmekaarten

Er zijn kaarten voor de volgende thema's:
herfst, Sinterklaas, Kerst, winter, lente, Pasen, zomer, feest

ritme klappen, muziek, kleuters

Levende muzieknoten
Een leuke variatie op bovenstaande activiteit zijn de 'levende muzieknoten'. Lees bovenstaande activiteit even door, zodat je het principe snapt.

Zet drie krukken of stoelen voor de klas en vraag drie kinderen hierop plaats te nemen. Bedenk iets wat zij kunnen zijn en wat bij het thema past, bijvoorbeeld kuikens die uit het ei komen, springende kikkers, sneeuwballen, tikkende regen.

Een kind dat op de kruk of stoel zit, betekent één klap. Laat de groep het ritme klappen dat nu te zien is: klap, klap, klap.
Vraag het tweede kind voor de kruk of stoel te gaan staan. Dit betekent twee klappen. Het ritme wordt nu: klap, klap - klap, klap.
Vraag het derde kind achter de kruk of stoel te gaan staan. Dit betekent drie klappen. Het ritme wordt nu: klap, klap - klap, klap - klap - klap.

Varieer vervolgens door kinderen te laten kiezen waar ze willen staan of zitten en breid het uit door meer krukken of stoelen neer te zetten.

Tip! Maak het makkelijker door woorden te gebruiken die uit evenveel klankgroepen bestaan als het aantal klappen. Op de stoel is één klap en dus één klankgroep: ei. Voor de stoel is twee klappen en dus twee klankgroepen: paashaas. Achter de stoel is drie klappen en dus drie klankgroepen: schilderen.

Watermuziek
Bij een thema waar water bij past (piraten, zomer, zwemmen, zee en strand, de sloot) kun je de volgende 'wateractiviteit' doen.
Zet muziek op waarbij je je kunt voorstellen dat het water golft, waarop je golvende bewegingen kunt maken. Vaak is dit vrolijke muziek. Laat de kinderen met hun handen golvende bewegingen maken in de lucht, op de maat van de muziek. Wanneer de muziek stopt, stoppen de bewegingen.
Geef ze hierna elk een vel papier en laat ze hierop met wasco 'golven' wanneer de muziek klinkt. Als de muziek stopt, stoppen ze meteen. Wanneer dit goed lukt, laat je een groepje kinderen op één groot vel papier 'golven'. Lukt dit ook?

Breid de activiteit uit door een deel van de groep een waterdier te laten spelen terwijl de muziek klinkt. De ene helft van de groep is het water en maakt golvende bewegingen (al dan niet op papier) en de andere helft beweegt als waterdier door het water.

Tip! Hang de papieren met golven op als achtergrond van een water thema- of speeltafel.

Aan deze pagina wordt gewerkt ...


Muziek maken

Kennismaken met muziekinstrumenten
Verzamel een aantal muziekinstrumentjes die op school aanwezig zijn. Stop ze in een bak of leg ze onder een doek.
De kinderen zitten in de kring. Om de beurt mag een kind een instrument onder het doek vandaan halen. Laat het geluid dat het instrument maakt horen en vertel de kinderen hoe het instrument heet. Leg het instrument vervolgens in de kring. Het volgende instrument wordt tevoorschijn gehaald en benoemd en zo verder.
Als alle instrumenten in de kring liggen noem jij een instrument en laat je een kind het instrument aanwijzen of er even muziek mee maken (passieve woordenschat). De andere kinderen kunnen eventueel op de maat mee klappen of stampen.
Daarna doen de kinderen de ogen dicht. Jij maakt muziek met een instrument. Welk instrument was het? De kinderen hoeven de naam nog niet te kennen, ze mogen het instrument ook aanwijzen in de kring of pakken en het geluid nog eens laten horen.

Aan deze pagina wordt gewerkt ...





facebook juf Anke