lesidee kleuters juf Anke


Over Juf Anke

Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op mijn site jufanke.nl. Ik wil anderen hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast schrijf ik, samen met Els, voor Kleuteruniversiteit, Praxisbulletin, De Vier Windstreken en Lemniscaat. In 2017 is ons eerste eigen boek verschenen: Spelen met prentenboeken!



Nieuw! Een handig boek vol praktische tips

Klaskit - Tools voor topleraren

Lesgeven kun je niet aan de hand van een checklist. Er is geen lijst van recepten die ervoor zorgt dat leerlingen dag na dag een geijkt stappenplan doorlopen en aan het eind van het schooljaar de juiste leerstof kunnen opdreunen. Niet alles werkt bij iedereen met hetzelfde resultaat of in dezelfde context.

Dat betekent niet dat er geen hulpmiddelen zijn die impact hebben. Op een congres luisterde ik naar een lezing van Pedro De Bruyckere. Hij is op zoek gegaan naar methoden die écht werken en onderzocht in welke omstandigheden ze werken, voor welke doelgroep en waarom. Ik vond zijn lezing erg interessant en wilde graag meer weten (en natuurlijk alles wat gezegd werd onthouden). Gelukkig heeft Pedro een boek geschreven: Klaskit - Tools voor topleraren, met daarin zijn bevindingen, zodat deze rustig terug te lezen zijn. Vijf van deze bevindingen, die er voor mij uitsprongen, wil ik hier met jullie delen.

Voorkennis

Ons werkgeheugen heeft wellicht ook een andere functie. Het functioneert als een soort van spamfilter. Alle informatie die op ons af komt, moet geselecteerd worden. Wat het werkgeheugen niet herkent, wordt moeilijker opgepikt. Het is daarom het best om eerst iets concreets of aanschouwelijks aan te bieden, voordat je overstapt naar nieuwe inzichten of bestaande inzichten uitbreidt.
Het is om deze reden goed om vanuit de leefwereld van het kind te vertrekken. Blijf hier echter niet te lang in hangen. Kinderen haken dan af, omdat ze denken dat er toch niet nieuws komt. Start met iets wat het kind al kent en wat door het werkgeheugen herkent wordt en kom vervolgens met iets nieuws. Verwant hieraan is voorkennis. Het maakt nogal een verschil of je een opdracht krijgt over iets waar je al veel van weet of dat je hier nog nooit van gehoord hebt. Een kind met voorkennis over het onderwerp heeft meteen een voorsprong, terwijl het kind dat geen voorkennis heeft met een achterstand start en deze niet meer inhaalt. Het is daarom belangrijk altijd te starten met het ophalen van de voorkennis, te weten op welk niveau van voorkennis de kinderen zich bevinden en instructie te geven zodat de kloof tussen verschillende leerlingen kleiner wordt. Bewezen is dat bij zelfontdekkend leren de kloof tussen sterke en zwakke leerlingen groter wordt (al stijgt de motivatie voor leren) en bij directe instructie de kloof kleiner wordt (maar het welbevinden kan achteruit gaan).

Scaffolding, de juiste ondersteuning op het juiste moment

Gewoon genoeg oefenen is niet genoeg om expertise op te bouwen. Het gaat over de juiste ondersteuning op het juiste moment in het leerproces. Het is belangrijk te weten wat de voorkennis van het kind is en vervolgens de inhoud, aanpak en uitdaging aan het niveau van het kind aan te passen. Door steeds weer een gepaste uitdaging aan te bieden, bouw je als het ware een steiger op voor het kind: scaffolding. Het kind kan hierdoor een hoger niveau bereiken. Als dit lukt, kun je de steiger hierna weer langzaam afbouwen.

