juf-Anke, lesidee, kleuters, inspiratie, informatie, kleutergroep, groep-1-2, onderwijs, basisonderwijs, basisschool, thema's, projecten

juf-anke, lesidee, kleuters, groep-1-2, kleutergroep, spel, spelen, Roald-Dahl
Over Juf Anke

Leuk dat je mijn site bezoekt! Ik ben Anke van Boxmeer, leerkracht op basisschool Roald Dahl in Sint-Michielsgestel. Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op jufanke.nl. Ik wil hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast ben ik werkzaam als (educatief) auteur voor Kleuteruniversiteit, verschillende vakbladen en uitgeverijen. Ook schreef ik mee aan twee boeken: Hallo allemaal! en Spelen met prentenboeken.
Foto: Merel van Dooren

juf-Anke, lesidee, kleuteruniversiteit, projecten, kleuters

  • Kringactiviteiten
  • Liedjes en versjes
  • Hoeken
  • Knutselen
  • Downloads


Lesideeën voor kleuters | thema muziek

Boekentips

Projecten van Kleuteruniversiteit

Project De beer en de piano

Een project over muziek bij een supermooi prentenboek mét liedjes van Jeroen Schipper. Ik ging voor Kleuteruniversiteit aan de slag en zo ontstond het bijzondere, muzikale project 'De beer en de piano'.

Op een dag vindt een beer een piano in het woud. Na een tijdje speelt hij de mooiste muziek. De beer gaat naar de stad en wordt wereldberoemd. Ga jij met hem mee?

In dit project vind je vierentwintig reken- en taalactiviteiten, een les Engels, een creatieve activiteit en suggesties voor muziek, dans en beweging bij het boek De beer en de piano van David Litchfield. Dit lespakket bevat ook twee originele liedjes van Jeroen Schipper in MP3 formaat.

--> Bekijk 'De beer en de piano'

project muziek kleuters

Plusproject muziek

Muziek maakt je blij, geeft je energie en kan je troosten.
Samen muziek maken geeft een fijn gevoel.

Zing, luister, beweeg, noteer en maak muziek met de activiteiten uit dit project van Kleuteruniversiteit.
Dit verdiepende plusproject voor kleuters of inspiratiebron voor muzieklessen in groep 3 en 4 is geschreven bij het informatieve boek ‘Willewete Muziek‘ van Sanne Ramakers, Jeroen Schipper en Hélène Jorna.

--> Bekijk het plusproject muziek

muziek, activiteiten, kleuters, plusproject

Kringactiviteiten

Tip! Op de muziekpagina vind je meer activiteiten voor muziek.

Kennismaken met muziekinstrumenten
Verzamel een aantal muziekinstrumentjes die op school aanwezig zijn. Stop ze in een bak of leg ze onder een doek.
De kinderen zitten in de kring. Om de beurt mag een kind een instrument onder het doek vandaan halen. Laat het geluid dat het instrument maakt horen en vertel de kinderen hoe het instrument heet. Leg het instrument vervolgens in de kring. Het volgende instrument wordt tevoorschijn gehaald en benoemd etc.
Als alle instrumenten in de kring liggen noem jij een instrument en laat je een kind het instrument aanwijzen of er even muziek mee maken (passieve woordenschat). De andere kinderen kunnen eventueel op de maat mee klappen of stampen.
Daarna doen de kinderen de ogen dicht. Jij maakt muziek met een instrument. Welk instrument was het? De kinderen hoeven de naam nog niet te kennen, ze mogen het instrument ook aanwijzen in de kring of pakken en het geluid nog eens laten horen.

Op de maat lopen - Lopen, lopen en... bevries!
De kleuters bij mij in de klas vinden het erg leuk om op de maat van de muziek te lopen, vooral als de muziek af en toe stopt.
Ik zet een liedje aan of sla op een trom. De kinderen lopen kris kras door de klas, op de maat (het tempo) van de muziek. Als de muziek stopt, bevriezen de kinderen. Ze staan dan als een standbeeld stil. Als de muziek weer klinkt, lopen de kinderen verder.

