lesidee kleuters juf Anke


Over Juf Anke

Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op mijn site jufanke.nl. Ik wil anderen hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast schrijf ik, samen met Els, voor Kleuteruniversiteit, Praxisbulletin, De Vier Windstreken en Lemniscaat. In 2017 is ons eerste eigen boek verschenen: Spelen met prentenboeken!


  • Theorie
  • Downloads / Werkbladen
  • Taal- & Letterspelletjes
  • Woordenschat


Taalactiviteiten, auditieve oefeningen en woordenschat | lesideeën voor kleuters

Theorie en tips

Op deze pagina vind je allerlei leuke activiteiten en spelletjes rondom de taalontwikkeling van kleuters (zie boven in de tabbladen). Onder andere het fonologisch bewustzijn, de woordenschat en boekoriëntatie komen aan bod. Ook op de themapagina's zijn onder het tabblad kringactiviteiten verschillende taalactiviteiten te vinden. Maar... nu eerst een stukje theorie met daarbij tips om auditieve analyse, synthese en kritisch luisteren te oefenen!

Beginnende geletterdheid

De belangrijkste leerlijnen van beginnende geletterdheid zoals het Expertisecentrum Nederlands ze geeft:

* boekoriëntatie
* verhaalbegrip
* functies van geschreven taal
* de relatie tussen geschreven en gesproken taal
* taalbewustzijn
* alfabetisch principe
* functioneel lezen en schrijven

Hier wil ik ingaan op het leren lezen. Wat is voor kleuters belangrijk om erachter te komen wat de kunst van het lezen inhoudt? De volgende leerlijnen komen daarbij aan bod: de relatie tussen gesproken en geschreven taal, taalbewustzijn en het alfabetisch principe. Deze leerlijnen zijn onder te verdelen in verschillende tussendoelen. De tussendoelen staan hieronder uitgewerkt.

Relatie tussen gesproken en geschreven taal
* Kinderen weten dat gesproken woorden kunnen worden vastgelegd op papier.
* Kinderen weten dat geschreven woorden kunnen worden uitgesproken.
* Kinderen kunnen woorden als globale eenheden lezen en schrijven, bijv. de eigen naam.

Met dit tussendoel ben je bezig wanneer je de kinderen voorleest, een versje of liedje met ze oefent, de naamkaartjes laat zien, een brief voorleest etc.

Taalbewustzijn
* Kinderen kunnen woorden in zinnen onderscheiden.
* Kinderen kunnen onderscheid maken tussen de vorm en de betekenis van woorden.
* Kinderen kunnen woorden in klankgroepen verdelen, bijv. ka/stan/je (= anders dan de lettergreep kas-tan-je).
* Kinderen kunnen spelen met klankpatronen door begin- en eindrijm.
* Kinderen kunnen fonemen als kleinste klankeenheden in woorden onderscheiden (b-oo-m)

Alfabetisch principe
* Kinderen leggen de foneem-grafeemkoppeling. Ze ontdekken dat woorden zijn opgebouwd uit klanken en dat letters met die klanken corresponderen.
* Kinderen kunnen door de foneem-grafeemkoppeling woorden lezen en schrijven.

Zo kun je, aan de hand van deze leerlijnen en tussendoelen een opbouw maken voor bovengenoemde 3 aspecten van de beginnende geletterdheid. We beginnen met de eerste fasen van de ontwikkeling van taalbewustzijn en eindigen met de hoogste niveaus:

1. Zinnen opdelen in woorden
2. Woorden opdelen in klankgroepen
3. Bewustmaken eindrijm
4. Losmaken beginklank
5. Losmaken midden- of eindklank
6. Woord opdelen in klanken
7. Koppeling klank-letter
8. Letter herkennen in een woord

Met deze informatie kun je nu zelf leuke activiteiten bedenken bij elk thema.
Een kort voorbeeld voor het thema herfst:

1. We beginnen bij het laagste niveau. 
De leerkracht zegt een zin. Een leerling legt voor elk woord een blokje in de kring.
Wij gaan naar het bos.
Op de paddenstoel zit een kabouter.

2. We gaan woorden klappen.
ka-bou-ter
ei-kel
Hoeveel stukjes heeft het woord? Welk woord is het langst? etc.

3. Rijm maar mee... Ik loop door het bos, er ligt een eikel op het...?

4. Met welke letter begint het woord b-o-s? En wat gebeurt er als je van de b een m maakt? Of een v?

5. Welke letter hoor je in het midden bij vos? 
De leerkracht noemt een aantal woorden. Ga staan als je de "r" achteraan hoort.

6. We gaan woorden klappen, ofwel hakken en plakken. Begin met klankzuivere woorden die uit 2 klanken bestaan. Eerst medeklinker, klinker (oom, in, aan), dan klinker, medeklinker (zee, moe), dan medeklinker, klinker, medeklinker (boom, soep, koek, roos).

7. Wijs letters aan terwijl je ze uitspreekt. Schrijf bijvoorbeeld op een groot vel het woord "kastanje". Wijs de k aan en zeg "dit is de k", zeg maar na...

8. Wie ziet op dit woordveld de letter van de week?

Auditieve analyse, synthese en kritisch luisteren

Auditieve analyse en synthese
Enkele ideeën voor het oefenen van de auditieve analyse en synthese:
* Leg een aantal voorwerpen in de kring. Zorg ervoor dat de schrijfwijze kort is, bijv. pop, kraal, pen, stoel, mes, doek, koe.
U zegt één van de woorden in losse klanken, de kinderen raden om welk voorwerp het gaat.
* Ik zie ik zie wat jij niet ziet, het is een b-l-o-k. Het kind zoekt het voorwerp in de klas en brengt het mee. Lukt dit goed, dan wordt de oefening alleen auditief aangeboden, dus zonder het voorwerp te halen.
* Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. Het is blauw en het heeft 3 klappen. Kunnen de kinderen raden wat dit is?
* Ik heb iemand uit de klas in gedachten en zijn naam heeft 2 klappen. Ra ra wie is dat?
* Maak een hak/plak hoek in de klas.
Hang grote vellen papier op met daarop de getallen 1 t/m 6. Zet er dozen bij, ook met de getallen 1 t/m 6 erop. De kinderen zoeken in tijdschriften en in de klas plaatjes en voorwerpen. Ze klappen de woorden en plakken het plaatje op het juiste vel papier en stoppen materialen in de jusite doos. Bijvoorbeed een au-to in de doos met de 2 erop. Een plaatje van win-ter op het vel met de 2 erop plakken.
* Zoek bij Google op 'Auditieve oefeningen'. Er verschijnen dan PDF bestanden van kleutergroep.nl en jufjanneke.nl. De bestanden bevatten veel en leuke oefeningen om de auditieve analyse en synthese te oefenen.
* Methodes zoals 'Wat zeg je?', 'Taalplezier', 'Curriculum Schoolrijpheid, deel 2, auditieve training'.

