Juf Anke lesidee groep 3 4 5 taal rekenen spelling lezen thematisch werken gouden weken start schooljaar



facebook juf Anke



Alles over gedrag

Een kind zit op zijn stoel te wippen, friemelt aan de trui van zijn buurman, roept ineens een antwoord door de klas, springt op en doet een dansje ... waarom doet hij dat? Heeft hij een zwakke concentratie? Kan hij zijn impulsen niet beheersen en heeft hij moeite zichzelf te reguleren? Vindt hij de activiteit niet interessant? Is hij onder- of overprikkeld?

Gedrag is een complex iets, gedrag is meer dan je ziet. Wat zit er achter het gedrag van een kind? Ik vind gedrag een interessant onderwerp en ik blijf altijd zoeken naar het 'waarom'. Wat wil het kind mij met dit gedrag vertellen? Waarom is hij niet met zijn aandacht bij de activiteit? Hoe komt het dat hij vaak aan anderen zit te friemelen? Waarom roept hij door de kring? En de belangrijkste vraag: Hoe kan ik hem nu helpen?

Voorkom lastig gedrag

Een zij-instromer vroeg me om tips voor het 'orde houden'. Ik had haar het boek Voorkom lastig gedrag van Anton Horeweg kunnen geven en ze was er waarschijnlijk enorm mee geholpen. Dit boek beschrijft namelijk precies wat je wilt weten over 'lastig gedrag' en vooral: hoe je ermee om kunt gaan. Het is een zeer makkelijk leesbaar boek (je hebt het in een paar uur uit) vol met tips, concrete voorbeelden en theoretische informatie over gedrag, moeilijk gedrag voorkomen, klassenmanagement, groepsvorming, probleemgedrag, drukke kinderen en kinderen die snel boos worden.

Ook als je al langere tijd voor de klas staat, is het fijn om dit boek eens te lezen. Het geeft je wellicht nieuwe inzichten, aha-momenten en bevestiging. Ikzelf kwam veel voorbeelden van leerkrachtgedrag tegen die ik toepas. Ooit heb ik bedacht, gevoeld, dat dit het juiste was, nu lees ik waarom dat inderdaad zo is.

Lastig gedrag of probleemgedrag

Mijn afstudeeronderzoek voor de Master SEN ging over probleemgedrag. Ik onderzocht wat probleemgedrag is, of dit voor iedereen hetzelfde gedrag is en wanneer gedrag een probleem is. Deze vragen komen ook aan bod in het eerste deel van het boek. Hieruit blijkt dat het nog niet zo eenvoudig is om 'lastig gedrag' te omschrijven. Want inderdaad, wat is lastig gedrag? Wat voor de een als lastig wordt gezien, is voor de ander een uitdaging. Een kind dat zich bij de één 'lastig' gedraagt, is bij de ander gehoorzaam. En wanneer vind je een kind druk of lastig? Rekenen en taal zijn meetbaar, gedrag is dat niet.
Lastig gedrag is voor de meeste leerkrachten druk gedrag. Gedrag dat de orde verstoort. Eigenlijk is het probleemgedrag 'gewoon gedrag', maar de plek of het moment waar het gedrag wordt vertoont, maakt soms dat we het probleemgedrag noemen. Het is dan niet passend in de situatie. Kinderen vertonen meestal probleemgedrag als de omgeving niet aansluit bij hun onderwijs- of ontwikkelingsbehoeften.

Ik haal me enkele kinderen voor de geest. Ze vinden het lastig om stil te zitten in de kring, op hun beurt te wachten, reageren impulsief in het contact met klasgenoten. Tijdens het buiten spelen en de gymles rennen ze het hardst, hangen ondersteboven in het klimrek en winnen elk tikspel. Zijn deze kinderen druk en lastig? Of sluit het onderwijs dat ik geef niet altijd aan op hun behoeften? Ik bedenk kringactiviteiten waarbij de kinderen mogen bewegen en zorg ervoor dat ze de dagplanning weten, zodat ze zien wanneer er een bewegingsmoment is ingepland. Ik oefen de executieve functie 'impulscontrole' en vertel de kinderen dat ze dit kunnen oefenen, kunnen trainen. Zo worden ze er beter in. Ondertussen voel ik de druk: 'laat het kind maar testen, hij heeft vast ADHD'. 'Geef hem een pilletje, dan is hij rustiger'. Is dat de oplossing? Voor mij niet. Het kind zegt iets met zijn gedrag en daar moet ik iets mee. Ik pas de omgeving aan. Het kind kan er toch niets aan doen dat het schoolsysteem is ingericht op stilzitten en luisteren?