Hoge tonen, lage tonen
Nodig: xylofoon of online piano op kindersongs.nl
Laat de xylofoon (of piano) horen en laat een aantal kinderen er eens op slaan.
Sla nu van links naar rechts of andersom, zodat de kinderen een toonladder horen. Wat horen ze? Kan een kind uitbeelden wat hij hoort?
Vertel de kinderen dat de tonen van laag naar hoog (of andersom) gaan. Dat kun je horen. Als het hoog klinkt (voordoen), mogen de kinderen op de stoel gaan staan. Als het laag klinkt (voordoen), gaan de kinderen op de hurken zitten.
Sla een toonladder van laag naar hoog. De kinderen beginnen op de hurken en eindigen op de stoel. De kinderen "groeien" als het ware tijdens de toonladder. Doe dit een aantal keer. Op een gegeven moment kun je variëren in het tempo. Snel of juist langzaam. Ook kun je een keer van hoog naar laag gaan, zodat de kinderen "groeien" en weer kleiner worden.
Het is ook leuk om een keer de hoogste toon aan te slaan en meteen daarna de laagste. De kinderen moeten nu meteen op de hurken gaan zitten. Een aantal kinderen zullen dit in de gaten hebben.
Afsluiting: Eén kind gaat naar de gang. Twee kinderen verstoppen zich in de klas. Eén kind met een hoge klankstaaf en één kind met een lage klankstaaf. Het kind komt weer terug in de klas. De verstopte kinderen slaan om de beurt op de klankstaaf. Waar zit hoog verstopt en waar zit laag?

Ritme
Doe een ritme voor (klappen, stampen, met een instrument) en laat de kinderen dit nadoen. Varieer in hard, zacht, snel en langzaam. Wil één van de kinderen ook een ritme voordoen? Wij doen het na.
Als je een djembee hebt, al is het maar een kleintje, is het leuk om deze mee te nemen. Slaan op een trommel kan natuurlijk ook.
Het is ook leuk om een zin bij het ritme te zeggen, zoals "ik ben (naam) en wie ben jij?" Het volgende kind antwoordt met "ik ben (naam) en wie ben jij?" zo ga je de kring rond. Of: "Het is fijn, het is fijn, om hier in de klas te zijn". Zo kun je zelf een leuke rijmzin bedenken.
Een leuke ritmeoefening is ook: jij begint met een eenvoudig ritme, het volgende kind gaat meedoen, dan het derde kind, dan het vierde etc. (wijs de kinderen die mee moeten doen aan). Uiteindelijk doet heel de kring mee. Vervolgens wijs jij een kind aan dat mag stoppen en zo klappen/stampen/slaan steeds minder kinderen het ritme. Uiteindelijk is het weer stil in de klas.  

De echoput - ritme
Zet een mooie doos in de kring. Vertel dat je deze doos in de tuin vond en dat het een hele bijzondere doos is, let maar eens op...
Roep "Haaaalo" in de put en luister dan aandachtig of je iets hoort. Hé, wat vreemd, je hoort niks, het blijft stil. Roep nog eens "haaaaalo!" Hoor je nu iets? Luister weer aandachtig. Ga zo even door. Op een gegeven moment zullen er kinderen zijn die "hallo" terugroepen. Hé, hoor ik dat goed? Een echo! Yes, mijn echoput doet het weer! Eens even kijken wat hij nog meer kan... Je roept vanalles in de put wat de kinderen nadoen. Roep heel hard en fluister een keer.
Laat vervolgens enkele kinderen in de echoput (doos) roepen. Doet de put het nu ook?
Daarna ga jij in de put klappen. Je klapt 1x, 2x, 5x... De kinderen doen dit na. Dan klap je een aantal keer snel en de kinderen doen het na. Dan een aantal keer heel langzaam enz. Zo ga je langzaam naar het klappen van een ritme.
Als dat lukt mogen de kinderen weer in de put klappen en klapt de klas het ritme na. Een leuke, spannende ritmeoefening!

De slak en de haas - tempo
Vertel een verhaal over een slak en een haas die een wedstrijd hielden. De haas was ontzettend snel, maar de slak ging zoooo langzaam. De slak kroop en kroop en toen werd het donker... De slak kroop verder en pas toen het weer licht was kwam hij bij de eindstreep. Waar was haas? Haas was allang thuis, hij lag lekker in zijn bed.
Kennen de kinderen meer dieren die heel snel zijn? Hoe gaat dat als je snel bent? Kan een kind uit de klas heel snel rennen? Kunnen de kinderen ook heel snel klappen? Stampen, het hoofd aantikken, rennen op de plaats, schudden met de handen, het hoofd knikken etc.?
Welk dier is langzaam? Kunnen de kinderen heel langzaam gaan zitten? Heel langzaam klappen? Heel langzaam stampen, een stukje lopen etc.?
Vervolgens spreek jij met de kinderen een beweging af, bijv. klappen. Dan noem je een dier. Is dit een snel dier, dan klappen de kinderen heel snel. Is dit een langzaam dier? Dan klappen de kinderen langzaam.

