Over Juf Anke

Leuk dat je mijn site bezoekt! Ik ben Anke van Boxmeer, leerkracht van een kleutergroep in Sint-Michielsgestel. Sinds 2005 deel ik lesmateriaal op jufanke.nl. Ik wil hiermee inspireren en enthousiasmeren. Daarnaast ben ik werkzaam als (educatief) auteur voor Kleuteruniversiteit, verschillende vakbladen en uitgeverijen. In 2017 verscheen mijn eerste eigen boek bij Lemniscaat: Spelen met prentenboeken!




Verhalen uit het onderwijs

Het onderwijs, elke dag anders. Je kunt er een boek over schrijven.
Met deze korte verhalen geef ik je een kijkje in mijn kleutergroep. Grappige, levendige verhalen uit de praktijk.

Veel leesplezier!

En de trein dendert door

April 2020
Wat zijn we enthousiast gestart met het thuisonderwijs! In week 1 maakte ik meer uren voor school dan in een 'normale' schoolweek en in week 2 waren het er ongeveer evenveel. Nu zitten we al week 3. De dagen vliegen voorbij en vrolijke kleutergezichtjes lachen me via de mail op foto's en video's toe. Zelf ben ik ook druk in de weer met het maken van filmpjes, het typen van mailtjes (al 160!) en bedenken van uitdagingen. Sinds we thuis zitten door corona lijkt het alsof wij leerkrachten in een trein zijn gestapt. Een trein die langzaam op gang kwam, maar al snel in volle vaart over het spoor denderde. Deze week zijn er naast het contact met de kinderen ook vergaderingen met collega's via videogesprekken bij gekomen en de daaruit komende to-do lijstjes. M'n agenda vult zich weer met werkafspraken. De trein dendert door en ik ben beland op de hogesnelheidslijn.

Ik staar uit het raam en zie een jongen zwoegend op zijn topotoets. Het lukt niet, hij stuitert op en neer, zijn aandacht gaat van hier naar daar. Moeder ligt ziek in bed, corona, en kan haar zoon geen structuur bieden. De thuistoets komt en de jongen scoort 0 op 10. Verdriet.
De kinderen van een gezin maken hun schoolwerk. Rekenen en taal. Vader en moeder vragen om meer werk om de kinderen bezig te houden, meer videogesprekken, voor een beter contact. Wie weet lopen de kinderen een leerachterstand op. Zorgen.
Ik zie een kleinzoon met opa. Samen leggen ze een stoep. Het werk vordert gestaag. Wat een voldoening!
Een meisje wandelt met haar ouders door het bos. Kijk, daar, een konijn! Of is het een haas? Interessant!
Een moeder rent achter haar dochter aan, ze slingert op haar fiets, van links naar rechts en dan ... rechtdoor! Moeder klapt in haar handen. Voor het eerst zonder zijwieltjes. Tijd om te leren fietsen!

De trein raast door. Ik voel de snelheid en zie wat er in het land, in de wereld gebeurt. De natuur is de laatste weken tot rust gekomen en laat de positieve uitwerking daarvan zien. En wij? Wij denderen door. Plotseling sta ik op en trek aan de noodrem.

Piepende remmen. In een weiland kom ik tot stilstand. Rust, natuur, ruimte.
Ineens is daar het besef dat dát is wat ik nodig heb. Geen computerscherm, talloze mailtjes, vergaderingen, geen uitdagingen, maar m'n eigen uitdaging: ik, alleen in het 'niets'. Misschien geeft het me rust en ruimte, misschien wordt het zwaar en beland ik in een dip. Maar ach, zo'n corona-dipje kan achteraf ook best lekker smaken.
De wereld lijkt stil te staan, er gebeurt nu zoveel. Is werk dan nog belangrijk? Stel je toch voor dat de kinderen een leerachterstand oplopen! Zijn er niet zoveel andere mooie dingen waar we van kunnen leren en bij stil mogen staan? Dingen die ons zoveel meer kunnen brengen dan een paar maanden (op een heel leven!) reken- en taalhuiswerk. We zitten vast in het bekende, in wat we altijd al deden.