Gedrag is interactie en de manier waarop je naar het gedrag kijkt en erop reageert maakt of het gedrag uitdooft of versterkt. In de klassensituatie probeer je 'lastig gedrag' zakelijk te benaderen. Je laat je eigen emoties achterwege en handelt als professional, niet altijd als jezelf.

Preventie, aanpakken en ingrijpen

In Voorkom lastig gedrag wordt helder beschreven hoe je 'lastig gedrag' voor kunt zijn en hoe je van je klas een fijne groep maakt. Denk na over je planning, ben duidelijk naar de kinderen, besteed aandacht aan groepsvorming en behandel de kinderen ongelijk (in het boek lees je hier meer over).

Mijn tien gouden tips uit Voorkom lastig gedrag:
1. JIJ bent de baas en dat laat je merken ook. Kinderen komen om te leren. Bij jou. Daarom is het nodig dat iemand de leiding neemt en dat ben JIJ. Onderwijs is geen democratie.
2. Denk na over je klassenmanagement. Plan je dag nauwkeurig. Als je een goede planning hebt, kun je daar prima van afwijken. Zorg voor afwisseling tussen inspanning en ontspanning. Plan energizers en klasbouwers standaard in en kies ze met een doel.
Er is geen groep te vinden die effectief wordt gemanaged zónder regels en routines.
3. Op scholen waar veel kinderen met 'probleemgedrag' is het team een van de veroorzakers ervan. Ga met elkaar in gesprek, spreek basisregels af en leef ze na én voor. Ga met je duo-collega in gesprek: noem een situatie en bedenk beiden hoe je hierop zou reageren. Zitten jullie op één lijn of kunnen jullie één lijn trekken?
4. Heet de kinderen welkom bij de deur. Je hebt écht even contact met elk kind en je laat zien, hierachter is de klas, mijn domein.
5. Grijp in als dat nodig is. Negeren werkt niet altijd het best. Vroeg ingrijpen heeft twee grote voordelen: de ingreep blijft klein en het probleem wordt niet groot. Ingrijpen doe je op een vriendelijke, korte en weinig aandacht gevende manier.
6. Bedenk welke maatregelen je kunt nemen, welke technieken je hebt om de dag soepel te laten verlopen. Begin klein wanneer de orde wordt verstoord (negeren, stem een beetje verheffen, kind aankijken, naar een kind toelopen). Bedenk dat 'eruit sturen' heel schadelijk kan zijn voor een kind: je bent niets waard, je hoort er niet bij, je bent een slecht kind.
7. Behandel niet iedereen op dezelfde manier. Gebruik voor elk kind een andere aanpak, net als je doet bij rekenen en taal.
8. Ga er niet vanuit dat kinderen de regels meteen kennen. Leg de regel uit, vertel waarom je deze hanteert, oefen, herhaal, toets en leg opnieuw uit. Als een kind een rekensom niet begrijpt, blijf je uitleggen. Moeten ze gedragsregels wel in één keer snappen en kunnen toepassen?
9. Benoem vooraf wat je verwacht (wat moet er gebeuren en hoe). Voorkom onduidelijkheid.
10. Ben positief. Wees een voorbeeld voor de groep door je gedrag, de manier waarop jíj de regels naleeft en je communicatie. Communiceer zoveel mogelijk op een positieve manier. Kinderen doen hun best en er zijn er altijd die zich wel aan de regels houden, focus je daarop. ('Iedereen loopt door de klas.' - er zitten zes kinderen op hun plek, 'Iedereen praat door elkaar' - er zijn tien kinderen stil).
Uit: Voorkom lastig gedrag

Wat had ik dit boek graag gelezen toen ik als leerkracht begon. Het neemt veel onzekerheid weg en geeft je handvatten voor je eigen leerkrachtgedrag. Het boek geeft je wat kinderen verdienen: een empathische, positieve, duidelijke leerkracht die gedrag ziet en kijkt wat erachter zit.