Kritisch luisteren
* Lees een kort verhaaltje voor, bijvoorbeeld uit Jip en Janneke. Stel na afloop enkele vragen over dit verhaaltje.
* Methodes zoals 'Wat zeg je?' en het 'Curriculum Schoolrijpheid'.
* Geef de kinderen opdrachten zoals 'tik de deur aan en ga daarna op je stoel staan'. Maak de opdrachten steeds langer.
* Gebruik de logiblocs. Geef een opdracht, bijv. pak een dun blok. Pak een dun, blauw blok, pak een dun, blauw, vierkant blok. Breid de opdracht steeds verder uit.
* Het nazeggen van zinnen. U zegt een zin, het kind zegt de zin na. Maak de zin steeds langer.
* Reactiewoorden herkennen. Lees een verhaaltje of een rij woorden voor en laat de kinderen telkens bij een bepaald woord gaan staan. Deze oefeningen zijn te vinden in taalactiveringsprogramma's en op internet. Zoek bij Google op 'auditieve oefeningen'.
* Luisterspelletjes. Welke geluid hoor je? Tik, tik wie ben ik? Hoeveel kinderen zitten er achter je? Waar komt het geluid vandaan? En speelleermaterialen zoals de luisterlotto.
* Zoek plaatjes bij een verhaal of kopieer enkele bladzijden uit een prentenboek. Lees het verhaal voor. Laat de kinderen na afloop van het verhaal plaatjes in de goede volgorde leggen.

Boekoriëntatie en verhaalbegrip

Tips voor het lezen van prentenboeken
- Zorg voor een korte inleiding. Wek de interesse van de kinderen. Praat met de kinderen over het onderwerp, over de kaft, vertel een kort verhaaltje dat past bij het boek, neem een voorwerp mee dat de interesse wekt. De kinderen worden nieuwsgierig en willen graag weten waar het boek over gaat.
- Lees een prentenboek vaker voor. Kinderen houden erg van herhalen (nog een keer!) De kinderen vinden het heerlijk om een boek voor de tweede keer te horen. Geef ze dan ook gelegenheid mee te praten, soms kennen ze al zinnetjes uit hun hoofd.
- Speel het verhaal een keer na met de klas.
- Vertel het verhaal aan de hand van de platen. Je kunt de platen constant aan de kinderen laten zien door het boek met de rug naar je toe te houden.
- Laat kinderen elkaar eens voorlezen. Geef de kinderen per tweetal een boek. Nu lezen de kinderen elkaar voor, aan de hand van de platen of als ze het boek kennen, aan de hand van wat ze erover weten.
- Richt een gezellige leeshoek in, waarin de kinderen de gelegenheid hebben een voorgelezen boek nog eens te bekijken, elkaar voor te lezen etc. Het is ook leuk om in deze leeshoek voorwerpen te zetten die passen bij een aangeboden boek, zodat de kinderen het boek in de leeshoek na kunnen spelen met deze voorwerpen.
- Maak een verteltas of verteltafel met spullen erop die passen bij een prentenboek.



Supertip
Bij De Vier Windstreken en Lemniscaat kun je leuke, grote posters van prentenboeken bestellen, bijv. De mooiste vis van de zee, De Gruffalo en Lars, de kleine ijsbeer. Kijk eens op hun websites.
In kinderboekenwinkels kun je knuffeltjes of vingerpoppetjes vinden behorende bij prentenboeken. Erg leuk!

Boekentips kleuters & taal

 


Letterlijstjes

Handige boodschappenlijstjes voor in het letterwinkeltje. De kinderen zoeken en kopen de letters die het woord op het lijstje vormen.
--> Download de letterlijstjes

letterlijstjes

letterlijstje

Knijpkaartjes

Knijpkaartjes ziekenhuis - rijmen

Oefen het rijmen en de fijne motoriek met deze knijpkaartjes.
De kinderen plaatsen een kleine wasknijper bij de afbeelding van het woord dat rijmt op het groot afgebeelde woord.

--> Download de knijpkaartjes 'rijmen'

knijpkaartjes ziekenhuis kleuters

Knijpkaartjes lente - letters en woorden

Oefen de visuele waarneming, het signaleren van de eerste letter in een woord, de letterkennis en de fijne motoriek met deze knijpkaartjes.
De kinderen plaatsen een kleine wasknijper bij de letter die zij vooraan in het woord zien.
Bij de kaartjes met een zwarte rand worden ook letters die verder niet in het woord voorkomen gebruikt. Bij de kaartjes met een gele rand zijn ook andere letters uit het woord te zien en moeten de kinderen weten wat de eerste letter is.

--> Download de knijpkaartjes met letters en woorden

knijpkaartjes lente letters

knijpkaarten kleuters

Knijpkaartjes lente - fonemisch bewustzijn

Oefen het fonemisch bewustzijn en de fijne motoriek met deze multifunctionele knijpkaartjes.
De knijpkaartjes hebben twee opdrachten waaruit een keuze gemaakt kan worden:
1. De kinderen plaatsen een kleine wasknijper bij de afbeelding van het woord dat rijmt op het woord dat groot afgebeeld is.
2. De kinderen plaatsen een kleine wasknijper bij de afbeelding van het woord dat dezelfde beginklank heeft als het woord dat groot afgebeeld is.

--> Download de knijpkaartjes 'rijmen & eerste klank in het woord'

knijpkaartjes lente fonemisch bewustzijn

knijpkaartjes lente fonemisch bewustzijn

Knijpkaartjes boerderij - letters en woorden

Oefen de visuele waarneming, het signaleren van de eerste letter in een woord, de letterkennis en de fijne motoriek met deze knijpkaartjes.
De kinderen plaatsen een kleine wasknijper bij de letter die zij vooraan in het woord zien.
Bij de kaartjes met een zwarte rand worden ook letters die verder niet in het woord voorkomen gebruikt. Bij de kaartjes met een blauwe rand zijn ook andere letters uit het woord te zien en moeten de kinderen weten wat de eerste letter is.

--> Download de knijpkaartjes met letters en woorden

knijpkaarten letters

knijpkaartjes letters

Knijpkaartjes boerderij - rijmen

Oefen het rijmen en de fijne motoriek met deze knijpkaartjes.
De kinderen plaatsen een kleine wasknijper bij de afbeelding van het woord dat rijmt op het groot afgebeelde woord.