Denken en leren

Hoe meer je moet nadenken, hoe meer je leert. Hoe dieper informatie verwerkt wordt in het geheugen, hoe langer het geheugenspoor in het brein zal blijven. Studiemethodes als onderstrepen of markeren met stiften, steeds opnieuw lezen en samenvattende teksten maken blijken niet of nauwelijks te werken. Wat werkt wel? Kleine oefentestjes (opstellen en) maken om het ophalen van de lesstof te oefenen. Bij dit laatste moet je nadenken, bij de eerste voorbeelden is nadenken niet per se nodig.

Laat alle kinderen nadenken. Denk er zelf over na hoe je dit kunt stimuleren. Laat kinderen niet de vinger opsteken, maar geef zelf beurten of laat ze allemaal tegelijk antwoord geven door bijvoorbeeld iets te schrijven of tekenen op een wisbord of het juiste aantal te laten zien met hun vingers.

Om kinderen te laten leren, kun je ze een uitdagend probleem als uitgangspunt geven. Zorg voor een probleem dat de kinderen aanspreekt en dat aansluit bij waar zij zich bevinden in hun leerproces.

Herhalen, herhalen, herhalen

Met een beetje kwaaie wil zou je een lessenreeks kunnen bekijken als een opeenvolging van dingen die vergeten worden. Een betere optie is om herhaling in de lessenreeks in te bouwen. Niet een eenmalige herhalingsles, maar stelselmatige herhaling in elke les: gespreide herhaling. De hoeveelheid herhaling van de oudste lessen wordt kleiner met de tijd.
Eén van de manieren waarop je de kinderen kunt helpen herhalen is testen. Geef ze kleine testjes die het geheugen voor het geleerde vergroten en het vergeten vertragen.

Let er bij het herhalen op dat de kinderen moeten blijven nadenken. Herhalen zonder nadenken heeft geen zin.
Laat de belangrijkste inzichten eerst aan bod komen. Wat het eerst aan bod komt, wordt vaak beter onthouden en in de praktijk vaker herhaald en getest.

Evaleren en feedback geven

We weten dat het goed is om feedback te geven en dat kinderen leren van feedback. Het is wel belangrijk om de juiste feedback te geven. Verkeerde feedback kan een negatief effect geven.
Voor het geven van feedback zijn duidelijke doelen nodig. Hoe kun je weten of iemand goed of slecht bezig is zonder doelen? Beschrijf concrete, observeerbare, haalbare doelen. Zij zijn de maatstaf die je naast het kind legt en de feedback zal gaan over in welke mate de doelen bereikt zijn.
Denk ook na over je instructie. Welke zin heeft feedback als de instructie gebrekkig is?
Volgens Hattie en Timperley geef je effectieve feedback als er op drie vragen ingegaan wordt:
- Waar ga ik naartoe? (Feed Up)
- Wat heb ik gedaan? (Feed Back)
- Wat is de volgende stap? (Feed Forward)
Deze vragen kunnen niet los van elkaar gezien worden.

In Klaskit - Tools voor topleraren worden deze en nog veel meer methoden over leren beschreven. Het boek is goed theoretisch onderbouwd en biedt je praktische tips die je morgen al tijdens het lesgeven in je achterhoofd houdt.

--> Wil je meer weten? Lees verder in Klaskit - Tools voor topleraren van Pedro De Bruyckere of bezoek zijn blog.

 

Gouden tips voor de juf en meester

De afgelopen jaren heb ik heel wat opleidingen en cursussen gevolgd. Elke keer als ik thuis kom van een goede cursus denk ik 'wauw, kon ik dat maar allemaal onthouden en nog liever: uitvoeren!'
Maar helaas, sommige dingen blijven hangen, andere informatie verwatert of verdwijnt.
Om de allerbeste gouden tips voor altijd te bewaren en te delen verzamel ik ze op deze pagina. Doe er je voordeel mee!