--> Bekijk het boek bij uitgeverij Pica

voorkom-lastig-gedrag

Voorkom lastig gedrag
Anton Horeweg
Uitgeverij Pica

Prikkelverwerking

Bij uitgeverij Pica zag ik het boek: Wiebelen en friemelen in de klas. De tekst op de achterkant sprak mij meteen aan. Dit boek laat zien hoe nuttig het is om te wiebelen en friemelen in de klas. Het vertelt je meer over zintuigelijke prikkelverwerking en laat je door een zogenaamde ZiP-bril anders naar kinderen kijken. Zo kun je snel, eenvoudig en met meer begrip reageren op het gedrag van de kinderen in je groep.


Uit: Wiebelen en friemelen in de klas

Wat is zintuiglijke prikkelverwerking?

De hele dag door, elke minuut, elke seconde, komen prikkels bij ons binnen. Deze prikkels worden geregistreerd door de zintuigen, bijvoorbeeld je ogen of je neus. In je hersenen wordt bepaald hoe belangrijk de prikkels zijn. Aan onbelangrijke prikkels wordt verder geen aandacht geschonken, aan belangrijke prikkels wel. Op dat moment wordt je je van deze prikkel bewust. Bijvoorbeeld van een mooi lied dat je hoort op de radio, de kat die miauwt omdat hij honger heeft of de geur van de cake in de oven die bijna klaar is. Nadat de prikkel aangekomen is in je hersenschors, volgt een onbewuste of bewuste reactie.

Stel je voor dat je alle prikkels die je de hele dag door binnenkrijgt voelt, ruikt, hoort, ziet, ervaart ... Gek zou je worden! Gelukkig worden de prikkels in de hersenen verwerkt en als dit goed verloopt kun je prettig functioneren.

Wat nu als deze prikkelverwerking niet goed verloopt? Je krijgt te veel prikkels binnen en voelt de hele dag je kleding zitten, je wordt afgeleid door het geluid van een zoemende lamp en het tikken van de klok, je blik wordt constant getrokken door mensen die voorbij komen en je vangt tijdens een gesprek woorden op van de gesprekken om je heen. Je krijgt te veel prikkels binnen en bent overprikkeld.

Of je voelt niet dat je kleding gedraaid zit, je hoort niet dat de kraan druppelt, je schrikt wanneer je over wilt steken: die fietser had je niet zien aankomen. Je laat de post op de deurmat liggen, want die valt gewoon niet op, maar de krant pak je er wel tussenuit en in een overvol café kun je prima een gesprek met iemand voeren. Er worden te weinig prikkels doorgelaten en je bent onderprikkeld.

Overprikkeling

Als je overprikkeld bent, kun je je minder richten op dat wat op dat moment echt van belang is. Je krijgt te veel prikkels binnen. Er is sprake van een overload. Het is heel vermoeiend als je overspoeld wordt door zo veel prikkels. Het kost energie en is vaak zelfs pijnlijk (bijvoorbeeld bij aanraking en geluiden).

Een kind dat overprikkeld is:
- schrikt wanneer er een stoel verschoven wordt en blijft hier nog een tijdje hyper en afgeleid van.
- kan zich niet concentreren wanneer anderen praten.
- schrikt elke keer wanneer iemand hem aanraakt.
- kan goed stilzitten. Zolang hij blijft stilzitten achter zijn tafel, heeft hij minder last van dingen.
- kan zich moeilijk concentreren: doordat hij snel schrikt is hij een beetje hyper.
- kan zich moeilijk op de uitleg van de leerkracht richten. Hij hoort andere geluiden in en buiten het lokaal.
- is tijdens het stilzitten constant afgeleid.
- gebruikt altijd perfect geslepen potloden, want alleen die schrijven lekker.

Een kind dat overprikkeld is en in actie komt om de prikkelbalans te herstellen gebruikt strategieën om ervoor te zorgen dat er minder prikkels binnenkomen. Een kind dat overprikkeld is en niets doet heeft vooral last van de prikkels. Dit leidt hem erg af.

Onderprikkeling

Als je onderprikkeld bent, komen prikkels niet voldoende door, waardoor je niet op tijd actie onderneemt om eventuele schade aan je lichaam te voorkomen. Alleen heel sterke en voor jou interessante prikkels worden doorgelaten.

