Poppenspel | LesideeΓ«n voor kleuters
Poppenspel met kleuters
Van handpop tot held
Een pop in de kleuterklas kan een enorme aantrekkingskracht hebben. Een handpop die opeens tot leven komt, kan kinderen laten lachen, verwonderen en vertellen. Maar een pop kan ook helpen om kinderen mee te nemen in een verhaal, een gesprek op gang te brengen of een moeilijke situatie bespreekbaar te maken.
Poppenspel is daarom veel meer dan een leuke activiteit. Het biedt kansen voor taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, fantasie, spel en interactie.
Het kan best spannend zijn om ermee te beginnen. Hoe laat je een pop echt leven? Wat zeg je? Hoe zorg je ervoor dat kinderen niet vooral naar jouw hand kijken?
Hier geef ik je 18 tips om een poppenspeler te worden. En geloof me: dat kan je!Β
1 – Begin klein
Je hoeft niet meteen een compleet poppenkastverhaal te spelen. Sterker nog: voor jonge kinderen is het vaak beter om heel klein te beginnen.
Het meest laagdrempelig is het om met een voorwerp te beginnen dat past bij je activiteit in plaats van met een pop. Je praat dan over iets en hebt daar een idee bij. Je kunt er van alles bij verzinnen. Dit noem je beeldtheater.Β
Kies je voor een pop, ga dan voor een handpop, Living Puppet of knuffel die echt bij jou past. Kies om te beginnen één pop / knuffel die je voor allerlei doeleinden kunt gebruiken. Meerdere poppen of knuffels werkt verwarrend. Oefen thuis voor de spiegel met je pop / knuffel en bedenk zijn naam, stemmetje en karakter.
Dit laatste kun je ook met de kinderen samen doen. Bedenk:
- Hoe heet hij?
- Waar woont hij?
- Wat vindt hij leuk?
- Waar is hij bang voor?
- Wat kan hij goed?
- Wat kan hij nog niet?
De antwoorden van de kinderen geven je meteen allerlei aanknopingspunten voor toekomstige situaties.
2 – Stemgebruik
Als je begint met poppenspel, kan het onnatuurlijk voelen om een andere stem te gebruiken. Dat hoeft ook helemaal niet.
Het gaat niet om een perfecte poppenstem. Belangrijker zijn:
rust, aandacht, timing en geloofwaardigheid.
Een kleine verandering in stem, tempo of intonatie kan al voldoende zijn om de pop een eigen karakter te geven.
3 – Het karakter
Een pop komt meer tot leven wanneer hij herkenbare eigenschappen heeft.
Misschien is hij:
- nieuwsgierig;
- verlegen;
- eigenwijs;
- een beetje vergeetachtig;
- heel enthousiast;
- bang voor iets;
- dol op dieren;
- altijd op zoek naar avontuur.
Het hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Een pop die altijd alles kwijt is, kan bijvoorbeeld iedere keer opnieuw zijn bril, schoen of tas zoeken.
Kinderen gaan zo een relatie met de pop opbouwen. Ze herkennen hem en weten steeds beter wat bij hem hoort.
4 – Introductie
Geef je handpop een vaste plek in het lokaal. Leg hem bijvoorbeeld lekker toegedekt in een poppenbed of de leeshoek of zet hem in de verjaardagsstoel.Β
Laat de pop kennismaken met je groep.Β De pop kijkt voorzichtig om het hoekje.
‘Hallo… zijn jullie daar?’
De kinderen reageren.
De pop kijkt verbaasd.
‘Oh! Jullie kunnen mij zien!’
Dat is eigenlijk al poppenspel.