Muziek en emoties
Zoek enkele muziekfragmenten waarin duidelijk een emotie te horen is, zoals een fragment met zware, harde tonen (boos), een fragment met hoge, korte noten (vrolijk), een verdrietig fragment en een bang/angstig fragment. Denk aan klassieke muziek en andere instrumentale muziek (filmmuziek, panfluitmuziek) of liedjes van de Efteling.
Laat de kinderen een fragment horen en houd er vervolgens een kringgesprek over. Wat hoorden de kinderen? Hoe vonden zij dit klinken? Waar denken ze aan? Hoe kun je dit uitbeelden (blij rondspringen, boos kijken).
Voorwaarde voor deze activiteit is wel dat deze basisgevoelens eerder behandeld zijn, zodat de kinderen ze kunnen herkennen.
Ook is er bij emoties niks fout. Als een kind een bang fragment ziet als boos, is dat goed. Alles kan en is zoals jij het voelt.

De poppenmaker - klankduur
Nodig: een pop en een instrument waarvan de klank lang te horen kan zijn, zoals de xylofoon, de triangel of een blokfluit.
Vertel een verhaal over de poppenmaker. In een dorp hier ver vandaan woont een poppenmaker. Hij heeft heel veel poppen. Houten poppen, plastic poppen, knuffelpoppen. Op een dag wilde de poppenmaker een pop maken die kan bewegen. Hij probeerde en probeerde, maar het lukte hem niet. Maar toen, op een dag kwam er een jongetje uit het dorp langs. Hij had voor zijn vader een mooi muziekinstrument gekocht (laat het instrument horen) en nu wilde hij voor zijn zusje een pop uitzoeken. De poppenmaker zag het instrument en vroeg de jongen wat dat was. De jongen bespeelde het instrument en plots begon er een pop zijn hoofd te bewegen. (Bespeel het instrument en laat de pop bewegen). Toen het geluid weg was, stond de pop weer stokstijf stil. Hé, zei de poppenmaker. Doe dat nog eens! De jongen sloeg een andere toon aan en ja hoor, de pop bewoog weer. Deze keer met zijn armen.
Nu zijn wij in de klas de poppen van de poppenmaker. De poppenmaker wilde weten of de benen van de pop ook kunnen bewegen. Hij slaat een andere toon aan en.... de kinderen bewegen de benen. Sla de toon de ene keer lang aan en de andere keer kort. De kinderen mogen bewegen zolang ze de toon horen. Laat zo de ene arm bewegen en de andere arm, ene been, andere been, romp, hoofd, voeten, hele lijf etc.

Keteltje dik van buik
Nodig: een fluitketel (of plaatje daarvan) of theepot, kopjes, een suikerpotje, lepeltjes
Inleiding: in de kring staat een tafeltje of ligt een picknickkleed met daarop een fluitketel of theepot, theekopjes etc.
Vraag de kinderen wat ze zien. Benoem wat er allemaal staat. Wat kun je hiermee doen? Hoe moet je thee maken? Wat heb je dan nodig?
Wie heeft er thuis een fluitketel (als je geen fluitketel meegebracht hebt, laat dan een plaatje zien)? Welk geluid maakt de fluitketel als het water kookt? Wie heeft een waterkoker? Wat gebeurt er als het water kookt? Wat doe je daarna als je thee wilt drinken? etc. Je kunt eventueel demonstreren hoe de waterkoker of fluitketel werkt en hoe je thee zet.
Kern: Leer de kinderen het liedje "Keteltje" aan. Doe dit op de manier zoals je gewend bent.
Vervolgens komen er gebaren bij het liedje:

Keteltje dik van buik
Met je handen een dikke buik maken
dit is mijn oor
rechterhand in de zij zetten
en dit is mijn tuit
linkerarm opheffen en buigen in de vorm van een tuit
als het water kookt dan roep ik luid:
Til me op en schenk me uit!
op je tenen gaan staan en naar links buigen