Een kind dat onderprikkeld is:
- heeft geen last van harde geluiden, maar hoort het ook niet wanneer hij geroepen wordt.
- wordt niet gestoord door anderen die even overleggen of ander geroezemoes.
- is soms een beetje ruw en onhandig in zijn bewegingen.
- kan zich moeilijk concentreren, hij is wat sloom en kan moeilijk alert blijven.
- komt moeilijk tot actie.
- wordt niet afgeleid door het zoemen van het digibord.
- leest hardop mee tijdens het stillezen.
- blijft doorschrijven met een potlood dat bot is.

Een kind dat onderprikkeld is en in actie komt zoekt prikkels op. Een kind dat onderprikkeld is en niets doet blijft slaperig. Hij is niet alert en komt moeilijk tot actie.

Bron: Wiebelen en friemelen in de klas

Wiebelen en friemelen in de klas

Monique Thoonsen en Carmen Lamp schreven samen het praktische boek Wiebelen en friemelen in de klas. Dit boek geeft je informatie over wat zintuigelijke prikkelverwerking (sensorische informatieverwerking) is, wat je ziet als een kind overprikkeld of onderprikkeld is en wat je als leerkracht kunt doen.

Het boek start met een deel met theorie. Heel helder beschreven, met mooie illustraties en duidelijke kaders met belangrijke informatie wordt verteld wat prikkelverwerking is en hoe deze verloopt. Meteen wordt gekeken naar jouw eigen prikkelverwerking en doe je een oefening om je hiervan bewust te worden. Je leert kijken door een ZiP-bril en ontdekt dat zintuigelijke prikkels er altijd zijn. Voor wie het interessant vindt, zijn er kaders met theoretische achtergronden en wetenschappelijk onderzoek. Geen taaie stof, maar echt boeiend!

Je ontdekt dat mensen prikkels op verschillende manieren verwerken en door een testje krijg je meer inzicht in hoe verschillend mensen kunnen reageren op dezelfde situatie. Meteen schieten er namen van kinderen en collega's door mijn hoofd. Aha, daarom doet hij altijd zo! Ook zelf lees ik verschillende zeer herkenbare dingen. Ik vroeg me altijd al af waarom ik mijn autoradio uit zet als ik bijna op de plaats van een onbekende bestemming ben en wat lees ik:

'Welke keuzes maak jij in de auto? Wanneer je de radio wel aan hebt, laat je die dan aan wanneer je in een onbekende stad rijdt en je bijna bij je bestemming bent? Of zet je de radio uit, omdat je je extra moet kunnen concentreren op bepaalde prikkels om het juiste adres te vinden? En stop je het gesprek met een passagier wanneer je bijna op de plaats van bestemming bent aangekomen? De overprikkelde persoon zal inderdaad de radio uitzetten en het gesprek stoppen.'

In dit deel wordt in duidelijke schema's weergegeven hoe het gedrag van onder- en overprikkelde kinderen eruitziet. Daarnaast wordt dit nog eens uitgebreid beschreven. Door de herhaling, de handige schema's en gekleurde vlakken met informatie blijft alles wat je leest goed hangen. Het boek leest echt heel fijn en is totaal niet moeilijk.

Deel 2 gaat in op de praktijk: Aan de slag! Je wordt aan de hand meegenomen in de te zetten stappen. Om te zien of de leerling over- of onderprikkeld is doorloop je een stoomdiagram. Hierin wordt ook duidelijk of deze leerling kalmerende of activerende strategieën nodig heeft. Wanneer je dit bepaald hebt, kun je aan de slag. De auteurs geven je een flink aantal strategieën die je in kunt zetten bij over- of onderprikkelde leerlingen. Een aantal strategieën kun je met de hele groep, klassikaal, oefenen en andere strategieën zijn voor het individuele kind. Ook wordt er ingegaan op de inrichting van het klaslokaal. Hoe richt je dit nu het best in? Overal hoor ik dat een rustige omgeving het best is, anders raken kinderen overprikkeld. Maar hoe zit dat dan met de onderprikkelde leerling? Valt hij niet 'in slaap' als het lokaal zo rustig ingericht is?

Waarom zit die kleuter te wippen op zijn stoel? Waarom friemelt hij aan de trui van zijn buurman? Na het lezen van Wiebelen en friemelen in de klas heb jij misschien het antwoord!

Dit handige boek heb ik in één week tijd twee keer uitgelezen. Ik vond het zo interessant en zo fijn geschreven! Met mijn ZiP-bril op loop ik nu door het lokaal en ik zie van alles.