Een directeur zei me eens, toen we met z'n allen in de sneltrein zaten, het is MAAR werk. Ja, het is maar werk.

Ik laat het los en stap de trein uit, het weiland in, zodat ik straks, als de wereld weer gaat draaien, een herstart kan maken, met nieuwe kracht en energie!

--> Lees verder in het blog 'Het mag wel wat kalmer aan in het onderwijs' door Machiel Karels van Wij-leren.nl


Mag de tijd even stil blijven staan?

Maart 2020
De eerste zonnestralen piepen tussen de gordijnen door. Zeven uur 's morgens. Het ochtendlicht wekt me en ik sta op. Beneden heeft de kat al in de gaten dat ik wakker ben. Miauw! Ik laat haar de woonkamer binnen en spinnend strijkt ze naast me op de bank neer. Rustig smeer ik m'n boterhammen voor het ontbijt. Geen haast, school verwacht me niet vandaag. En gisteren ook niet, de dag daarvoor niet en morgen zal het niet anders zijn. We zitten middenin de coronacrisis. De straat is verlaten, geen auto's die voorbij razen, elkaar in hoog tempo opvolgend. Alleen een enkeling met zijn hond. De zon heeft nu ook de woonkamer bereikt en de tulpen in de vaas openen hun knoppen. Ik open de laptop en vrolijke kleutergezichtjes lachen me vanuit de mailbox toe. De kleuters werken thuis aan de uitdagingen die ze van mij kregen en geven me een leuk inkijkje in hun leven. Gezellig met papa in het bos, met mama een brief posten voor opa en oma en je eigen naam leggen samen met grote zus. Ik beantwoord de mails, maak filmpjes voor de kleuters en ga ook zelf een uitdaging aan: leg je naam. Al het bestek komt op de vloer terecht en Blekkie de kat likt het grondig af. Jammie!

Na m'n mail- en websiteronde ga ik naar het bos voor een flinke wandeling. Iets wat ik regelmatig doe en deed, ook voordat corona ons land bereikte. Meisjes op skeelers glijden over het fietspad en jongeren laten de hond uit op de heide. Nu de festivals zijn afgeblazen, de cafés op slot en alle evenementen afgelast, verzinnen ze iets anders. In gedachte ga ik terug in de tijd. Vroeger skeelerde ik in de lentezon, ik tenniste op straat en schreef brieven aan de buurmeisjes. Uit eten? Eén keer per jaar, als we terugkwamen van vakantie. Een terrasje? Nooit. Naar een festival? Nooit. Ik vermaakte mezelf en was met weinig tevreden. Een zonnestraal, bloemetjes die hun kopjes boven de grond staken, de lammetjes in de wei, een brief van de buurmeisjes.

Ik besef me dat de wereld zoals hij nu is, in coronatijd, me rust geeft en doet terugdenken aan m'n kindertijd. Geen ronkende automotoren, maar enkel spelende kinderen midden op straat. Geen evenementen, maar mensen die genieten van de natuur. Geen vervuiling, maar een schone haven in een Italiaanse stad, mét dolfijnen, wauw! Geen wekker, maar opstaan wanneer je wakker wordt. Geen moeten, maar mogen.

Op internet lees ik de quote: 'in het weekend wordt de klok verzet, ik wens dat hij twee maanden vooruit gaat'. MAG de tijd alsjeblieft even stil blijven staan?

Kleuter: 'Ik vind corona maar een stom en ondeugend virus!!'
'Ja?'
'Ja, want hij neemt al onze pret weg!'


En dan ineens ... sluiten de deuren

Maart 2020
Het is zondagavond 15 maart. Met enige spanning wachten we op de persconferentie. Na een week van afwezige collega's, groepen die daardoor volledig thuis moesten blijven, meer en meer lege kleuterstoelen in mijn klas en een oplopend aantal besmettingen met het coronavirus is de grote vraag: wat gaat de nieuwe week brengen? Werken we door of gaan de scholen dicht?
Dan verschijnen de ministers Bruins en Slob in beeld en komt de boodschap onze huiskamers binnen: de deuren van de scholen sluiten per maandag 16 maart.