--> Download de knijpkaartjes 'rijmen'

rijmen kleuters

rijmen kleuters boerderij

Bordspel met auditieve oefeningen voor kleuters

De letterspeeltuin
een spel vol auditieve oefeningen!

Speel in een speeltuin vol letters. Download het bordspel en ga op een andere manier aan de slag met auditieve oefeningen.
Het spel is met name geschikt voor de oudste kleuters en kan met een groepje van vier kinderen en een spelleider (leerkracht, stagiair(e) of ouder) gespeeld worden.

Aan bod komen o.a.:
- rijmen
- eerste letter
- kort of lang woord?
- hakken/plakken
- een zin maken

de letterspeeltuin kleuters auditieve oefeningen

--> Download de uitleg en het spelbord
--> Download de kaartjes met plaatjes
--> Download de uitbreiding voor carnaval


Woordkaarten

--> Download de woordkaarten 'carnaval'

--> Download de woordkaarten 'winter'

--> Download de woordkaarten 'lente'

Oefeningen met woordkaarten

* Bedenk bij elk woord een zin. Schrijf de zin eventueel in een schriftje.
* Neem 2 plaatjes en probeer deze woorden in een zin of kort verhaaltje te verwerken.
* Knip de woordkaarten uit. Omschrijf één woordkaart, het kind moet raden over welk woord jij het hebt. Daarna omschrijft het kind een woordkaart voor jou.
* Kies een plaatje uit en vertel over je eigen ervaringen.
* Speel hints of pictionary met de woorden die op de woordkaarten staan.
* Alle vogels vliegen. Vertel iets over één van de kaartjes, bijv. een sjaal doe je aan als het warm is. Is dit waar? Dan gaan de kinderen staan en ze 'vliegen' met de armen. Is dit niet waar? Dan blijven de kinderen zitten.
* Print alle kaartjes 2 keer uit en knip ze uit. Plak bij alle kinderen een kaartje op de rug. Nu moeten de kinderen hun maatje zoeken. Andere kinderen mogen helpen door een omschrijving te geven of iets uit te beelden, maar... het woord mag niet genoemd worden!!
Bij hogere groepen kun je de regel hanteren dat er ook niet gepraat mag worden, kinderen mogen alleen uitbeelden!
* De koning. Eén kind is de koning. De koning zet een papieren kroon op zijn hoofd. Hierop wordt een woordkaartje met een paperclip vastgemaakt.
De koning schrijft een brief aan zijn land (de kinderen in de klas). De brief is erg belangrijk… maar er is één probleem. De koning is een woord kwijt. Kunnen de kinderen hem helpen het woord te vinden?
De klas geeft aanwijzingen over het voorwerp. Het kind probeert het voorwerp te raden.
* Stappen en klappen. Klap op de lettergrepen van het woord en loop het woord heel vaak, stap dan op de lettergrepen van het woord. Een goede oefening voor moeilijke woorden.
* Meer ideeën vind je onder het tabblad 'taal- en letterspelletjes'.

Werkbladen rijmen

--> Download een set van 5 werkbladen om het rijmen te oefenen

Rijmoefeningen

* Knip de plaatjes van pagina 2 of 3 uit. Bedenkt iets wat typerend is voor het thema waar je mee werkt, bijv. herfst: bladeren, winter: sneeuwballen, lente: lammetjes. Knip een heleboel bladeren, lammetjes o.i.d. uit of maak sneeuwballen van proppen wit papier. Plak hier de rijmplaatjes op. De kinderen zoeken wat bij elkaar hoort.
* Rijmen in de kring. Noem één woord. Geef een bom (tik, tak, boem) of knuffel door in de kring. Wie de bom/ knuffel heeft noemt een rijmwoord. Kinderen van groep 1 mogen onzinwoorden noemen. Kinderen van groep 2 moeten woorden noemen die wat betekenen. Je mag geen woorden noemen die al genoemd zijn.
* Alle vogels vliegen. Noem een rijmwoord en noem een ander woord dat wel/niet rijmt. Rijmt het? Dan gaan de kinderen staan en ze 'vliegen' met de armen. Rijmt dit woord niet? Dan gaan de kinderen weer zitten.
* Bordspel auditieve oefeningen. In het hier bovenstaand bordspel zitten ook rijmopdrachten. Zo kun je op een leuke manier met het rijmen bezig zijn.
* Versjes opzeggen. Zoek een leuk versje dat bij het thema past. Op deze site zijn bij de thema's veel versjes te vinden. Oefen het versje met de kinderen en beeld het, zo mogelijk, uit.
* Prentenboeken en verhalen op rijm. Er zijn veel prentenboeken op rijm geschreven, bijv. de Liselotje boeken van Marianne Busser en Ron Schröder. "Liselotje is een meisje en ze woont in een paleisje..."
Lees zo'n boek voor en laat de kinderen het rijmwoord invullen.
* Rijmspel. Zoek kaartjes bij elkaar die rijmen, telkens 2, bijv. uit een speelleermateriaal of knip ze uit de werkbladen in de download. Geef elk kind uit je klas één kaartje. Nu moeten de kinderen hun rijmmaatje zoeken! Als ze elkaar gevonden hebben, gaan ze bij elkaar staan.

Werkbladen auditieve analyse en letterherkenning

Bij verschillende thema's heb ik een set werkbladen gemaakt. Deze sets bestaan uit zowel reken- als taalwerkbladen. Kijk bij het thema waar je mee bezig bent of er een tabblad 'werkbladen' of 'downloads' aanwezig is.


Activiteiten met klanken en letters

Deze spelletjes zijn ook goed te gebruiken als woordspelletjes voor de woordenschat. Ze passen bij de aanpak 'Met woorden in de weer'. Meer over deze aanpak onder het tabblad 'woordenschat'.

Eerst klanken, dan letters

Start met het aanbieden van de klank. Voor kleuters is het heel belangrijk om te horen hoe een letter (klank) klinkt. Laat de klank horen en vraag de kleuters de klank te maken. Laat ze hierbij letten op de bewegingen van hun mond. Gaat de mond open? Bijft de mond dicht? Wat gebeurt er als je je neus dichtknijpt? Houd je hand een stukje voor je mond en maak de klank, voel je iets? Geef de kinderen de tijd om de klank volop te verkennen. Laat ze in een spiegel kijken terwijl ze de klank maken of laat ze in tweetallen naar elkaar kijken. Hoe ziet de klank eruit?
Ga in op hoe de klank klinkt. Luister naar het verschil met een andere klank, bijvoorbeeld de 'b' en de 'd'. Horen de kinderen het verschil en voelen ze het verschil in hun mond?

