Juf Anke jufanke.nl lesidee




Spelling - ideeën om extra te oefenen

Woorden extra oefenen

Spellingregels bespreken
Kinderen horen niet alleen te weten hoe een woord geschreven wordt, maar veel belangrijker nog, waarom dat woord zo geschreven wordt. Welke regel hoort erbij? Daarom is het veel effectiever om tijd te besteden aan het onthouden en toepassen van de regels dan aan het foutloos schrijven van woorden.
Neem een spellingsregel en bespreek deze met de groep. Wie kan wat over de regel vertellen? Wat houdt de regel in? Wie kan woorden noemen waarop deze regel van toepassing is? Schrijf deze woorden op. Wie kan een zin maken waarin zoveel mogelijk van deze woorden voorkomen? Bedenk samen zinnen en schrijf de beste zin op het bord.
Geef een kort dictee met daarin enkele woorden die bij deze regel passen. Bespreek elk woord. Waarom schrijf je het ook alweer op deze manier?

Woorden online flitsen
* Wrts - De site Wrts, van de digitale basisschool, is eigenlijk bedoeld om vreemde talen te leren. Toch kan dit programma ook goed gebruikt worden om woorden van spelling te flitsen. Meld je wel even aan.
Voer de woorden van één blok van spelling / woordpakket in. Je hoeft alleen in de eerste kolom (A) in te voeren.  
Daarna kan de klas met de woorden oefenen. Laat de woorden bijvoorbeeld flitsen. De woorden verschijnen dan kort op het bord. De kinderen schrijven de woorden op in hun schriftje of een paar kinderen mogen het woord spellen. Is het goed?
www.wrts.nl
* Werkt u met woordpakketten? Dan heeft deze school kant en klaar online oefenmateriaal. De kinderen kunnen woorden oefenen door te flitsen of door de letters in de goede volgorde te zetten. U hoeft alleen maar de groep en het juiste woordpakket aan te klikken.
http://oefensite.rendierhof.nl
* BLOON - Site om online woorden te oefenen en te flitsen. Hiervoor moet u zich wel eerst registreren. www.bloon.nl

BLOON
B = bekijken
L = lezen
O = omdraaien
O = opschrijven
N = nakijken

Laat een woord zien dat op een flitskaart staat, of schrijf een woord op het bord. De kinderen mogen het woord bekijken (kort) en lezen. Haal het woord weg (omdraaien). De kinderen schrijven het woord op, of een paar kinderen mogen het woord spellen. Een woord wordt weer getoond. Was het goed?

Extra oefenen op internet

Kinderpleinen:
http://www.kinderpleinen.nl/showPlein.php?plnId=837

Woordpakketten:
http://oefensite.rendierhof.nl Kies de juiste bouw en het vak (Taal/Spelling).

Woordpakketten van Taal Actief:
http://www.detweewieken.nl/digitale_lessen/digitale_lessen/lessen_woordpakketten.htm

Woordkasteel, spelling oefenen, wel even downloaden:
www.woordkasteel.com

Tip - samen nakijken
Kijk een instapdictee of signaaldictee altijd samen met de kinderen na. Schrijf de woorden op het bord (laat een kind het woord eventueel spellen) en laat de kinderen kijken of ze het goed geschreven hebben. Zo niet, het juiste woord ernaast opschrijven. Bespreek met de kinderen waarom het woord zo geschreven moet worden. Wat was de regel ook alweer?
De kinderen zien zo wat ze nog lastig vinden en leren van hun fouten.

Spelling in beeld, uitlegkaarten
Klik hier voor de uitlegkaarten groep 4 t/m 8. Op deze site kunt u alle uitlegkaarten downloaden. Ook handig voor ouders om thuis nog eens extra te oefenen.

[uitlegkaar+k33.jpg]

Extra oefenen met materiaal, thuis of in de klas
Pico Piccolo en Varia hebben kaarten voor spelling ontwikkeld, waar kinderen zelfstandig mee aan de slag kunnen. De materialen zijn zelfcorrigerend. Ook zijn er Stenvertbloks om de spelling extra te oefenen. Dit zijn boekjes vol werkbladen.

Spelling- en leesspelletjes voor in de klas

Tip - taalkast
Maak een kast met kleine spelling spelletjes erin. Tips voor spelletjes vind je hieronder en denk ook aan Pico Piccolo, Varia etc.
Wanneer kinderen klaar zijn met hun werk of extra moeten oefenen, kunnen ze met een maatje een spelletje pakken en dit spelen. Spreek met de kinderen af hoe lang ze een spelletje mogen doen en maak voor zwakke spellers een lijstje waarop ze aan kunnen geven wat ze geoefend hebben, of waarop jij juist aangeeft wat ze moeten oefenen en hoe lang.