De volgende dag fiets ik naar m'n werk en weet niet goed wat ik moet verwachten. Heb ik nu vakantie? Werk ik de komende tijd in een leeg lokaal? We vergaderen met het team en hebben al snel allerlei ideeën. De hele dag werken we keihard om het thuisonderwijs vorm te geven. Want dat is wat we willen: de kinderen blijven bezig met schoolwerk en wij blijven met ze in contact. Voor de kleuters bedenk ik uitdagingen die ze de komende week aan kunnen gaan en ik maak een speciale thuisonderwijs pagina op mijn site voor alle ouders, leerkrachten en kinderen in het land.

Als ik op dinsdag voor het eerst thuiswerk valt me iets op. Er komen kinderen voorbij met steps, rolschaatsen, stuiterend met een bal, wandelend met hun ouders. Ik werk een dagdeel keihard. Beantwoord mails van ouders en zie foto's van mijn kleuters, ijverig aan het werk in huis. Gezellige foto's van ouders die met vrolijke kleuters leerzame activiteiten doen. Ik werk m'n site bij, verwonder me over de enorme bezoekersaantallen en vele social media berichten. Met vierkante ogen sluit ik de laptop en ga naar het bos. De parkeerplaats staat vol. Bomvol. Ik zie mensen van mijn leeftijd en jonger, rokje aan, panty d'r onder, make-up op en wandelen maar. Iedereen zegt me gedag of maakt een praatje. We maken grapjes over het aanraken van de klaphekjes. In een tuin spelen twee twintigers een spel met blokken en een stok. Op een zandduin zit een groepje jongeren te 'chillen'. Een kleine jongen dribbelt achter opa aan, sjouwend met een zware tak. Ik word er blij van. Wat voor mij altijd normaal was, maar waar ik me een vreemde eend bij voelde, lijkt ineens het nieuwe normaal. De natuur in, wandelen, fietsen, zelf spelletjes bedenken, creatief bezig zijn, je vermaken in huis, in de tuin, samen met je naaste(n) iets doen. Geen festivals, geen terrasjes, geen pretparken of dierentuinen, geen concerten, geen Monkey Town. Geen vermaak maar jezélf vermaken. We blijken het best te kunnen. Voor nu tenminste. Ik hoop dat de komende tijd ons naast narigheid ook iets gaat brengen. Tijd voor rust, tijd voor ruimte, tijd voor elkaar, buitenspeeltijd en creativiTEIT!

Waar deuren sluiten, gaan nieuwe deuren open.

Nostalgie

Januari 2020
Het is januari. Een nieuw jaar. Een nieuw thema. Voor de kerstvakantie keken we in de IPC Early Years database naar de beschikbare thema's en we besloten het thema winter voor te bereiden.

Twee weken later zijn we echter een beetje in de war. Als we terug op school komen, is het twaalf graden en de zon schijnt. Koning Winter is in geen velden of wegen te bekennen. Hoopvol bedenken we dat hij misschien nog komt. We introduceren het IPC-IEYC thema 'Brrr wat koud' en het project 'Kikker in de kou' van Kleuteruniversiteit. Die arme Kikker met zijn naakte kikkervel, je weet wel, dé Kikker van Max Velthuijs, spreekt meteen aan. Hij wordt nagetekend, geverfd, gekleurd en zelfs gemaakt met blokken, Clics en ander constructiemateriaal. De kinderen maken warme kleding voor hem, knutselen een open haard, geven hem een kaarsje om zich aan te warmen en bouwen een goed geïsoleerd huis.
In de speelzaal wordt ondertussen geschaatst op onze zogenaamde ijsbaan, waar het IPC thema om draait. Er worden toegangstickets gemaakt, de koek-en-zopie kraam is ingericht en de warme kleding is niet aan te slepen. Volop betrokkenheid!