Maak het klankgebaar.

Doe een activieit met de klank. De klank 'h' is bijvoorbeeld geschikt om tegen een raam of spiegel te zeggen. Er ontstaat een waas waar de kinderen een tekening in kunnen maken. Bij de klank 'z' kun je doen alsof er een wesp door de klas zoemt of laat je de kleuters de vloer stofzuigen. Bij de 'f' kun je een fietsband denkbeeldig oppompen. Bedenk bij elke klank een leuke, passende activiteit of beweging.

Ga hierna verder met activiteiten waarbij de kinderen deze klank in woorden horen, bijvoorbeeld: zoek voorwerpen in het lokaal met deze klank. Luister of de klank die je aanbiedt het best vooraan in woorden te horen is, in het midden of achteraan. De 'p' is bijvoorbeeld een klank die je achteraan in een woord beter hoort dan vooraan. Doe dan activiteiten met woorden waarin de p-klank achteraan te horen is.

Laat tenslotte de letter die bij deze klank hoort zien. Verken de vorm van de letter samen met de kinderen. Laat ze de letter met de vingers overtrekken of laat ze een denkbeeldig potlood pakken en de letter in de lucht tekenen. Ze kunnen de letter ook met hun vinger op de vloer, op hun benen en op de rug van een ander kind 'tekenen'.
Geef de kinderen de opdracht om in tweetallen of kleine groepjes de letter met hun lichaam te laten zien. Maak foto's van de resultaten.

Let op! Let op met klanken / letters in de namen van kinderen. Sommige letters zijn anders en kunnen verschillend klinken zoals de c die als een 's' of 'k' klinkt, de 'i' die een 'i' of 'ie' kan zijn, de y enzovoorts.

Letters aanbieden en een plekje in de klas geven

Wat zit er in de schatkist?
Doe de letter van de week in de schatkist. Laat enkele kinderen kinderen gluren en maak het spannend! Geef een raadsel over de letter van de week of zeg enkele woorden met deze klank. Weten de kinderen welke letter in de schatkist zit?

De lettermuur
In onze lokalen hangt de Lettermuur van Schatkist. Als we een klank aangeboden hebben, doen we de letter in de lettermuur. De kinderen brengen spullen mee met deze klank en de oudste kleuters schrijven woorden met deze klank erin. De spullen en woorden in de lettermuur kunnen gebruikt worden bij onderstaande letterspelletjes.


De woorden zijn door kinderen uit groep 2 bedacht en geschreven. Ze hebben er voor de kinderen die nog niet kunnen lezen een tekening bij gemaakt. Een leuke opdracht voor kinderen die extra uitdaging kunnen gebruiken.

De lettertafel
Op de site van bs. 't Palet kwam ik deze leuke lettertafels tegen:

De Letterspelmat

De Letterspelmat is een grote mat vol letters. Hier kun je (ook met kleuters) allerlei leuke, leerzame activiteiten mee doen. Wij geven je 15 suggesties!

--> Download '15 ideeën met de Letterspelmat'

letterspelmat credu

letterspelmat credu


De kleuters hebben bij zoveel mogelijk letters een voorwerp gezocht dat met deze letter begint.
De volgende keer gaan ze op zoek naar voorwerpen die met de aangegeven letter eindigen.

Letterspelletjes

De koning
Eén kind is de koning. Dat kind krijgt een letter op zijn kroon (met paperclip) of een voorwerp waar de letter van de week in zit. De leerkracht houdt dit voorwerp boven het hoofd van het kind, zodat de klas het voorwerp ziet, maar het kind niet.
De koning schrijft een brief aan zijn land (de kinderen in de klas). De brief is erg belangrijk, maar er is één probleem. De koning is een woord kwijt. Kunnen de kinderen hem helpen het woord te vinden?
De klas geeft aanwijzingen over het voorwerp of de letter. Het kind probeert het voorwerp / de letter te raden.
Bij een letter: de letter zit in boot, de letter zit in oom, bij deze letter zie je er 2 enz.

De detective
De leerkracht heeft een letter of een voorwerp met de letter van de week in het hoofd. De kinderen mogen vragen stellen. De leerkracht antwoordt alleen met “ja” of “nee”. Kunnen de kinderen in max. 10 vragen ontdekken wat de letter / het voorwerp is?

Alle vogels vliegen
De leerkracht noemt een klank. Vervolgens noemt de leerkracht een woord. Zit de klank in dit woord? Dan mogen de kinderen gaan staan en vliegen als een vogel. Zit de klank niet in het woord dat de leerkracht noemt, dan gaan of blijven de kinderen zitten.

De bom
De kinderen zitten in de kring. Ze bedenken allemaal een woord met de klank van de week erin. De bom gaat rond. Elk kind noemt zijn/haar woord en geeft de bom door. Op een gegeven moment zal de bom afgaan. Dat kind is af.
Variatie:
Geef alle kinderen in de kring een letter. Geef kinderen die weinig letters kennen de eerste letter van hun naam. De bom gaat rond. Elk kind noemt zijn letter (en verzint er een woord mee).

Rennen op de speelplaats
Schrijf enkele letters op de speelplaats. Noem een letter. De kinderen rennen er naartoe. Noem later ook woorden. Met welke letter begint het woord? De kinderen rennen er naartoe.

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet…
Noem de beginklank van iets wat je in het lokaal ziet en laat de kinderen raden wat dit is.

Letters voelen
Blinddoek een kind en laat het kind een letter voelen en raden. Zoek dezelfde letter. Leg verschillende letters in de kring. Zorg ervoor dat er dubbelen bij zitten. Zijn er letters hetzelfde? Dezelfde letters worden bij elkaar gezocht.

Een letter leggen
Leg de letter van de week met materiaal in de kring. Bijvoorbeeld een letter van blokken of een letter gemaakt van kralen.
Laat de kinderen de letter tijdens de werkles leggen, van blokjes, op de kralenplank, verven op het verfbord, oefenen met de app Letterschool op de iPad, met klei, scheerschui, zand, de letter maken met Hamertje tik etc.

Letters in een letter
Laat de kinderen in tijdschriften op zoek gaan naar de letter van de week. Plak de gevonen letters in een grote letter van de week.