Tip 1 - Praat mét het kind in plaats van óver het kind

Kinderen met zorg in je groep? Wat ga je daarmee doen? Hoe ga je het kind helpen? Wie stelt het plan voor dit kind op?
Doe dit samen met het kind! Betrek de kinderen met zorg actief in hun eigen handelingsplan. Dit geldt vooral en is ook het makkelijkst te realiseren bij kinderen met gedragsproblemen en sociaal-emotionele problemen. Ga in gesprek met het kind vóórdat je een plan opstelt. Geen tijd? Maak tijd! Het kind inzicht geven in zijn gedrag en samen een aanpak bedenken levert je later zoveel tijd op.
Hoe vaak zijn we niet met allerlei plannetjes bezig zonder dat het kind ervan weet?
Hoe pak je dit aan? Stel open vragen aan het kind, vat samen wat het kind zegt, vraag naar de ideale situatie. Hoe zou het zijn als alles morgen goed was? Beschrijf je dag dan eens... Bedenk samen hoe het kind naar deze ideale situatie toe kan gaan werken.
Meer informatie kun je vinden door te zoeken naar de oplossingsgerichte methode, de wondervraag, in gesprek met zorgkinderen.

Tip 2 - Toon je 'warme kant'

Benader kinderen zoveel mogelijk vanuit je warme kant. Dit doe je door te benoemen waar jij warm van wordt. 'Wat fijn dat jij rustig loopt in de gang!' 'Wat goed dat je dat meisje hebt geholpen met het dichtmaken van haar jas!'
Wanneer je de dingen die jij fijn vindt, die je graag wilt zien in je groep benoemt, ben je naar de kinderen toe heel duidelijk, positief en geef je de kinderen veel complimenten. Dit zal er (hopelijk) toe leiden dat andere kinderen dit gedrag overnemen. Ze horen van jou dat dit goed is en worden hiervoor beloond.
Positief gedrag belonen en negatief gedrag negeren hoort ook bij de benadering vanuit de warme kant. Bijv. 'wat goed dat dit groepje al klaar zit!' Je zult zien dat de andere groepjes ook klaar gaan zitten. Dit klinkt toch een stuk beter dan 'groepje groen zit nog steeds niet stil!'.
Koude kant: 'ssst', 'zit stil' e.d.

Tip 3 - Laat kinderen elkaar aanspreken op storend gedrag

Je zit in de kring. Daar gaat een vinger de lucht in. 'Juf, hij zit me te vervelen!' Hoe reageer je?
Vraag het kind dat verveelt niet ermee te stoppen, maar laat het kind wat er last van heeft aan dat andere kind vertellen wat hem stoort met de vraag of hij ermee wil stoppen. Het kind spreekt de ander dus zélf aan.
Zo leren kinderen dat ze zulke problemen zelf op kunnen lossen en jij leert ze hoe ze dat moeten doen.
Zo ook bij het buiten spelen. Er komen 2 kinderen die een conflict met elkaar hebben naar je toe. Ze praten druk door elkaar, tegen jou. Maar ze hebben dat conflict niet met jou, maar met elkaar! Vraag de kinderen tegen elkaar te zeggen wat er aan de hand is en kijk maar eens of ze het samen, met eventueel wat tips en sturing van jou, op kunnen lossen.

Tip 4 - Werk aan groepsvorming

Ieder jaar, na de zomervakantie, komt de groep weer bij elkaar. De groep kent elkaar al, dus dat zit wel goed, toch?
Nee! Ook bij bestaande groepen moet de groep na zo'n lange vakantie weer gevormd worden. Kinderen hebben elkaar een hele tijd niet gezien, zijn misschien wel wat veranderd. Ze maken ook kennis met een nieuwe leerkracht, jij. De kinderen moeten jou leren kennen, te weten komen wat jouw werkwijze is, wat jij prettig vindt enz. enz.
Bij kleuters ligt dit wel wat anders dan bij kinderen uit de hogere groepen. Kleuters zijn nog erg op zichzelf gericht en zich minder of niet bewust van hun positie in de groep.

Besteed de eerste week van het schooljaar aan groepsvormende activiteiten. Deze vind je o.a. in Engergize! van Leefstijl, het boekje 'De gouden weken' en onze Kleuteruni projecten voor de start van het schooljaar.
Een 'nieuwe' groep gaat door 5 fases heen. Forming, storming, norming, performing en de slotfase adjouring. Meer hierover kun je lezen in o.a. het JSW-boek 'Grip op de groep' en 'De gouden weken'.