En toch, toch knaagt er iets. Waar ben ik mee bezig? Hoe kan ik vertellen wat 'schaatsen' is als de kinderen nog nooit een bevroren sloot hebben gezien? Hoe kunnen we ontdekken hoe de winter eruit ziet, laat staan vóelt, als we naar buiten rennen zonder jas? Hoe kunnen we warme chocolademelk drinken in de huishoek als we liever de koelkast open zouden trekken voor een koud glas cola?

Op m'n vrije dag loop ik door het Mauritshuis in Den Haag. Mijn aandacht wordt getrokken door het schilderij 'IJsvermaak' van Hendrik Avercamp (1610). Bevroren water, schaatsende mensen, ijspret, plezier! Ik denk terug aan die winters waarin ik op de fiets naar een bevroren sloot buiten het dorp reed. Wanten aan, das om, muts op. Met vingers die acuut bevroren probeerde ik aan de slootkant, in het bevroren gras, de veters van m'n schaatsen te strikken. En dan, het ijs op. Voorzichtig. Is het dik genoeg? Ja! Gaan!
Thuisgekomen kroop ik nog net niet ín de haard, terwijl een beker chocolademelk mijn handen verwarmde. Elke dag ging ik terug. Ik kon er geen genoeg van krijgen. Ja, zo was het eens. Nostalgie. Zouden onze kleuters dit nog mee gaan maken, met de klimaatverandering, de opwarming van de aarde?

Ineens weet ik het! Die winters met ijspret, sneeuwballengevechten, warme kleding en chocolademelk: het is cultureel erfgoed. Het thema winter zie ik dit jaar als cultuuronderwijs, een geschiedenisles. Echt wel zinvol!

Weetje: In 2016 is 'Schaatsen op natuurijs' op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland geplaatst.

Het is winter.
'Juf, zullen we gaan picknicken?
Ik heb nog wat water in m'n Dopper van het boterhammen eten.'


In de war

December 2019
Met een groot vel papier voor me en een pak stiften in de aanslag zit ik in de kring. 'Wie kan me iets vertellen over Kerstmis?' 'Wat hoort er bij Kerstmis?' Met de kinderen maak ik een woordweb om de voorkennis te activeren en de beginsituatie in te schatten. Enthousiast steekt Liv haar vinger op: 'koekjes en melk!' Koekjes en melk? Die kan ik even niet plaatsen. Saar helpt me uit de brand: dat eet en drinkt de kerstman! Aha. Mijn voorkennis blijkt nog niet zo groot. Ik noteer: de kerstman, koekjes en melk. 'Juf, wanneer komt de kerstman op school?' 'Niet, de kerstman is bij de kindjes in Amerika.' 'Maar ik heb hem gezien, juf, hij was bij de zwemles.'

Ik kijk naar het woordweb dat vol staat met woorden over de kerstman en de kerstboom. Het geboorteverhaal van Jezus ontbreekt. Dat zal wel iets te lang geleden zijn voor de kinderen. Tijd om daar wat aan te doen!

Ik lees het kerstverhaal voor en richt een hoek in waar de kinderen zich kunnen verkleden en het verhaal na kunnen spelen. Het eenvoudige kartonboek dat ik gebruikt heb, zet ik erbij. Als iedereen even later aan het spelen is, tref ik Maria in de huishoek aan. Ze is uitgenodigd op het kerstdiner. Jezus loopt ondertussen zoekend door het lokaal: 'waar is mijn kasteel?', terwijl een groepje kinderen elfjes (uit de Efteling??) knutselt. Oke, dit gaat nog niet helemaal goed.

Mijn enthousiaste collega herhaalt de activiteit de dag erna vol goede moed. Ze leest het kerstverhaal nog eens voor én zingt de liedjes die daarbij passen.

Als ik op donderdag terugkom, ben ik hoopvol. Nu zullen de kinderen het verhaal wel kennen! En dat blijkt al tijdens het buitenspelen. Twee herders liggen op een kleed in 'het veld'. Ja, de herdertjes lagen bij nachte! Vol trots vertellen ze me: 'wij zijn de herders van de kerstman!' Okee, dit gaat toch nog niet helemaal goed.