Een letter met je lichaam maken
Laat kinderen een letter met hun lichaam of vingers uitbeelden. Maak hier een foto van. Gebruik het programma paint om de letter die uitgebeeld wordt duidelijk op de foto te tekenen (met de spuitbus).

Namen raden
Eén van de kinderen gaat even op de gang staan. Wijs een kind aan in de kring. Dit kind vertelt met welke letter zijn/haar naam begint. Met de andere kinderen herhaal je deze letter een paar keer.
Het kind dat op de gang staat mag binnen komen en alle kinderen samen zeggen de gekozen letter. Het kind probeert te raden wie de aangewezen persoon is. Als het kind een verkeerd kind aanwijst, zegt de klas opnieuw de gekozen letter. Het kind moet dan verder raden.

Dit raadspelletje kan ook met voorwerpen gespeeld worden. Het kind komt geblinddoekt binnen. In het midden van de kring liggen een aantal voorwerpen. De kinderen zeggen de letter van het bewuste voorwerp als het kind binnen komt en telkens als er verkeerd geraden wordt na het bevoelen van een voorwerp.
Om het makkelijker te maken kun je deze variant ook zonder blinddoek spelen. Het kind ziet de voorwerpen dan, terwijl de klas de letter noemt waar het gekozen voorwerp mee begint.

Zoek dezelfde letter
Leg verschillende letters in de kring. Zorg ervoor dat er dubbelen bij zitten. Zijn er letters hetzelfde? Dezelfde letters worden bij elkaar gezocht.

Letters versieren
Maak voor elk kind een blad met daarop de eerste letter van zijn/haar naam in het groot (dubbele letter). Laat de kinderen de letter versieren. Denk bij de versieringen aan patronen, dingen die het kind leuk vindt zoals een hobby of dieren e.d.

Samen een versje maken
Bedenk een heleboel woorden die met dezelfde klank beginnen. Kunnen de kinderen hier een leuk (onzin)versje van maken? Schrijf de leukste versjes op!
Wie weet waar Willem Wouters woont?
Willem Wouters woont wijd weg.
Bas bouwt met blokken.
Jantine jaagt Joep weg.
Dik das doe dom.

Letterwerkbladen

In de verschillende werkboekjes bij de thema's zitten meestal ook letterwerkbladen. Neem een kijkje bij het thema waar je op dit moment mee bezig bent.
Hier vind je een standaard werkblad waarop kinderen plaatjes die ze in tijdschriften vinden met de letter van de week kunnen plakken.
Download het werkblad en pas het aan naar de letter van de week.


--> Download het letterwerkblad

Taaltraining

Activiteiten

Praatplaat
Zoek een praatplaat of grote illustratie uit een boek. Laat het kind hierover vertellen. Laat het kind zinnen maken. Schrijf de zinnen met een juiste zinsbouw op. Deze activiteit kan ook met een grotere groep. Stel de kinderen dan vragen over de praatplaat en laat de kinderen zinnen afmaken. Hier bestaan kant- en klare activiteiten voor, bijv. uit Piramide.

Color Cards
Dit is een bestaand materiaal. Hierbij horen verschillende setjes kaarten die een verhaal vertellen. De bedoeling is dat het kind de kaarten op een voor hem goede volgorde legt en verwoordt wat er gebeurt. Ook hierbij opschrijven wat het kind vertelt. Color Cards is ingedeeld in verschillende categorieën, bijvoorbeeld Problems en Sequences.

DGM-methode
De DGM methode is een methode waarbij je het kind vragen stelt op verschillende denkniveaus. Mogelijke vragen staan in deze methode. Je gaat bijvoorbeeld samen met het kind thee zetten en vraagt:
- zoek iets waarmee je kunt roeren...?
- pak een grote en kleine lepel: wat is het verschil tussen deze twee lepels?
- een pot voor de thee heet een theepot, een lepel voor de thee heet een .............?
- wat gebeurt er als het water gaat koken?
- wat gebeurt er als je suiker in de thee doet?
- thee kun je drinken. Noem andere dranken......?

Und dann?
Und dann is ook weer een materiaal met kaartjes die een verhaal vertellen. De kaartjes worden op de juiste volgorde gelegd (door u of het kind). Dan komt er een ? Wat gebeurt er nu? De afloop van het verhaal ontbreekt. Het kind moet nu verwoorden wat er zou kunnen gebeuren en waarom het kind dat denkt.

Praatboeken
In de praatboeken van van der Zee staan allerlei oefeningen om de taalontwikkeling te stimuleren. De praatboeken hebben een thema.

Van Uden (methode)
Bij deze aanpak gaat het erom dat u met het kind praat over iets uit de belevingswereld van het kind. Wanneer een kind weinig praat en taalactiviteiten moeilijk vindt, zoekt u iet waar het kind wel interesse in heeft. Het kind is bijv. in het weekend naar een pretpark geweest. Vraag hier op door. Zorg ervoor dat het kind de gebeurtenis als het ware opnieuw beleeft: wat zag je in het pretpark? Waar heb je in gezeten? Met wie was je? Het kind is sneller betrokken bij iets uit zijn eigen belevingswereld en zal daardoor welllicht meer vertellen.

Woordclusters
Maak met de leerling een spin over een woord, bijv. lente, bloemen, ziek zijn enz. Schrijf de spin op, zoek plaatjes bij de woorden en laat het kind bij elk woord een zin maken. Geef het kind ook de juiste betekenins.
Later kun je alle woordclusters gebruiken voor spelletjes (zie woordenschat).

Er opuit!
Maak een wandeling door het dorp / de wijk. Besteed hierbij aandacht aan één onderwerp, bijv. het weer, verkeer, herfst, winter, winkels. Maak foto's van de dingen die je onderweg tegenkomt en met het thema te maken hebben.
Laat het kind terug op school navertellen wat hij gezien heeft. In een volgende les praat je met het kind over de foto's en laat je het kind bij elke foto een zin bedenken. Ook worden de woorden die het kind nog niet kende aangeleerd: klappen, stappen, 10x opzeggen enz. Zorg ervoor dat het kind veel praat over wat het beleefd heeft.

Spelletjes

Hoor je het woord?
Wie kan er goed luisteren? Vraag de kinderen telkens als ze een bepaald woord horen, bijvoorbeeld raam, in hun handen te klappen. Vervolgens noem je een aantal woorden, waartussen telkens het afgesproken woord voorkomt. Deur, raam, stoel, tafel, raam, kast, kleed, lamp, fiets, raam etc.
Variaties:
- in plaats van klappen kun je de kinderen ook blokjes laten leggen, op laten staan, de woorden laten tellen etc.
- je kunt het woord in een zin, of meerdere zinnen terug laten komen.
- de kinderen geven aan welk woord in een reeks woorden twee maal voorkomt.
- vertel een kort verhaaltje waarin telkens hetzelfde woord terugkomt. De kinderen steken bijv. hun vinger op als ze dit woord horen.
- het herkennen van een letter in een reeks losse letters.