Tip 5 - Parels & Puzzels

Werk aan een positieve groepssfeer door de dag te evalueren met de kinderen. Aan het eind van de ochtend en het eind van de hele dag bespreek je de parels en de puzzels. Jij geeft dingen aan en je laat de kinderen ook dingen noemen.
Parels: Complimenten, ook op karakter van kinderen, dingen die goed gegaan zijn (warme kant!).
Puzzels: Moeilijke dingen om nog aan te werken.

Tip 6 - Spreek je verwachtingen uit

Spreek positieve verwachting uit naar de kinderen. 'Ik ben benieuwd of....' Kinderen zijn zo extra gemotiveerd en horen bovendien dat jij (hoge) verwachtingen van hen hebt.
Niet: 'Ik weet dat jullie het kunnen'.

Tip 7 - De luisterhouding

Een handige tip wanneer je iets uit wilt leggen of vertellen aan de groep. De luisterhouding: handen vast en stil aan tafel/ in de kring zitten. Spreek dit met de kinderen af en je hoeft 'alleen nog maar' te zeggen dat je de luisterhouding wilt zien, om rustig iets te kunnen vertellen. Met de luisterhouding heb je de aandacht van de kinderen beter.

Tip 8 - Formuleer de regels positief

Kinderen hebben behoefte aan orde, regelmaat en voorspelbaarheid. Ze willen weten wat jij van hen verwacht. Daarom zijn er regels. Regels zorgen voor rust en structuur. Regels kunnen gedragsproblemen voorkomen. Natuurlijk is het belangrijk dat regels nageleefd worden en dat er consequenties zijn wanneer dit niet gebeurt. Vertel de kinderen deze consequenties. Straf niet maar gebruik liever de methode van het logische gevolg. Wanneer kinderen iets vuil gemaakt hebben is het logisch gevolg dat ze dit opruimen, wanneer een kind het werk niet af heeft, is een logisch gevolg dat dit op een ander tijdstip afgemaakt wordt.

Waar voldoet een goede regel aan?
- samen opgesteld met de kinderen, zodat zij het nut van de regel inzien en de regel dus zinvol is
- kort en duidelijk
- niet te veel regels, ongeveer 5
- positief formuleren, d.w.z. niet in de "niet-sfeer". Rustig lopen in de gang is beter dan niet rennen. Wat gebeurt er als je leest: denk niet aan de roze olifant? Je doet het wel! Zo werkt dat ook bij regels.
- de regels mogen niet te hoog gegrepen zijn
- geen dubbele moraal
- leef de regels zelf ook na!
- aanpassing van de regels kan noodzakelijk zijn, bijv. bij een leerling met faalangst of iemand die héél nodig naar de wc moet
- vermijd straf na het overtreden van een regel, denk aan het logische gevolg

Regels voor in de klas of op het schoolplein
- Ik ben voorzichtig met de spullen van een ander
- In de klas praat ik zachtjes met andere leerlingen
- Ik behandel anderen zoals ik zelf behandeld wil worden
- Ik lach met andere kinderen, maar nooit om andere kinderen
- Als een ander praat ben ik stil
- Ruzies probeer ik eerst zelf op te lossen
- Als een kind iets doet wat ik niet wil zeg ik duidelijk: 'hou op, dit wil ik niet' of 'wil je daar mee stoppen?'
- Ik loop rustig door de gang

Kapstokregels voor de hele school
4 Kapstokregels waar alle andere regels aan opgehangen kunnen worden. Stel telkens één regel centraal waar iedereen in de groep aandacht aan besteedt. Hang de regels die op school gelden op verschillende plaatsen in de school duidelijk op.
--> Download de posters met kapstokregels
Om de posters te bekijken heb je het programma Powerpoint nodig.
Rechtsonder is op elke poster ruimte voor het logo van de school.