Hoe ik het ook probeer, ik lees het verhaal verschillende keren, in verschillende vormen voor, we spelen het verhaal na, we zingen erover, de kerstmannen blijven hardnekkig aanwezig. Dat is natuurlijk ook niet gek, als je weet van de kerstmanneninvasie op onze school (zie vorige verhaal). Misschien is het kerstverhaal ook voor mij te lang geleden en heb ik ergens een passage gemist: en de kerstman zag een stralende ster aan de hemel staan. Een ster die feller was dan alle anderen. Hij riep zijn rendieren bijeen en stapte in zijn slee. Ho, ho, ho, op naar Bethlehem!

Merry Christmas!


Een jongen heeft de rol van Jezus in de kerststal.
'En dan ga ik nu aan het kruis!'


Sint eruit, Kerst erin

December 2019
Sint eruit, Kerst erin. Het is de zin die ik op 6 december het meest lees op de social media kanalen die ik volg. De Sint is nog niet in Spanje of er wordt al met kerstbomen gesleept. De ene drukke periode is nauwelijks achter de rug en de volgende staat al voor de deur. Bewust besluit ík deze periode nog níet binnen te laten. Voor mijn kleuters een paar dagen rust. Rust die de ruimte geeft om na te genieten van de gezellige sinterklaastijd en met de gekregen cadeautjes te spelen. Rust om vooruit te kijken en te verlangen naar wat komen gaat.

Maar dat had ik gedacht! Als ik na het weekend de school binnen stap, word ik van alle kanten aangestaard door kerstmannen. Een levensgrote kerstman begroet me bij de hoofdingang, enorme stickers van kerstmannen sieren de ramen van de gang en als ik de deur van m'n lokaal open, lachen de knuffelkerstmannen me toe. M'n zo lege, rustige lokaal is omgetoverd tot een kerstmannenparadijs. De enthousiaste versiergroep van ouders heeft duidelijk gedacht: ach, wat een kaal lokaal, daar zullen we snel wat kerstsfeer in brengen!

Ik plof overdonderd op m'n bureaustoel neer. Kerst ... kerstmannen ...Waar ben ik? Is dit Amerika? Voor mij zijn kerstmannen een stel overgewaaide Sinterklazen die hier helemaal niet thuishoren. Deze goede man is juist net vertrokken! Kerst, dat is het geboorteverhaal van Jezus, het samen zijn, er voor elkaar zijn, licht in de duisternis en zoals de liedjes ons vertellen: vrede op aarde! Dat is voor mij het kerstfeest in Nederland. Een traditie, die hoort bij onze (christelijke) cultuur. Ontredderd ren ik richting mijn collega, de lange gang met kerstmannenstickers door, langs de hoofdingang met de levensgrote kerstman, de hoek om. En daar spring ik nog net niet tegen het plafond ... Als ik de ruimte van de conciërge in kijk, vang ik opnieuw een glimp op van iets roods. Een pak van ... Nee, niet nóg één!
Ontmoedigd loop ik verder en als ik weer opkijk, zie ik daar mijn collega zitten, in een mooie, rode trui. Fjoew!


'Waarom kunnen we niet allemaal op school blijven eten juf?
Dan kun jij gehaktballen maken!'


Stuiterende sint stress

December 2019
Met een gezicht waar de ondeugd vanaf straalt, staat hij bij het verfbord. Klaar om een Piet te verven. Mijn gevoel zegt dat er iets niet klopt ... Een bruine streep op de verfschort van zijn buurman. En nog een. ‘Jongens, op het papier verven’.
Ik loop een ronde door het lokaal en even later hoor ik gegrinnik achter me. ‘Ha jongens, ehh, Pieten, o nee, dit is niet …’ Twee roetveegpieten met bruin geverfde gezichten staan voor me en kijken me met een brede glimlach aan.

Zucht. Het is sinterklaastijd.