Het papegaaienspel – moeilijke woorden nazeggen
Je noemt een lang of lastig woord. De kinderen zeggen het woord goed na.
Variatie: snel nazeggen
Benzinestation, computerspel, dierentuin, knikkeren…

Woorden klappen
Noem een diersoort (dieren uit de dierentuin) en geef daarbij een klap bij elk lettergreep, bv. Kro-ko-dil.
Laat de kinderen raden welk dier dit kan zijn. Playback er eventueel bij.
Variaties:
- namen van de kinderen klappen
- klappen van woorden die aansluiten bij een bepaald thema
- de kinderen zoeken in een hoek voorwerpen van woorden met 1, 2 of 3 klappen.

Raadspelletjes
Wat is het kleinste kamertje in een huis, waar je meestal alleen zit?
Welk dier geeft melk en eet gras (meerdere mogelijkheden)?
Welk kind uit de klas heeft bruine ogen en blond haar?
Het heeft een oor en je kunt eruit drinken?
Het kan rijden en het heeft maar 2 wielen? Etc.

Raadspelletjes met homoniemen:
Welke neus kan niet ruiken? (van een schoen)
Welke bus kan niet rijden? (beschuitbus e.d.)
Welk oor kan niet horen?
Welke poot kan niet lopen?
Van welk bord kun je niet eten?
Welke noot kun je niet opeten?

Lopen op een zin
Terwijl je een zin uitspreekt, loop je door de klas. Bij elk woord zet je een stap. Laat de kinderen vertellen wat je hebt gedaan. Als het duidelijk is hoe dit spel werkt, kunnen de kinderen ook mee gaan lopen.
Je kunt de kinderen ook laten stampen, klappen en zelf zinnen laten bedenken.
Maak zinnen korter of langer.
Laat de kinderen zinnen bedenken met 2, 3, 4 of 5 woorden.

Van wie is deze letter?
Dit spelletje kun je spelen als veel kinderen kleding aanhebben met letters erop. Neem één letter en vraag waar je deze letter in de kring ook ziet.

Welke letter is hetzelfde?
Noem telkens twee woorden waarvan een letter in beide woorden voorkomt, bijvoorbeeld mat en kar. De kinderen zeggen welke letter ze in beide woorden horen.

Pak de goede letter
Je legt een aantal voorwerpen in de kring die met dezelfde letter beginnen. Welke letter hoort hierbij? Je legt de letterkaart met deze letter erop bij de voorwerpen.

Letterkaarten zoeken
Je hebt in de klas een letterkaart verstopt bij een voorwerp dat met die letter begint. De kinderen gaan op zoek naar de letterkaart. Het is de bedoeling dat de kinderen gericht zoeken. Tijdens het zoeken help je enkele kinderen voor wie dit moeilijk is.
Variatie: laat de kinderen in tweetallen zoeken.

Wie is het
Bordspel met daarop plaatjes van een heleboel personages. Elke speler pakt één personage. De andere speler moet raden wie dat is.
Het kind moet vragen stellen om erachter te komen wie het is.

Pim Pam Pet Picto
Pim pam pet spel met een praatkaart erbij. Er is bijv. een kaart over sprookjes. Draai een letter en zoek op de kaart iets met deze letter. De w ..... wolf. Het kind heeft zo een houvast.

Voeldoos
Iets in een voeldoos omschrijven aan anderen.

Raadsels

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Tellen
Tel tot 10, maar laat een cijfer weg. Welk cijfer heb je niet gehoord?

Zoek iemand die....
Maak een vel met verschillende "opdrachten": Zoek iemand die...
- van pizza houdt
- een kat heeft
- een broer heeft
- naar Zappelin kijkt
- in het weekend naar familie is geweest
De kinderen krijgen allemaal een papier en lopen door de klas op zoek naar iemand die... De kinderen zullen hierbij anderen aan moeten spreken en vragen moeten stellen.

Spelletjes voor oudere kinderen

Wie ben ik?
Elk kind krijgt een kaartje waar een persoon op staat. Het kind mag niet zien wie hij/zij is. Het kind stelt vragen aan de anderen om er achter te komen wie hij/zij is. Wanneer dit spel met max. 6 kinderen gespeeld wordt, kan iedereeen tegelijk een kaartje hebben en worden de vragen om de beurt gesteld. Wie raadt het het eerste?

Stripverhaal
Haal de tekst in een stripverhaal weg. Kopieer het verhaal en knip het in stukken. De kinderen leggen het verhaal in een voor hun juiste volgorde en zetten tekst in de ballonnen. 

Malle tekeningen
Teken een gek figuur. Eén kind krijgt dit figuur te zien en omschrijft aan de ander wat er getekend is. Deze moet zonder het figuur te zien het figuur zo goed mogelijk tekenen op aanwijzingen van de ander.

Zinnenbrij
Gooi een heleboel woorden in een bak. Elk kind grabbelt 5 woorden en maakt hiermee een verhaal. De 5 woorden moeten minstens één keer aan bod komen.

Auditieve training

Voor auditieve training kunt u het curriculum voor schoolrijpheid, deel 2A van In den Kleef gebruiken.
Een andere vorm van auditieve training is een boek voorlezen en telkens na een klein stukje een aantal vragen stellen over het verhaal.

Oefeningen

Welke klank hoor je (o - oo, a - aa)
Noem verschillende woorden op met een o of oo. Het kind slaat op tafel wanneer het de o hoort. Dit kan ook met de a - aa, e - ee enz.

Hakken en plakken
De leerkracht hakt een woord, het kind plakt. Begin heel makkelijk en ga daarna naar steeds moeilijker.

Welke letter hoor je
Leg op de letterdoos 2 letters op de bovenste rij, bijv. de e en de i. Noem verschillende woorden. Hoort het kind de e, dan legt hij een e onder de e. Hoort het kind een i, dan legt hij een i onder de i. Dit kan ook met:
m - n
t - f
v - w
b - d
b - p
f - v  enz. enz.

Hoor je de .... ja of nee?
Hoor je de m, ja of nee? Noem verschillende woorden op. Wanneer het kind een m hoort, slaat het op tafel.

Welke klank is hetzelfde?
Noem een woordreeks op waarbij telkens één letter hetzelfde is:
kat
koek
rook
zak
de k komt telkens terug. Het kind moet dit raden.