Het belangrijkste is dat kinderen ervaren dat de pop een eigen karakter en een eigen stem heeft. Vertel ook meteen dat jij het bent die de stem geeft en de pop laat bewegen. Kinderen zien dit toch wel. Het voorkomt discussies en maakt het wat minder spannend.Β
Houd de pop zeker in het begin op afstand van de kinderen. Laat ze eraan wennen. Houd het rustig en klein. Op een later moment kun je verder gaan en dichterbij komen.Β
5 – Praat niet namens de pop
Een veelgemaakte fout bij poppenspel is dat de bespeler van de pop voortdurend zegt: “Kijk, Koos wil graag weten waar de bal ligt.”
Dat haalt de magie een beetje weg.
Probeer in plaats daarvan zoveel mogelijk rechtstreeks als de pop te praten.
Koos kijkt de kinderen aan.
“Hebben jullie mijn bal gezien?”
Zo wordt de pop een echt personage in plaats van een hulpmiddel van jou.
6 – Bewegingen
Een handpop die voortdurend met zijn armen zwaait en zijn hoofd heen en weer beweegt, wordt juist minder geloofwaardig.
Een pop kan ook gewoon stilzitten en luisteren.
Wanneer een kind iets vertelt, laat je de pop naar het kind kijken. Wanneer de pop schrikt, kan hij zich even terugtrekken. Wanneer hij nadenkt, kun je hem rustig laten kijken.
Kleine bewegingen zijn vaak veel sterker dan voortdurend bewegen.
7 – Waar kijk je naar?
Dit is een belangrijk onderdeel van poppenspel. Wanneer de pop praat, kijk dan zoveel mogelijk naar de pop of naar het kind met wie de pop praat, in plaats van naar je eigen hand. Kinderen volgen jouw blik. Als jij naar je hand kijkt, gaan zij dat ook doen.
Oefen daarom eerst zonder publiek. Zet de pop op je hand en voer een kort gesprek met jezelf. Let erop waar je kijkt en hoe je de pop beweegt.
8 – De juiste hoogte
Zorg ervoor dat de pop goed zichtbaar is voor alle kinderen.
Een handpop die laag voor je buik hangt, is voor kinderen minder interessant. Houd de pop ongeveer op de hoogte waarop hij de kinderen daadwerkelijk zou aankijken.
Draai de pop ook naar het kind dat praat. Zo ontstaat de indruk dat de pop echt naar het kind luistert.
9 – Start met korte momenten
Poppenspel hoeft niet lang te duren. Voor een eerste kennismaking kan een paar minuten al voldoende zijn.
Een pop kan bijvoorbeeld ’s ochtends even binnenkomen, iets vertellen en later op de dag terugkomen. Door regelmatig korte momenten te creΓ«ren, wordt de pop vertrouwd.
Je hoeft niet meteen een voorstelling van twintig minuten te geven.
10 – Houd het interessant
Een pop wordt interessant wanneer hij iets niet weet, niet kan of niet begrijpt.
Een pop kan bijvoorbeeld zeggen:
“Ik weet niet hoe ik mijn jas aan moet doen.”
Of:
“Ik ben mijn schoen kwijt.”
Of:
“Volgens mij is een olifant kleiner dan een muis.”
Kinderen willen de pop helpen, verbeteren of iets uitleggen. Daardoor ontstaat vanzelf interactie.
Een pop die voortdurend alles goed doet en alle antwoorden weet, geeft kinderen veel minder reden om te reageren.
11 – De pop als gesprekspartner
Een pop is een prachtig middel om kinderen te laten praten.
In plaats van zelf te vragen:
“Wie weet wat een kikker eet?”
kan de pop het vragen:
“Ik zag gisteren een kikker. Maar ik weet eigenlijk niet wat hij eet. Weten jullie dat?”
Kinderen reageren vaak anders op een vraag van een pop dan op een vraag van de leerkracht.
De pop kan ook bewust een fout maken:
“Ik heb gehoord dat kikkers alleen maar worteltjes eten.”
Natuurlijk zullen kinderen onmiddellijk willen vertellen dat dat niet klopt.
Dat maakt de pop een uitlokker van taal.
12 –Β Prentenboeken
Wanneer je een verhaal voorleest, kan de pop een personage uit het verhaal zijn.