Zingend loop ik over de speelplaats. Het is maandag en voor een maandag wel erg rustig. Wat is iedereen toch fijn aan het spelen! Hoe kan dit op een normaal zo onrustige dag? Ik geniet van het moment tot ik plotseling opschrik uit m’n gedachten. Er zijn wel erg weinig kinderen in m’n blikveld. Hier klopt iets niet. Ik kijk achter de muur, niemand. Ik kijk om de hoek, niemand. Ik loop naar binnen en daar zijn ze: tien kleuters die enthousiast gezelschapsspelletjes spelen. Nul kleuters die me verteld hebben dat ze naar binnen gingen.

Zucht. Het is sinterklaastijd.

Precies een week later heb ik een déjà vu. Weer is het zo heerlijk rustig buiten. Iets te rustig. Ik kijk achter de muur, niemand. Ik kijk om de hoek en daar gebeurt het: de hele inboedel van de schuur is naar buiten verhuisd, inclusief alle spullen die we daar tot de lente hadden opgeslagen.

Zucht. Het is sinterklaastijd.

Lunchtijd. We eten onze boterhammen en luisteren naar sinterklaasliedjes die de stilte doorbreken. Eén kinderstoel is leeg. Die ene stoel is na vier liedjes nog steeds leeg. Weer krijg ik dat bekende gevoel dat er íets niet klopt. Ik richt m’n blik op het raam dat zicht geeft op de ruimte met wc’s en zie daar precies op dat moment een prop papier voorbij vliegen.

Zucht. Het is sinterklaastijd.

De kinderen lijken in deze tijd wel stuiterballen. Nee, stuitereieren. Ze zijn precies dat stuiterei (ja, er bestaan stuiterballen in de vorm van een kippenei of kippeneieren met de functie van een stuiterbal) dat David heeft meegebracht voor de pepernotenbakkerij. Ze vliegen werkelijk alle kanten op, dwars door alle regels heen. Je zou zeggen, wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe! Zijn hier nog brave kinderen? Je zou zeggen dat de kinderen júist in deze tijd op hun allerliefst zijn, maar nee, helaas. De oplopende sinterklaasstress en spanning zorgen voor het tegenovergestelde.

Maar dan is het 5 december. Hét moment waarop we hebben gewacht. Het moment waarop mijn redder in nood zijn intrede doet in de school. Gespannen gezichtjes, enkele tranen, kinderen die onder de jas van mama duiken of zich verstoppen achter de juf. Een enkeling die naar voren stapt en de jacht op Piet met de pepernoten opent.
We verwelkomen de Sint, dansen samen met de Piet, geven onze tekeningen en krijgen een cadeau. Dat nemen we mee naar de klas en dan wordt er gespeeld, zo fijn gespeeld. Geen bruin geverfde gezichten, geen leeggeruimd opberghok, geen rondvliegende proppen papier.

Rust. Stilte.


De kinderen spelen in de sinthoek.
Eén kind heeft zijn pietenpak weer uitgedaan.
Ander kind: 'Hé, waarom ben jij uitverkleed?'


Ontruimen

November 2019
‘Als je straks het alarm hoort, zoek je je maatje op en kom je in de rij staan.’
Vandaag hebben we een brandoefening. Voor veel kleuters uit mijn groep is dit de eerste keer. Ik vertel ze wat een oefening is en wat ze moeten doen. ‘Het is een soort wedstrijd. We moeten zo snel mogelijk buiten zijn. Dus meteen stoppen met spelen!’

Een week later lopen vijf kleuters met rolkoffers naar het vliegtuig. We zijn gestart met het thema ‘vervoer’ en reizen de komende tijd de wereld rond met ons zelf in elkaar gezette vliegtuig. De kleuters nemen plaats, de piloot vraagt of iedereen zijn veiligheidsriem vast heeft gemaakt en stijgt op. Daar komt de stewardess al met iets lekkers. Wat spelen de kinderen fijn. Ik geniet elke dag van dit rollenspel en observeer (oké, ik geef het toe, stiekem luister ik de gesprekken van de kinderen af). Dat doe ik natuurlijk zonder dat ze het merken. Ik wil dit mooie spel niet verstoren.