Taalactiviteiten algemeen

Op de school waar ik een aantal jaar stage gelopen en gewerkt heb, zaten veel allochtone leerlingen. Taal is op deze school daarom erg belangrijk!
Iedere ochtend wordt er bij de kleuters gestart in taalgroepen. De kinderen gaan dan naar een andere klas waar ze op hun niveau een taalactiviteit doen. Zo is er een taalgroep oudste kleuters, jongste kleuters, een groep kinderen die nauwelijks Nederlands spreekt, een groep instromers enz.

Hier volgen enkele ideeën uit de taalgroep voor de instromers, die ik gedraaid heb:

Mijn lichaam
Vraag de kinderen wat ze allemaal aan hun lichaam hebben. Waar kun je mee zien, waar kun je mee ruiken, waar loop je mee enz.
Leer de kinderen een versje of liedje aan over het lichaam:
2 handjes op de knieën,
2 handjes in de zij,
2 handjes op het bolletje,
op de schoudertjes allebei.
Nu maken wij 2 vuistjes,
zo stevig als 't maar kan,
daar gaan we dan mee trommelen,
van je rommeldebommeldebom!
Mijn duimpjes zijn de diksten,
mijn pinkjes zijn maar klein,
nu moeten allebei de handjes 1 2 3
op het rugje zijn.
Mijn handjes zijn verdwenen,
ik heb geen handjes meer,
waar zijn ze nou gebleven?........
Hier!!....... zijn mijn handjes weer!!

Spelletjes met een doek
Neem een aantal voorwerpen die je met de kinderen bekijkt en bespreekt. Dit kunnen gewoon dingen uit de klas zijn, zoals een schaar, dieren, een potlood enz. Laat de kinderen over de voorwerpen vertellen. Wat kun je ermee doen? Welke kleur heeft het? Heb jij het thuis ook? enz.
Leg de voorwerpen onder een doek. Vraag aan de kinderen wat er onder de doek ligt. Weten ze alles nog? Herhaal dit een paar keer en voeg voorwerpen toe of vervang voorwerpen.
Daarna laat je alles zien en doen de kinderen de ogen dicht. Je haalt iets weg. Wat is weg?
Tenslotte kun je een voorwerp onder een doek doen en een kind laten voelen. Stel vragen als "voelt het hard of zacht?" "Is het groot of klein?". De andere kinderen raden wat het is.

Praatplaat
Neem een praatplaat of poster die bij het thema hoort waar je in de klas mee bezig bent. Stel vragen bij de plaat en laat de kinderen vertellen. Zorg eventueel voor een kleurplaat die aansluit bij de plaat.

Memory
Hebben de kinderen een goed geheugen? Om dit te testen kun je memory met ze spelen.

Voorwerpen in het echt bekijken
Wanneer je met een klein groepje kinderen werkt, kun je een keer iets in het echt gaan bekijken, zoals de personeelskamer en keuken op school, het kopieerapparaat, een winkel in de straat, de oranje brievenbus etc. Ga er met de kinderen naartoe en geef uitleg. Laat de kinderen ook veel zelf vertellen.

Prentenboek
Stel eerst vragen over het onderwerp van het boek ter inleiding. Daarna lees je het boek voor en bespreek je het boek.

Wat hoort bij elkaar?
Zoek thuis of in de klas spullen die bij elkaar horen, zoals mes en vork, handveger en blik, kam en borstel, hamer en spijker. Doe alle spullen in een zak. Vertel de kinderen dat je iets meegenomen hebt. Laat de kinderen om de beurt iets uit de zak halen en vertellen wat het is. Alles wordt op tafel gelegd. Als alle voorwerpen uit de zak zijn ontdek jij dat er 2 dingen bij elkaar horen. Vraag de kinderen of ze ook iets zien wat bij elkaar hoort. Laat ze vertellen wat je ermee moet doen. Leg de voorwerpen die bij elkaar horen naast elkaar.

Nazeg-oefening
Laat de kinderen woorden nazeggen. Varieer in lange en korte woorden en in lange en korte zinnen. Let op de articulatie en uitspraak.
Daarna test je het geheugen van de kinderen. Zeg meerdere woorden na elkaar. Welke woorden heb ik genoemd? Kunnen de kinderen 2 woorden onthouden? Kunnen de kinderen 3 woorden onthouden? enz. 

Rijmen

Vaardigheden rond klanken en letters zijn een belangrijk onderdeel in de lees- en schrijfontwikkeling. Een van die vaardigheden is het klankbewustzijn: omgaan met zinnen, woorden en klankgroepen en het bewustzijn van klanken in woorden. Rijmen stimuleert het klankbewustzijn op een speelse manier. RIjmen speelt ook een rol bij de opbouw van het auditieve geheugen en bij de taalontwikkeling. Woorden die op elkaar rijmen, hebben dezelfde eindklank. Als kinderen rijmen, leren ze spelenderwijs te letten op de eindklanken van woorden.

Rijmgeheim - bundel met oefeningen

Bij uitgeverij Pica zag ik Rijmgeheim van Abimo, een Vlaamse uitgever. Rijmen is iets wat in elke kleutergroep regelmatig terugkomt en inspiratie hiervoor kan ik altijd gebruiken. Ik was dan ook benieuwd naar dit boek met hoor- en leesspelletjes.

In Rijmgeheim vind je speelse oefeningen om met beginnende lezers aan de slag te gaan. Rijmgeheim is geschreven voor kleuters uit groep 2 (auditieve deelvaardigheden), alle beginnende lezers uit groep 3 en 4, als extra oefeningen voor beginnende lezers die niet zo snel tot lezen en schrijven komen en als verrijking voor beginnende lezers die extra uitdaging nodig hebben.

De bundel bevat 31 werkbladen waaronder ook enkele spelletjes, zoals een domino en een kwartet. De werkbladen gaan allemaal over rijmen. De kinderen moeten woorden die op elkaar rijmen met elkaar verbinden, rijmen op kleuren en een kleurpotlood in de juiste kleur inkleuren, rijmduo's zoeken met knip- en plakwerkbladen enzovoorts. Een aantal werkbladen bevat korte woorden die de kinderen uit groep 3 zelf kunnen lezen en een aantal werkbladen bevat alleen afbeeldingen, zodat ook kleuters ermee aan de slag kunnen gaan.
De werkbladen zijn helder en duidelijk vormgegeven. Kinderen zullen snel zien welk woord bij een afbeelding hoort. Rijmgeheim lijkt me een fijn boek om kinderen die het rijmen moeilijk onder de knie krijgen te helpen, in kleine groepjes of individueel. Het biedt jouw als leerkracht wat extra ondersteuning en een bundel vol materiaal waar je uit kunt putten.