Tip 9 - Beloon in het groot, corrigeer in het klein

Complimenten geven is heel belangrijk. Kinderen groeien hiervan. Het is beter veel positief te benaderen dan je te richten op het negatieve gedrag. Geef pluimen bovendien hardop en corrigeer kinderen zacht, zodat niet de hele groep dat hoort. Dit kan voorkomen dat een kind wat vaak negatieve aandacht krijgt, door de klas op een gegeven moment ook negatief benaderd wordt.
Probeer negatief gedrag te negeren wanneer dit mogelijk is en geef juist complimenten wanneer deze leerling iets goed doet. Door het geven van complimenten weten de leerlingen wat jij prettig vindt en van hen verwacht en hoe ze een taak uitgevoerd hebben. Ook is dit een vorm van aandacht die de kinderen nodig hebben.

Tip 10 - Geef effectieve complimenten

Geef liever geen complimenten in de zin van "goed", "prima", maar geef effectieve complimenten. Dit zijn complimenten op het proces en niet op het eindresultaat. Benoem wat het kind zo goed deed: tijdens deze taak heb je goed samengewerkt, wat knap dat je nu een half uur zelfstandig kon werken, je hebt echt goed je best gedaan, je hebt goed doorgezet, je hebt je goed geconcentreerd enz.
Geef geen 'jij bent' complimenten, zoals 'jij bent zo slim'. Kinderen denken dat ze slim zijn en gaan hiernaar handelen. Bij een volgende taak willen ze weer laten zien dat ze zo slim zijn, maar ze zijn bang dat dit niet weer lukt, waardoor ze tegen de taak op gaan zien en hem slechter maken.
Zeg in plaats van 'goed zo': 'Het is je gelukt!' En zeg tegen kinderen die een tekening of knutselwerkje komen laten zien niet 'goed zo', maar 'wat heb je gemaakt? Vertel eens!' Kinderen willen graag aandacht voor hun werk en dat geef je ze zo op een betere manier.
Kinderen kunnen elkaar ook complimenten geven. Hier zijn verschillende spelletjes voor. Stimuleer het geven van complimenten aan elkaar.

Tip 11 - Observeer gewenst gedrag

Wanneer een kind ongewenst gedrag vertoont, observeer je een tijdlang de momenten waarop het kind gewenst gedrag vertoont. Wat laat het kind nu zien? Hoe zou het komen dat het nu wel lukt? Wanneer je dit gedrag observeert, kom je vaak bij de oplossing voor het werken aan / verminderen van het ongewenste gedrag. Je ziet wat het kind nodig heeft om gewenst gedrag te vertonen.

Tip 12 - Dat kan je NOG niet

Als een kind zegt 'Dat kan ik niet!', reageer dan met 'Dat kan je NOG niet'. Kijk maar eens wat dit bij jezelf doet ...

Tip 13 - Creëer rust

Onthoud: Klappen, hand omhoog etc. heb je eigenlijk helemaal niet nodig! Ga voor de groep staan en laat duidelijk zien dat je wilt beginnen. Wanneer kinderen dit weten, zal het vanzelf rustiger worden in de groep en krijg je de aandacht.

Andere manieren om stilte te creëeren
- 3 Keer klappen.
- Je hand in de lucht steken. Kinderen die dit zien steken ook hun hand op en moeten stil zijn. Wacht tot iedereen de hand omhoog heeft en dan is het stil.
- Een ritme gaan klappen. Kinderen die dit horen gaan meeklappen. Steeds meer kinderen zullen mee gaan klappen en wanneer je stopt met klappen is het stil.
- of zoals hierboven maar dan met bewegingen, ga zwaaien, armen omhoog en omlaag enz. De kinderen die dit zien gaan meedoen en zijn stil. Dit is een leuke manier om de klas stil te krijgen die goed werkt en ook zorgt voor wat beweging tussendoor!
- Een zelfverzonnen rijmliedje zingen. Bijv. Jongens, meisjes kijk eens even hier, dan doe je mij een groot plezier. Doe je handen maar over elkaar, dan zijn we voor de rekenles helemaal klaar... etc.
Kinderen vinden dit verrassend en grappig en je zult merken dat de hele klas binnen de kortste keren naar jouw liedjes luistert.
- Een vriendelijk klinkend belletje laten rinkelen.