Tijdens mijn opleiding, Master Educational Needs, en in boeken over autisme heb ik (gelukkig) eerder geleerd en gelezen over sensorische integratie, waardoor ik al anders naar de wiebelende en friemelende kinderen keek, maar dit boek heeft zeker nog wat toegevoegd en elke leerkracht zou dit moeten lezen, moeten wéten. Het verandert je handelen en het geeft je inzicht in je eigen reacties op kinderen. Een aanrader!

Wil je aan de slag? Bestel dan ook de hulpkaarten die Monique en Carmen bij dit boek maakten. Met deze kaarten, waarop activerende en kalmerende strategieën voor individuele kinderen én de hele groep staan, kun je meteen aan de slag. Ze zijn makkelijk mee te nemen en zo hoef je niet altijd door het boek te bladeren, op zoek naar een strategie.

--> Lees meer over Wiebelen en friemelen in de klas

Op zoek naar informatie voor thuis?
--> Lees over Wiebelen en friemelen thuis

wiebelen en friemelen

Autisme

Sta jij er weleens bij stil hoe vanzelfsprekend je reageert op alles en iedereen om je heen? Hoe gemakkelijk dagelijks terugkerende dingen je afgaan, zoals opstaan, je aankleden, naar school of je werk gaan, een gesprek voeren en situaties inschatten? Ook niet raar: als alles goed gaat, ben je daar niet mee bezig. Bij iemand met autisme verlopen alledaagse dingen niet vanzelfsprekend. Hij ondervindt met grote regelmaat problemen. Hij reageert anders dan verwacht of vertoont onhandig of zelfs ongewenst gedrag. In het brein van iemand met autisme lopen dingen anders dan bij mensen zonder autisme.
Uit: Dit is autisme, van hersenwerking tot gedrag

Dit is autisme, van hersenwerking tot gedrag

Werk je met kinderen met autisme? Ben je bekend met de Geef me de vijf-methodiek? Dan is dit boek echt iets voor jou!

Van de auteur van Geef me de 5, Colette de Bruin, is een nieuw boek verschenen: Dit is autisme, van hersenwerking tot gedrag. Een heel interessant boek over het gedrag dat iemand met autisme laat zien gekoppeld aan de werking van de hersenen. Hiervoor heeft Colette de Bruin samengewerkt met neurobiologisch gedragswetenschapper dr. Fabiënne Naber. Door dit boek krijg je veel meer inzicht in de complexe werking van onze hersenen. Je leest wat er bij mensen met autisme anders verloopt in de verschillende hersengebieden en begrijpt daardoor beter waarom zij op een bepaalde manier reageren. Naast deze informatie geeft het boek je ook praktische tips: Hoe te handelen? Hoe kun je helpen?

Dit is autisme heeft een duidelijke structuur. Elk hoofdstuk start met voorbeelden van gedrag. Je leest dingen uit de dagelijkse praktijk waar mensen met autisme tegenaan lopen. Doordat dit verhalen zijn van mensen met autisme, spreken ze aan en blijven ze hangen. Er ploppen meteen namen van kinderen in je hoofd op. 'Hé, dat doet hij ook!'
Hierna volgt het stuk 'Dit is autisme'. Hierin wordt de werking van het brein van iemand met autisme verklaard en de gevolgen daarvan voor zijn gedrag. Wetenschappelijk onderbouwd lees je nu waarom CASS (zo wordt iemand met autisme in dit boek genoemd) iets doet, op een bepaalde manier reageert.
Nadat je de wetenschappelijke onderbouwing hebt gelezen krijg je in 'Dit is de aanpak' concrete aanwijzingen hoe je kunt omgaan met onhandig en ongewenst gedrag. De aanpak is gebaseerd op de methode uit de boeken Geef me de 5 en Auti-communicatie.
Op deze manier word je in tien hoofdstukken meegenomen op een boeiende reis door het brein van iemand met autisme.

Dit is autisme is een interessant boek voor iedereen die al het een en ander over autisme gelezen heeft of met kinderen (of volwassenen) met autisme werkt. Doordat het boek inzoomt op de neurologische achtergrond van iemand met autisme, is het fijn dat je voorkennis hebt. Dit maakt het boek voor jou makkelijker leesbaar.

--> Lees hier meer over Dit is autisme

dit is autisme