 


Woordenschat
uitbreiden | tips en ideeën

De woordenschat van de kinderen in je groep is niet zo groot. De uitslag op een toets valt wat tegen? Wat nu?
Hier vind je een idee/aanpak om de woordenschat van kinderen op de basisschool te vergroten.

Stap 1
Neem de methodes bij de hand die u in de klas gebruikt. Bijv. Veilig Leren Lezen, de taalmethode, de rekenmethode, de methodes voor aardrijkskunde, biologie, verkeer, geschiedenis etc.
Bekijk de blokken die nu aan bod komen/ de komende periode aan bod gaan komen en zoek woorden waarvan u denkt dat de kinderen ze nog niet (goed) kennen. Schrijf deze woorden op. Kijk of u bij elk woord meerdere woorden kunt vinden die met dit woord te maken hebben. Staan er geen woorden in de methode, zoek er dan zelf 2 of 3 woorden bij. Het is namelijk zinvoller om 3 of 4 woorden, die met elkaar te maken hebben, geclusterd aan te bieden, dan één woord alleen. 
Het zoeken naar woorden in de rekenmethode is misschien wat lastiger. Hierbij kunt u denken aan woorden als 'hoeveelheid', 'splitsen', 'verdelen', 'de helft', 'het dubbele'...

Tip: In de methode Taal in Beeld zitten woordenschatlessen. Bij de herhalingslessen staan alle woorden die in een blok behandeld zijn overzichtelijk onder elkaar in de handleiding. Kijk hier dus en zoek hier de woorden uit die u lastig vindt voor uw groep.

Stap 2
U heeft nu een aantal woorden opgeschreven en geclusterd, dus 3 of 4 woorden bij elkaar, eventueel staan hier woorden bij die niet in de methode staan maar wel met het onderwerp te maken hebben. Schrijf de lidwoorden voor het woord en zoek in een juniorwoordenboek de precieze betekenis van elk woord op.
Bepaal nu in welke vorm deze woordclusters het best kunnen verschijnen. Dit kan in een parachute zijn, in een trap, een kast of een woordweb. Dat ziet er als volgt uit: 

Parachute
De parachute geeft een hiërarchische relatie weer. Bij een parachute kun je altijd zeggen ........ is .........

Voorbeeld: Het woord “het seizoen” hangt boven aan de parachute. Daaronder hangen de herfst, de winter, de lente en de zomer. Je kunt zeggen: herfst is een seizoen



Woordtrap
Een trap laat een proces of ontwikkeling zien: groot, groter, grootst – dochter, moeder, oma

Woordkast
In een woordkast vind je tegenstellingen: nacht – dag, groot – klein, beleefd - onbeleefd, ruw - glad.

Woordspin
Wanneer het cluster in geen van bovenstaande vormen te plaatsen is, komt het cluster in een spin terecht. Hierbij staat één woord centraal in het midden en de andere woorden hangen er omheen. 

Stap 3
Typ of schrijf de woorden groot uit. Zoek een plekje in de klas voor de woordmuur. Een prikbord of een lege wand. Ikzelf hang hier een aantal grote vellen gekleurd papier op. Hier hang ik vervolgens de uitgetypte en geprinte woorden op, in een parachute, kast, trap of woordweb. Zorg voor een plaatje bij elk woord of een uitgeschreven/getypte betekenis.

Stap 4
Bied de woorden aan. Vraag nooit aan kinderen 'wie weet wat....... betekent?' Het kan zijn dat een kind niet meteen de goede betekenis geeft. Andere kinderen onthouden het antwoord van dit kind dan wel. Vertel het dus meteen zelf! 
Kies één woordcluster uit en bied het aan (5 minuten). Bedenk een leuke manier om dit te doen. Speel een kort toneelstukje, speel een verslaggever, doe alsof u op een bepaalde plek bent etc. Leg in het stukje dat u vertelt de woorden van het cluster duidelijk uit. Herhaal de woorden vaak en geef de betekenis. Hang de woorden in het cluster op de woordmuur. Laat de woorden hangen tot de kinderen ze kennen. Hang niet meer dan 6 a 7 clusters op.

Stap 5
Herhaling. Speel gedurende de week spelletjes met de woorden.
Dit noemen we consolideren, ofwel het inslijpen van de woorden. Begin passief, daarna actief.
Tips voor spelletjes:

Deze spelletjes werken alleen als je werkt met een methode zoals Met woorden in de weer, voor woordenschatonderwijs.

De vergeetachtige koning
1) Eén kind zit met een kroon op in de kring. Op de kroon staat een plaatje met een woord eronder (in dit voorbeeld een kikker). De koning is het woord vergeten en vraagt zijn bedienden hem te helpen. De bedienden zijn het zat dat de koning altijd woorden vergeet en willen de woorden alleen nog maar uitbeelden (zonder woorden of geluiden!). De koning vraagt: "..........(naam kind), wil je alsjeblieft zeggen welk woord ik kwijt ben?" Het kind gaat voor de koning staan en beeldt een kikker uit.

2) De koning heeft een plaatje van een woord op zijn kroon. De kinderen geven de koning aanwijzingen maar mogen het woord niet noemen! Ze moeten over het woord vertellen: het is groen, het is een dier, het kwaakt, het kan springen, het leeft in het water....

Get the picture
De leerkracht tekent een woord op het bord, de kinderen raden wat er getekend wordt.

Hints
De leerkracht beeldt iets uit, de kinderen raden wat het is. Later mogen de kinderen uitbeelden.

De bom
1) De bom gaat de kring rond, elk kind noemt een woord van de woordmuur.
2) Alle kinderen krijgen een plaatje van een woord. De bom gaat rond en de kinderen noemen hun woord.
3) De bom gaat de kring rond en de kinderen geven een omschrijving van een woord, bijv. van de kikker.

Renspel
Ga naar de speelzaal. Leg enkele woordkaartjes op de grond. Eén links tegen de muur, één rechts en één in het midden. Geef een omschrijving. De kinderen rennen naar het plaatje wat erbij hoort.

Meer leuke activiteiten in Het groot consolideerboek, behorende bij de aanpak "Met woorden in de weer". www.metwoordenindeweer.com
Het boek is alleen te verkrijgen wanneer je de cursus "Met woorden in de weer" hebt gevolgd.






facebook juf Anke