Rust creëeren
- maak na afloop van een lesje met gebaren duidelijk dat de kinderen hun spulletjes terug in het laatje mogen doen. Doordat je zelf stil bent, zullen de kinderen rustig op gaan ruimen.
- vertel al op zachte toon dat je iets gaat doen en dat de kinderen goed moeten kijken wat zij moeten doen. Gebaar bijv. dat de kinderen naar buiten mogen, dat ze het leesboek moeten pakken enz.
- wanneer de kinderen erg druk zijn laat ze zich dan even uitleven door bijv. rondjes op het speelplein te rennen, even bewegingen na te doen in de klas of een spelletje waarbij de kinderen elk op een stoeptegel gaan staan en tegelijk 5 tegels vooruit moeten, 3 terug en weer 4 vooruit enz. 
- laat de kinderen een minuut lang naar de secondewijzer van de klok kijken. Deze hele minuut moet het stil zijn in de klas...

En natuurlijk ... zorg voor een net en opgeruimd lokaal. Een rustige omgeving zorgt voor rust bij de kinderen.

Tip 14 - Kruip door je lokaal!

Bekijk je lokaal door de ogen van de kinderen. Ga eens op kleuterhoogte zitten en 'kruip' door je lokaal. Hoe ziet het lokaal er voor de kinderen uit? Kunnen ze het materiaal makkelijk pakken? Zien ze de dingen die je voor ze opgehangen hebt goed? Kunnen ze overal makkelijk bij? Oogt het lokaal rustig?

Tip 15 - Voorstelrondje of weekendkring

* Een actieve activieit om elkaar beter te leren kennen of om een weekendkring op een andere manier in te vullen.
Kennismaken: Vraag de kinderen die in het dorp / de stad waar je werkt wonen te gaan staan. Blijven er kinderen zitten? Vraag waar zij wonen.
Vraag de kinderen die een huisdier hebben te gaan staan. Vraag de kinderen die een kat als huisdier hebben te gaan zitten. Vraag de kinderen die een vis als huisdier hebben te gaan zitten. Vraag de kinderen die nog staan wat zij voor huisdier hebben.
Vraag de kinderen die niet aan sport doen te gaan staan. Vraag hen wat zij graag in hun vrije tijd doen.
Weekend: Vraag de kinderen die in het weekend ergens naartoe geweest zijn te gaan staan. Vraag de kinderen die blijven zitten wat zij gedaan hebben.
Vraag de kinderen die bij iemand op bezoek geweest zijn te gaan staan. Vraag hen bij wie ze geweest zijn.
Vraag de kinderen die ver weg geweest zijn te gaan staan. Vraag hen waar ze geweest zijn.

* Een tip voor oudere kinderen: Schrijf verschillende onderwerpen om het in de kring over te hebben op briefjes en stop ze in een mooie pot. Denk aan onderwerpen die leven bij de kinderen, aan nieuwsitems, dingen die leven in de groep enzovoorts. Trek een briefje uit de pot en praat met de kinderen over dit onderwerp in de kring.

* Zoek iemand die... Geef de kinderen een vel papier waarop verschillende zoekopdrachten staan. Zoek iemand die... als hobby voetbal heeft, een hond heeft, een broer heeft. De kinderen lopen door de klas en vullen de naam van een klasgenoot achter de verschillende vragen in.
Voor een weekendkring stel je vragen als: Zoek iemand die... naar opa en oma geweest is, heeft gesport, in het bos heeft gewandeld, het hele weekend thuis was, tv gekeken heeft, uitgeslapen heeft, een boek gelezen heeft.





facebook juf Anke