BOEM!
Maak kaartjes met woorden erop (woorden van VLL, woorden van de spellingmethode). Maak ook een aantal kaartjes met BOEM erop. Stop alle kaartjes in een grote pot. De pot gaat de klas of het groepje kinderen dat dit spel speelt rond. Een kind grabbelt een kaartje en leest zijn/haar woord voor. Dit woord moet ook gespeld worden. Is het goed? Dan mag het kind het kaartje houden en gaat de pot verder. Wanneer een kind BOEM grabbelt, moeten al zijn/haar verdiende kaartjes terug in de pot. Wie wint de meeste kaartjes?

Raak of rommel?

Schrijf woorden die de kinderen moeten leren op vellen papier. Maak proppen van deze vellen. Stop ze in een kleine (prullen)bak. De kinderen vouwen de proppen één voor één open en bekijken of het woord goed of fout geschreven is. Is het fout? Dan wordt het papier weer tot een prop gemaakt en weggegooid. Goed? Dan mag het vel opengevouwen blijven. De woorden worden in een schema opgeschreven, zie foto.

Ga vissen!
Maak van de woorden die de kinderen moeten leren kaartjes. Op elk kaartje staat 1 woord en alle woorden moeten dubbel in dit spel voorkomen. Maak een stapel.
Geef alle kinderen die meedoen 5 kaartjes. De rest wordt omgekeerd op tafel gelegd. Eén kind vraagt een ander kind naar een woord, dit moet een woord zijn dat het kind zelf al heeft, om zo een paar te kunnen maken. Heeft het kind dit woord, dan geeft hij/zij dat af en heeft het andere kind een paar. Paren worden op tafel gelegd. Heeft het kind dit woord niet? Dan zegt hij/zij 'ga vissen!' en pakt het kind een woord van de stapel. Een soort kwartet maar dan met paren.

Steentje gooien
Een spel om moeilijke woorden te lezen in groep 3. Verdeel een groot vel wit papier in hokken. Schrijf in elk hok een moeilijk woord. De kinderen gaan op een rij, een stuk van het papier zitten. Ze gooien om de beurt een steentje op het papier en lezen het woord dat in dat hok staat. Gooi je naast het papier, dan is de volgende.
Kinderen die het woord wat ze gooien kunnen lezen, verdienen een punt.

De klas rond
De kinderen zitten in de kring. Eén kind gaat voor een kind dat nog zit staan. De leerkracht flitst voor deze twee kinderen een woord (een woord uit de kern van VLL, een woord uit een woordpakket). Het kind dat het woord het eerst zegt, wint en gaat voor een volgend kind staan. De winnaar mag telkens verder.
Dit spel is het leukst in een lagere groep, wanneer de kinderen nog goed moeten kijken wat er geflitst wordt.

Woorden gummen
Schrijf een heleboel woorden op het digibord. Geef 2 kinderen de digibordpen die op 'gummen' staat. Zeg een woord. Het kind dat het woord het eerst weggumt, wint. Dit kind mag het volgende kind dat de strijd moet aangaan kiezen. Dit voorkomt dat snelle lezers aan de beurt blijven.

Verstopt op de woordmuur
Heb je de woorden die de kinderen moeten leren in de klas hangen? Maak dan een kleine knutsel die iets met het thema te maken heeft, bijv. een minisneeuwvlok, een blaadje, een bloem. De kinderen doen de ogen dicht. Jij verstopt het voorwerp achter een woord in de klas. De kinderen raden waar het voorwerp verstopt zit.

Big
Dit spel wordt met max. 4 kinderen gespeeld.
Print een heleboel woorden op kaartjes. Maak ook stopkaartjes en kaartjes met een big erop.
Verspreid de kaartjes op z'n kop op tafel. Elk kind voorspelt hoeveel woorden hij denkt te kunnen lezen voordat hij/zij een big tegenkomt. Dit mogen max. 5 woorden zijn. Het kind begint en kiest 1 voor 1 vijf kaartjes uit. Een omgedraaid kaartje wordt voorgelezen. Goede kaartjes mag je houden. Maar... wanneer een kind een stop kaart tegenkomt stopt de beurt direct en is de volgende aan de beurt. Wanneer een kind een big draait, moeten al zijn verdiende kaartjes terug op tafel. Wanneer het kind zijn voorspelde aantal woorden gelezen heeft, gaat de beurt ook naar de volgende.

Schatzoeken
Koop een heleboel witte glasstenen. Schrijf, bijv. met een cd-marker, alle letters van het alfabet een aantal keer op de platte kant van de stenen. Doe de stenen in een pringles bus. Beplak deze pringles bus met leuke plaatjes van bijv. een schatkaart, schatkist of piraat. Maak een werkblad met daarop dezelfde plaatjes en ruimte om te schrijven. De kinderen leggen woorden van het woordpakket met de glasstenen en schrijven de gelegde woorden op het werkblad. Dit is een leuk 'klaar-werkje'.