Ineens schrik ik op. Een meisje schiet overeind, rent het vliegtuig uit en ‘vliegt’ de gang in. ‘Niet rennen in het lo…’ wil ik roepen, totdat ook de piloot overeind komt en druk gebaart. ‘Allemaal bij mij komen staan. Maak een rij. Twee aan twee. Kom, we moeten snel zijn. Door de nooddeur, door de nooddeur!’ O jee, hier is iets aan de hand. De passagiers staan op, voegen zich bij de piloot en met z’n allen rennen ze het vliegtuig uit. Zonder de bagage.

Verbaasd kijk ik naar de lege stoelen. Waar is iedereen gebleven? Is dit het einde van de mooie reis?
Dan duikt de stewardess op vanachter het keukentje. ‘Ik ben er nog! Het is maar een wespenalarm!’ 


'Juf, als het brandalarm gaat,
moeten we snel het kaartje van buiten spelen ophangen'


Voor het eerst naar school

Oktober 2019
Kleine Tom begint te huilen. Over moeders wang biggelt een traan. Ze weet dat ze het afscheid kort moet houden en draagt Tom aan mij over. Ik neem hem op schoot. Wat is het spannend! Net vier jaar geworden, zoveel zin om naar school te gaan en dan kom je in een klas met een nieuwe juf en heel veel kinderen die je nog niet kent.

Met mijn bureaustoel op wielen rijden we langs de spelende kinderen. Er wordt met Lego gebouwd. Ik vraag ze hoe hun weekend was en zij vragen naar de nieuwe leerling: ‘Wie is dat?’ ‘Is hij al vier?’ Trots laat Tom vier vingers zien.

Na de dagopening en kringactiviteit gaan we naar buiten. Tom staat bij de zandbak, met zijn coole drakenjas aan. Een jas met echte stekels op de rug. Ik glimlach naar hem en zeg dat ik zijn jas geweldig vind. Tom glundert en begint te vertellen. Hij heeft thuis ook Lego. Spiderman Lego! En ook een Spiderman pak! En nu gaat hij fietsen. Snel maak ik een foto van een blije Tom op de fiets en stuur die naar zijn moeder, ter geruststelling. Het gaat goed!

Als we in de klas aan het spelen zijn, vraagt Tom wanneer mama komt. Ik wijs naar de rode klok, de time-timer. ‘Als het rood weg is, komt mama’. Tom knikt. Door één van de oudste jongens wordt hij uitgenodigd mee te spelen in de fietsenwerkplaats. Dat wil hij wel. Hij neemt plaats achter de computer die op de toonbank staat en neemt als een volleerd werknemer telefoontjes aan.

Ineens klinkt er kabaal in het lokaal. De spelende kinderen hebben de moeder van Tom gesignaleerd op de speelplaats. Ze komt eraan! Tom springt blij op en rent naar de deur. ‘Mama, het was heel leuk op school!’ Moeder is opgelucht. Ik vertel dat ik er de volgende dag niet zal zijn, dan komt er een andere juf, maar de dag erna ben ik er weer. Stellig zegt Tom: ‘Dan ga ik morgen niet naar school, maar daarna kom ik weer terug!’


Rollenspel in de fietsenwinkel:
Een meisje wil een handvat kopen.
'80 Euro,' zegt de verkoper. 'O nee, nog meer.'
Meisje: 'Nee, we gaan niet overdrijven!'


Creatief

September 2019
Samen met de kleuters verklaar ik het planbord voor gesloten!
Maakt het uit hoeveel kinderen er in de huishoek zijn? Bepaalt de juf met welk constructiemateriaal er deze week wordt gespeeld? Is het erg als een kind vier keer achter elkaar in de bouwhoek gaat? Moeten alle kinderen elke week dezelfde verplichte knutsel maken? Deze vragen zetten mij tijdens een studiedag aan het denken en mijn antwoord is: nee, als er maar wordt gespeeld!

Aan mij de taak om dat spel te begeleiden en de kinderen te stimuleren met verschillend materiaal te spelen. Een uitdaging!
Ja, een uitdaging is het zeker. De meisjes zijn dolblij. Knutselen maar! Twee weken lang wordt er elke dag gekleurd en geknutseld. Stapels werkjes gaan aan het eind van de week mee naar huis en verspreiden zich over de speelplaats. Ouders reageren verbaasd: ‘Heb je alweer geknutseld?’