Je kunt de pop vooraf introduceren:
“Vandaag heb ik iemand meegenomen. Hij kent het verhaal dat we gaan lezen.”
De pop kan tijdens het verhaal af en toe reageren, verbaasd zijn of een vraag stellen.
Je hoeft het verhaal daardoor niet helemaal uit te spelen. Een paar korte reacties van de pop kunnen al genoeg zijn.
13 – Laat kinderen steeds meer meedoen
Wanneer kinderen gewend zijn aan poppenspel, kun je ze steeds meer verantwoordelijkheid geven.
Laat bijvoorbeeld een kind:
- de pop begroeten;
- een vraag aan de pop stellen;
- de pop iets vertellen;
- de pop helpen;
- met de pop een kort gesprek voeren.
Later kunnen kinderen zelf met de pop spelen.
Dat is een belangrijke stap: de pop wordt niet alleen iets van de leerkracht, maar wordt onderdeel van het spel van de kinderen.
14 – EmotiesΒ
Een pop kan gevoelens op een veilige manier bespreekbaar maken.
De pop kan bijvoorbeeld vertellen:
“Ik was vandaag heel verdrietig.”
Of:
“Ik durfde niet mee te doen.”
Kinderen kunnen vervolgens reageren, vertellen wat zij zouden doen of vertellen over een eigen ervaring.
Een pop maakt het vaak gemakkelijker om over emoties te praten, omdat de kinderen niet meteen over zichzelf hoeven te vertellen.
De vraag is niet:
“Ben jij wel eens verdrietig?”
maar:
“Wat zou jij doen als Koos verdrietig is?”
Dat kan een laagdrempelige ingang zijn voor een gesprek.
15 – Fouten maken mag
Een pop mag fouten maken. Sterker nog: dat maakt hem juist interessant. Hij kan bijvoorbeeld:
- iets verkeerd begrijpen;
- een woord verkeerd uitspreken;
- iets vergeten;
- iets laten vallen;
- een verkeerde conclusie trekken.
Kinderen krijgen daardoor een reden om te reageren. En de pop kan vervolgens zeggen:
“Oh… dus ik had het verkeerd begrepen!”
Daarmee laat je bovendien zien dat fouten maken helemaal niet erg is.
16 – Come back
Een pop wordt nog interessanter wanneer er een verhaallijn ontstaat.
De eerste keer komt hij bijvoorbeeld vertellen dat hij een probleem heeft.
De volgende dag komt hij terug omdat het probleem nog niet is opgelost. Daarna heeft hij iets nieuws ontdekt.
Zo ontstaat een soort vervolgverhaal waar kinderen naar uit kunnen kijken.
Je kunt de pop bijvoorbeeld laten terugkomen bij:
- een nieuw thema;
- een probleem in de groep;
- een verhaal;
- een feestdag;
- een vraag waar jullie samen onderzoek naar doen;
- een nieuw materiaal of spel.
17 – Laat kinderen niet te lang wachten
Poppenspel is interactief. Geef kinderen daarom regelmatig de gelegenheid om te reageren.
Een veelgemaakte fout is dat de leerkracht een lang verhaal vertelt waarin de kinderen alleen maar toekijken.
Veel sterker is:
pop β vraag β kind β reactie van pop β vervolg.
Het gesprek mag best even stilvallen. Geef kinderen tijd om na te denken en te reageren.
18 – Geloof zelf dat de pop leeft
Kinderen voelen het onmiddellijk wanneer jij de pop eigenlijk niet serieus neemt. Als jij de pop behandelt alsof hij echt iets meemaakt, luisteren kinderen mee. Als jij zelf moet lachen om wat de pop zegt of steeds uitlegt wat de pop bedoelt, verdwijnt een deel van de magie.
Je hoeft geen professionele poppenspeler te zijn. Een eenvoudige handpop, een klein karakter en een beetje fantasie zijn genoeg om te beginnen.
Veel plezier!