Het thema vervoer wordt geïntroduceerd. Hiervoor heb ik aantrekkelijke hoeken ingericht. Er is een zandtafel in de klas, een fietsenwinkel, een leeshoek met de nieuwste boeken en een verkeerstafel met wegdelen, auto’s en verkeersborden. Nu zullen de meisjes het knutselen wel vergeten! Maar helaas voor mij. Ze knutselen verder en zelfs naar de voorbeelden van vervoermiddelen die ik in het atelier heb gelegd, kijken de meesten niet om. Dus bedenk ik een plan. Er is nu even genoeg ‘vrij’ geknutseld. Ik haal de kleurplaten en tekenvellen weg en maak bakken met benodigdheden voor het knutselen van een vervoermiddel.

De meisjes kijken in de lege la met tekenvellen en zijn teleurgesteld. Pascalle laat zich echter niet uit het veld slaan. Ze pakt de vouwblaadjes, enkele rietjes, plakband en een pot met stiften en gaat aan de slag. Wauw, denk ik, het eerste schaap is over de dam. Welk vervoermiddel zou ze maken?

Vol trots laat Pascalle me haar werk zien. ‘Kijk juf, Sinterklaas! En hier, een auto!’ Pascalle heeft een prachtige Sint gemaakt (ja, in september) en op de achterkant een plakfiguur van een auto geplakt dat ze in de plakfiguurtjesbak heeft gevonden. Ik kijk naar de schattige Sint en schiet in de lach. Hier heb ik niks tegenin te brengen. Leve de kleutercreativiteit!

Dit verhaal is als gastcolumn gepubliceerd op de website van Juf & Meester, Malmberg.


Herfst, herfst, wat heb je te koop?
Honderdduizend observatielijsten, portfoliomappen, oudergesprekken,
vergaderingen en werkgroepen op een hoop!

naar een quote van OBS De Blije Kralenplank


Rommelen

Augustus 2019
De deur van het slot, het alarm eraf. Ik baan me een weg door de overvolle gang die naar mijn lokaal leidt. Tafels staan driehoog opgestapeld, kasten staan dwars op de muur met stoelen daar bovenop en óveral, werkelijk overal ligt speelgoed.

Met een zucht stap ik mijn lege lokaal binnen. Daar hebben twintig wespen deze warme zomer het loodje gelegd. Wat een bende, wat een puinhoop! De schoonmakers hebben in ieder geval goed hun best gedaan, hun best gedaan met sjouwen en verbouwen. Mijn hoofd loopt vol. Hoe krijgt ik dit ooit georganiseerd?

Ik ben blij met mijn korte broek en hemdje dat ik voor deze gelegenheid heb aangetrokken. Ik heb het nu al warm! Ik verzamel al mijn krachten en begin te tillen. De tafels van elkaar, de stoelen van de kasten. Wonder boven wonder klettert er niks op de pas geboende vloer en krijg ik alles het lokaal in. Voor de zwaarste kasten, die ook nog eens geen wielen hebben, en de honderd grote bouwhoekblokken, die ook allemaal in de gang liggen, gebruik ik een kleed. Ik plaats het te verhuizen materiaal op het kleed en sleep. Dat gaat goed! Zo krijgt alles langzaam een plekje. Een plek volgens het plan dat ik in de vakantie heb uitgedacht.

Buiten is het inmiddels donker. Ik kijk het lokaal rond en ben tevreden. Wat een werk was dit, maar wat ben ik blij met het resultaat. Hier gaan de kinderen het komende schooljaar fijn spelen. Door een lege gang loop ik met een leeggelopen hoofd weg. Alarm erop, de deur op slot. Dag school, tot over drie dagen!


De kinderen luisteren naar het verhaal
Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop heeft gepoept.
Dan komt de koe. Kleuter: ‘Die poept modder!’
‘Jaaa, modder,’ beamen de anderen.
Een jongen reageert verontwaardigd: ‘Nee, melk!’


facebook juf Anke